Welkom op Schijndelwiki - de encyclopedie voor Schijndel

U kunt ons steunen door lid van de Heemkundekring Schijndel te worden.

Klik HIER om lid te worden

Iedere dinsdagochtend zijn wij tussen 10 en 12 uur in de heemkamer: Cultureel Centrum 't Spectrum, Steeg 9 g, Schijndel.

Pompstraat

Uit Schijndelwiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Pompstