Welkom op Schijndelwiki - de encyclopedie voor Schijndel

U kunt ons steunen door lid van de Heemkundekring Schijndel te worden.

Klik HIER om lid te worden

Iedere dinsdagochtend zijn wij tussen 10 en 12 uur in de heemkamer: Cultureel Centrum 't Spectrum, Steeg 9 g, Schijndel.

De Wereldoorlog 1940 – 1945 teistert Schijndel.

Uit Schijndelwiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Het hierna volgende verhaal is bedoeld als een beknopte weergave van het voorgevallene van de Duitse inval af tot het tijdstip van de bevrijding van Schijndel. [1]

De Voorgeschiedenis.[bewerken | brontekst bewerken]

Met de mobilisatie van het Nederlandse leger in het jaar 1919, werden van half september 1919 tot 10 mei 1940 te Schijndel ondergebracht, de Staf van de Ve Divisie met kolonel de Jong aan het hoofd en de Staf van het 3e Regiment Artillerie, waarbij overste Cramwinkel het commando voerde.
De bureaux van eerstbedoeld onderdeel waren ondergebracht in het patronaat aan de Kluisstraat en laatstbedoelde staf had zijn bureaux in het St. Servatiusgebouw. De manschappen van deze staven bevonden zich in de peelstellingen.
Op vrijdag 10 mei 1940, toen de Duitse legers ons land overrompelden, vertrokken beide staven in de morgen van dezelfde dag noordwaarts.

De Inval.[bewerken | brontekst bewerken]

In de namiddag van zaterdag 11 mei reeds, reed te ± 16 uur de eerste Duitse soldaat (een verkenner) per motor door de gemeente. Hij kwam van Heeswijk en reed naar de richting Boxtel. Terstond daarna verschenen er steeds meer en meer troepen vanuit de richting Heeswijk. De gehele nacht trokken er Duitse troepen met zwaar materiaal en kanonnen door onze gemeente naar de richtingen Boxtel en Sint-Oedenrode.
Vergeleken bij wat Schijndel nog te wachten stond, kan men niet zeggen, dat deze eerste kennismaking met de Duitse Wehrmacht onheilen van betekenis bracht. Een dubbel woonhuis aan de Stationsstraat (thans Europalaan) werd in brand geschoten. Een projectiel van licht kaliber werd afgevuurd op de pomp in de richting van een groepje nieuwsgierigen, welke in de nabijheid van de gemeentepomp verzameld stond. Deze pomp stond indertijd nog aan de westzijde van de Hoofdstraat, ter hoogte van de Pompstraat. Niemand liep enig letsel op.
De eenheden, welke naar Boxtel gingen, ondervonden stagnatie in het Achterste Hermalen. Daar was namelijk de wegbeplanting, op bevel van de kantonnementscommandant - de voornoemde overste Cramwinkel – omgezaagd en versperde de weg.
Wee degene, die zich op eerste Pinksterdag 12 mei 1940, per fiets op straat begaf. Hij of zij konden er op aan, dat hun rijwiel zonder pardon door de Duitse soldaten werd gevorderd. De fietsen van de nog nergens erg in hebbende kerkbezoekers werden ongeveer alle medegenomen en zij moesten zich te voet naar huis begeven.
Door de doortrekkende Duitse soldaten werden op die dag ook meerdere motorrijwielen gevorderd.

De bezettingstijd.[bewerken | brontekst bewerken]

A. Inkwartiering Duitse Troepen.[bewerken | brontekst bewerken]

Afgezien van enkele inkwartieringen van korte duur, zijn gedurende de Duitse bezetting vanaf 15 mei 1942 tot 6 mei 1943 ingekwartierd geweest, 650 militairen ener Flakausbildungs Abteilung. Zij hadden daartoe het grootste gedeelte van het moederhuis aan de Pastoor van Erpstraat in beslag genomen, n.l. alle zich daarin bevindende pensionaten en scholen, met uitsluiting van een gedeelte van de kloosterruimte.

B. Strafopleggingen vanwege de Duitse bezetting.[bewerken | brontekst bewerken]

In het begin van de maand maart 1942 zou er in de bioscoop te Schijndel vanwege een N.S.B. (Nationaal Socialistische Beweging) organisatie een film in Schijndel worden gedraaid. Tijdens de voorstelling werden voor- en achter de banden van de bestelauto van de filmorganisatie plankjes met grote spijkers erin, gelegd. Het gevolg was, dat bij het vertrek uit de gemeente de banden radicaal werden stuk gereden. De bezetter legde als straf een boete op van 1000 gulden. Op 11 maart 1942 werd een kohier tot dat bedrag opgemaakt. 247 Schijndelse personen brachten dit bedrag bijeen. De bezetter eiste indertijd een bedrag van 1000 gulden als zoengeld, om welke uitdrukking de ingezetenen moesten lachen. Hier te lande gebruikte men in vroeger eeuwen ook deze benaming. Men moet het opnemen als verzoening.

0p 9 augustus 1944 werd een landwachter (de landwacht was een door de N.S.B. ingestelde soort van politieorganisatie) zwaar mishandeld. Als straf daarvoor eiste de betreffende Duitse instantie, dat 100 Schijndelse mannen voor drie maanden in de provincie Zeeland zouden gaan werken en dat 100 rijwielen moesten worden gevorderd. Na moeizame onderhandelingen bracht men het er af met de levering van 10 rijwielen.

Nadat reeds op 4 september 1944, daags voor de befaamde “Dolle Dinsdag" toen het Duitse leger in grote wanorde en met behulp van allerlei bespannen boerenkarren, tot zelfs kruiwagens e.d. toe, terugtrokken, werden door de verzetsbeweging de rails van de spoorlijn in deze gemeente zodanig bewerkt, dat de Duitse treinen grote stagnatie ondervonden. Op 5 en 8 september werden die aanslagen herhaald. Het gevolg daarvan was, dat in de voormiddag van zaterdag 9 september, wegens uitstedigheid van de burgemeester, de secretaris in het stationsgebouw te Schijndel werd ontboden bij de Duitse chef van het station Boxtel en een Hauptmann der Wehrmacht. Door deze woedende heren werden de burgemeesters van Schijndel en Veghel gelast, dat elke nacht 20 burgers tussen 25 en 35 jaren, met 1 politieman uit elk der gemeenten Schijndel en Veghel te 21 uur moesten aantreden aan de politiebureaux van die gemeenten. Elke politieman moest met de 20 burgers het baanvak Schijndel-Veghel bewaken vanaf 22 tot 5 uur in de morgen. De burgemeesters moesten de namen van de door hen aangewezen burgers opgeven. Zij moesten worden gekozen uit de rijksten en aanzienlijksten.
Indien er desondanks nog iets aan de rails zou mankeren, kon men rekenen op de volgende straffen: 1 op de 10 mannen, 1 op de 50 vrouwen en 1 op de 100 kinderen zouden op de markt worden doodgeschoten of aldaar worden verhangen. De burgemeester werd in een uiterst moeilijke positie gebracht. Mocht hij gevolg geven aan de gegeven bevelen? Teneinde raad verzocht hij de notabelste ingezetenen, waaronder ook de deken en de pastoors, diezelfde dag ten gemeentehuize. Uitvoerig werd van gedachten gewisseld. Doordrongen van de gruwelijke maatregelen, welke de Duitsers ongetwijfeld zouden nemen, werd unaniem geadviseerd de gegeven bevelen op te volgen. Deze bewaking heeft slechts enkele dagen geduurd, zonder dat de aangewezen bewakers daar bezwaar tegen maakten. De spoorrails werden niet meer beschadigd.

C. Vordering arbeidskrachten.[bewerken | brontekst bewerken]

Op 16 augustus 1944 werden door het arbeidsbureau te ‘s-Hertogenbosch voor de opvolgende dag gevorderd, 110 personen om te gaan werken op de vliegvelden. Zij moesten te 7.15 uur aan het station zijn voor vervoer met een extra trein. Aan slechts enkele personen werd een briefje uitgereikt en dan nog met het advies om niet weg te gaan. Deze vordering liep faliekant uit, mede in verband met een zwaar bombardement van de vliegbasis op die dag of een dag later.
De spoorlijn Boxtel-Wezel (Duitsland), welke door deze gemeente loopt heeft gedurende de gehele oorlogstijd enorm veel te verwerken gehad. Wij herinneren ons nog goed, dat treinen vol Franse krijgsgevangenen, ons dorp passeerden op weg naar Duitsland. Dan het materiaal en troepenvervoer gedurende de oorlogstijd en ook na de bevrijding vanwege de geallieerden.

De Bevrijding.[bewerken | brontekst bewerken]

In de voormiddag van zondag 17 september 1944 heerste er een ongekende bedrijvigheid in de lucht. Geallieerde verkenningsvliegtuigen cirkelden op geringe hoogte door de lucht en bestookten de Duitse geschutstellingen. Het waren de voorboden van het luchtlandingsleger.
Rond twee uur in de middag verschenen de eerste vliegtuigen met hun gliders. Het was een fantastisch schouwspel. Honderden vliegtuigen, met daaraan de gliders bevestigd, kwamen over gevlogen. Er scheen geen eind aan te komen. In de richting van de Koevering zag men manschappen per parachute de vliegtuigen verlaten. Zij behoorden tot het 101e regiment luchtlandingstroepen van het Amerikaanse leger. Vele ingezetenen spoedden zich naar die richting, waar het bezaaid lag met parachutes en waar de bevrijders vol enthousiasme werden begroet. Zij kwamen terug met sigaretten, chocolade, koffie e.d. en parachutes, waar men later jurkjes van maakte voor de kinderen. Iedereen was dol van vreugde, omdat men Schijndel al bevrijd waande. Maar helaas, het zou nog geruime tijd duren voor aleer de bevrijding een feit was. De oorlog zou nog in volle hevigheid over Schijndel losbarsten.

De Duitse Wehrmacht liet de parachutisten vanzelfsprekend niet ongemoeid. De parachutisten waren ingezet om de corridor, welke liep van Eindhoven via Sint-Oedenrode-Veghel-Uden-Zeeland-Grave naar Nijmegen en Arnhem, open te houden en te beschermen. Daar zou immers over enkele dagen het Engelse leger, waarover maarschalk Montgomery het bevel voerde, optrekken naar Arnhem, om van daaruit het Duitse Roergebied binnen te vallen. In de vroege ochtend van 18 september, de dag na de parachutistenlanding, zag men de Duitsers van de richting Den Bosch, Schijndel binnen sluipen. Zij gingen via de spoordijk naar de richting Eerde, van waaruit men weldra schoten hoorde lossen. In de buurt van het station alhier stelden de Duitsers veel geschut op. Het geregelde afvuren daarvan bracht grote schrik onder de bewoners in de omgeving van het spoorstation, hetwelk werd ingericht als lazaret. ‘s-Middags brachten honderden geallieerde vliegtuigen versterking en aanvoer van materiaal. De omgeving van het stationsgebouw werd met schrik bevangen en nam de vlucht naar het centrum, waar zij liefderijk werden opgenomen in de gezinnen van familie en kennissen.
De opvolgende dinsdag namen de gevechten in hevigheid toe. De zwaarste gevechten speelden zich af rond de spoorbrug over de Zuid-Willemsvaart. Het steeds groter vervoer van Duitse gewonden wees er op, dat er uiterst fel werd gevochten. De ontruiming van de Rooiste Heide en de Rooiseweg wordt massaal. De zeer soliede schuilkelder van Jansen de Wit’s kousenfabrieken en de kelders van het Moederhuis aan de Pastoor van Erpstraat werden als eerste opvangcentra ingericht. Vele jongeren begaven zich naar Veghel om aan de bevrijdingsfeesten deel te nemen en keerden met hoopvolle berichten vandaar terug.
Op de toenmalige markt (de zuidwestelijke hoek van de Hoofdstraat/ Kloosterstraat) werd door de Duitsers luchtafweergeschut van zwaar kaliber opgesteld. Het afschieten daarvan bracht een ware ravage in de huizen van de omwonenden. In de omtrek werden de meeste ruiten vernield en in de dichtstbijzijnde huizen vielen de plafonds naar beneden.
De trek van geallieerde vliegtuigen met gliders kon men op die dag ook weer zien. Zelfs was er een glider in de Houterd terecht gekomen. De vier Amerikaanse bemanningsleden werden met veel heldenmoed terstond in bescherming genomen en belanden weldra in het St. Lidwinagesticht aan de Boschweg, alwaar zij met nog 18 andere landgenoten de gehele beschietingstijd werden schuil gehouden.

De Eerwaarde Overste (moeder Veronica Seelen) ontving daarvoor op 9 februari 1947 uit handen van de secretaris van de Military Intelligence Service, U.S. Army, “De Medal of Freedom", nadat zij tevoren reeds was onderscheiden door H.M. de Koningin, die haar had benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau”.

Ook op 21 september werd hevig gevochten in de Rooise Heide. De nacht van 21 op 22 september was zeer onrustig. Een groot gedeelte van de ingezetenen bracht de nacht in de kelder en de schuilkelders door, want er werd op vele plaatsen geschoten met mitrailleurvuur. De meeste mensen waren die ochtend in alle vroegte opgestaan en zagen tot hun verbazing en vreugde, dat de Amerikanen met het geweer nog in de aanslag door de straten liepen en die zuiverden van Duitse militairen. Deze Amerikaanse soldaten, welke de aanduiding “Air-Born” (in de lucht geboren) op de bovenmouw droegen, liepen op schoenen met dikke rubberzolen, zodat men ze niet hoorde naderen. Uit vele huizen in het centrum der gemeente werden Duitse soldaten gehaald. Deze werden met beide handen in de nek gefouilleerd en naar het patronaat in de Kluisstraat of naar de kousenfabrieken overgebracht.
De steller hiervan heeft met eigen ogen aanschouwd, dat twee sluipschutters in die ochtend, trachtten in de Kloosterstraat met een mitrailleur enkele Amerikanen onder vuur te nemen. Zij hadden er echter niet op gerekend, dat twee Amerikanen zich achter hun rug met hun geschut verdekt hadden opgesteld in een voortuintje van een huis in de Hoofdstraat en vandaaruit de Kloosterstraat beheersten. Nauwelijks hadden zij hun mitrailleur opgesteld, of er vielen twee welgemikte Amerikaanse schoten en beide sluipschutters waren morsdood.
In de buurtschappen Putsteeg en Schoot boden de Duitsers taaie tegenstand. Engelse tanks, waarover de geallieerden de beschikking hadden, werden ingezet en tegen één uur des middags was ook het verzet dáár gebroken, zij het met het verlies van vier boerderijen in de Putsteeg en twee op de Schoot, welke alle in vlammen op gingen.

Schijndel verkeerde in een stemming van ware vreugde. De bevrijding had immers geen zware tol geëist. Groot was echter de verslagenheid, toen men hoorde, dat de Amerikanen zich moesten terugtrekken naar de richting Veghel, omdat de Duitse troepen elders een doorbraak door de corridor hadden geforceerd. Te zeven uur die avond verlieten zij met ongeveer driehonderd krijgsgevangenen de gemeente.
Te rekenen vanaf het centrum van Wijbosch, was Schijndel bevrijd tot het postkantoor in de Hoofdstraat en de zuivelfabriek in de Toon Bolsiusstraat. Vele ingezetenen durfden de opvolgende nacht niet meer in hun huizen of kelders te blijven en daarom steeg het aantal evacués in de schuilkelders van het moederhuis en de kelders van de slagerij Geerkens op de zuidoosthoek van de Hoofdstraat-Kluisstraat.
De nacht van 22 op 23 september was vrij rustig, in de morgen van 23 september vielen de eerste granaten in Schijndel. Het winkelpand van de drogist van Lier tegenover de vooringang van de kerktoren, het woonhuis, bewoond door de oud-gemeentebode Adr. Persons, Hoofdstraat 164 en een huis, juist achter de kerk in de Vicaris van Alphenstraat, moesten het ontgelden. Men had zich niet kunnen voorstellen, dat een granaat zo’n ruïneuze uitwerking kon hebben. Intussen kwamen op die dag de eerste Duitse patrouilles Schijndel weer binnen geslopen van de richting ‘s-Hertogenbosch. Hun aantal werd steeds groter en groter en zij vertrokken naar het slagveld, de richting van de corridor, welke doorbroken moest worden. Van die tijd af vielen er steeds meer en meer granaten in de gemeente. Al spoedig werd het Duitse zware geschut midden in het dorp, ook tegenover het toenmalige raadhuis, opgesteld en afgeschoten. Dit vuren werd prompt beantwoord door de geallieerden. De geallieerde verkenningsvliegtuigen, welke toen voortaan de alleenheerschappij in de lucht hadden, vlogen onverschrokken boven de gemeente om de plaatsen op te sporen van het vijandelijk geschut.
Het leek wel of de gehele Heikant in vlammen zou opgaan, toen een wagen met benzinevaten in de vroege morgen van 26 september door een granaat werd getroffen. In de middag van die dag werden alle ingezetene ten zuiden van de kousenfabriek als eersten aangezegd om binnen één uur hun woning te verlaten. De verslagenheid was groot. Men zag de mensen in optocht, met alle mogelijk en onmogelijke vervoermiddelen en belast en beladen, door de straten trekken. De schuilkelders in het moederhuis en de slagerij Geerkens raakten gestadig aan vol. Daarbij kwam nog dat de schuilkelder van de kousenfabriek, waar meer dan 200 evacués verblijf hielden, ook ontruimd moest worden.
Omstreeks 18.45 uur verschenen enkele Typhoons in het luchtruim en wierpen hun raketten op het Duitse afweergeschut midden in het dorp. De ravage, welke in slechts enkele minuten werd aangericht, was ontzettend. De verliezen aan Duitse militairen niet meegerekend, waren er 18 doden te betreuren en vele zwaar gewonden kermden om hulp. Van een vluchtend gezin van 7 personen bleef niemand gespaard, allen kwamen om het leven. De angst nam daardoor begrijpelijkerwijze toe. Verschillende ingezetenen namen met medenemen van vooral beddengoed en proviand de wijk naar St. Michiels-Gestel en Den Dungen. Diezelfde nacht was er wederom een hevig kanongebulder en viel een regen van granaten in de gemeente.

Heel vroeg in de morgen van woensdag 27 september kwamen er vluchtelingen uit Wijbosch bij de schuilkelders aan. Een zeer trieste aanblik gaf de vlucht van de niet minder dan 85 zusters uit het klooster (rusthuis) te Wijbosch. Terwijl de granaatscherven hen om de oren vlogen, belandden deze oude -en voor het merendeel hulpbehoevende- zusters te Schijndel aan het moederhuis. Zelfs waren er zusters, die in een kruiwagen werden vervoerd. Zo hevig was het granaatvuur op het klooster te Wijbosch, dat meerdere zusters van schrik de nacht in de kloostertuin hadden doorgebracht. Hun ellende is niet te beschrijven.
Ondertussen werd er ook veel vee, hetwelk in de weiden liep, gedood of getroffen. Dit vee werd spoedig opgehaald en afgeslacht in het slagersbedrljf van Geerkens of in de slagerij van het moederhuis. De geëvacueerde kwamen, wat dat betreft, niets te kort. Ook fruit was er volop. De grond onder de bomen lag bezaaid daarmede.
De slagerij van Geerkens diende ook als gaarkeuken voor de burgers, welke in hun huizen waren gebleven.

Het raadhuis stond op 28 september omstreeks s 23.30 uur volop in brand. Slechts het achtergedeelte, hetwelk in 1914 was aangebouwd, bleef behouden met uitzondering van het oud archief, hetwelk geheel verloren ging. Men mag wel aannemen, dat dit moedwillig door de Duitsers in brand is gestoken. Daar lagen immers vele parachutes, rubberbootjes, zaklantaarns enz. enz., welke door de burgers waren ingeleverd en zoals dat tot dan toe gebruikelijk was, werden verzameld ten gemeentehuize, in afwachting van het transport naar de polizei-officier te Vught, die intussen echter ook zijn post had verlaten. De Duitse soldaten namen dat anders op en beschouwden het als een opslagplaats van de verzetsstrijders. Hun oog viel daar des te meer op, toen een raket juist bij een zijdeur van het gemeentehuis was gevallen en die voor het grootste gedeelte versplinterde.

Iedere dag en nacht bleef het granaatvuur zijn verwoestend werk verrichten. De weinigen, die zich op de straat begaven, buiten de geëvacueerde gebieden, wisten wat zij te doen hadden. Hoorden zij het gefluit van granaten in de lucht dan vielen zij plat op de grond, teneinde de trefkans te verkleinen.

Iedere dag bracht nieuwe geëvacueerde aan de kelders bij het moederhuis, Geerkens, zuivelfabriek, bierkelder van C. Swinkels, het St. Lidwinagesticht en het St. Servatiusgebouw enz. De zusters van het moederhuis moesten dagelijks 2 warme maaltijden verzorgen voor 950 personen. In de kelders van Geerkens waren 382 personen ondergebracht.
Op 1 oktober moest het resterende gedeelte van de Hoofdstraat tot aan de Pompstraat evacueren. De St. Servatiusstraat was toen al ontruimd. Dit bracht weer uitbreiding van plundermogelijkheden. De commanderende Duitse officier was gelegerd in de villa van de heer H.P.C. Jansen z.g., gelegen aan het zuidelijk niet ontruimde gedeelte van de Hoofdstraat. De Duitse soldaten hadden het ook gemunt op horloges. Zij vorderden die eigenmachtig van de ingezetenen, die op straat liepen.

Het was voor de ingezetenen onmogelijk om nog naar de kerk te gaan. De kerk en de pastorie te Wijbosch lagen in puin. Daar waren trouwens ook geen burgers meer. De H.H. Missen werden opgedragen in de schuilkelders, waar men ook de H. Communie ontving.
Op 3 oktober, daags nadat in de Hoofdstraat drie flinke woonhuizen totaal waren uitgebrand, moesten de buurtschappen Houterd, Keur en Vossenberg ontruimd worden. Later volgden de buurtschappen Elschotseweg, Lieseind en Hermalen.

Met het vorderen van jongelieden, vooral in de grote schuilkelders, werd aangevangen op 7 oktober. Deze jonge mannen moesten op aanwijzingen van de Duitsers, stellingen graven in buurtschappen, welke regelmatig werden beschoten. Gelukkig werden daarbij geen werkers gedood. Tot 15 oktober bleef men voor regen gespaard. Op die dag echter had het flink geregend en men kan zich voorstellen, dat dit een nieuwe ellende betekende, immers vele daken der huizen waren kapot geschoten of door de luchtdruk eraf gevlogen.
In de nacht van 17 op 18 oktober brandde het prachtige klooster in het anders zo rustige Wijbosch geheel uit, de meisjesschool aldaar onderging hetzelfde lot. In Wijbosch bleef slechts de jongensschool, zij het dan zwaar gehavend, behouden.
In de morgenuren van zondag 22 oktober werd Schijndel gedurende twee en een half uur onafgebroken onder ongemeen zwaar artillerievuur genomen. De schrik bij de mensen nam daardoor in grote mate toe. In de nacht van 22 op 23 oktober om tien minuten voor twaalf bulderde een oorverdovend kanongebulder op Schijndel. Dit hield zonder onderbreking aan tot een uur. Dit was nog maar het voorspel van hetgeen te kwart voor zes aanving. Het leek wel of alles, wat er in Schijndel nog overeind stond, met de grond gelijk gemaakt moest worden. Deze verschrikkingen zijn niet onder woorden te brengen.
Om half acht werd het stiller. Men kon toen de tanks in de verte horen naderen. Te acht uur kon men zeggen, “'Schijndel is bevrijd”. Honderden tanks en andere gevechtswagens reden door Schijndel. Iedereen was dol van vreugde, dat men niets meer te vrezen had. Het waren de officieren en manschappen van de befaamde Schotse Highland Division, die onze gemeente hebben bevrijd. Hen ter ere werd bij raadsbesluit van 28 mei 1947 aan een straat de naam Distelstraat gegeven. De distel is n.l. het nationale embleem van Schotland. Als distinctief droegen zij een distelafbeelding op de bovenmouw.
Hierna volgt als sluitstuk nog een kort overzicht, aangevende het getal der gesneuvelde burgers en van hetgeen vernield werd.: 79 personen sneuvelden als gevolg van de beschieting met granaten of een bombardement. Onder dit getal zijn er 9 die na de bevrijding op een mijn liepen en aan de gevolgen daarvan overleden.

a. 217 woningen en andere gebouwen werden verwoest of zwaar beschadigd;
b. 91 boerderijen werden verwoest of zwaar beschadigd;
c. 325 woningen en andere gebouwen werden zwaar beschadigd, maar herstelbaar;
d. 511 woningen en andere gebouwen liepen lichte schade op (dakschade en kleine reparatiën);
e. 623 woningen en andere gebouwen hadden uitsluitend glasschade.

In het getal onder a zijn begrepen 31 winkel-(woonhuizen) en café-(woonhuizen), 4 fabrieken en werkplaatsen, de kerk met pastorie te Wijbosch, de kapel van het klooster te Wijbosch, het gemeentehuis en 5 scholen en kantoren.
In het getal onder c zijn begrepen 45 winkel-(woonhuizen) en café-(woonhuizen), 7 fabrieken en werkplaatsen, 6 scholen en kantoren, de kapel van het moederhuis, het spoorstation en ook de Heeswijkse brug.
In het getal onder d zijn begrepen 44 winkel-(woonhuizen) en café-(woonhuizen), 9 fabrieken en werkplaatsen, de moederkerk, het St. Lidwinagesticht en 6 scholen en kantoren.
In het getal onder e zijn begrepen 23 winkel-(woonhuizen) en café-(woonhuizen), 8 fabrieken en werkplaatsen, de 0.L. Vrouwkerk aan de Boschweg en 5 scholen en kantoren.
Tot zover dan hetgeen zich voordeed tot de dag van de bevrijding, zijnde 23 oktober 1944.

Wij willen besluiten met de opmerking, dat ter wille van de beknoptheid veel onbesproken is gelaten en dat dit verhaal dan ook geenszins aanspraak mag maken op volledigheid.

april 1966.
A.J.L. van Bokhoven

Bronnen, noten en/of referenties
  1. BHIC 5183 - 4046.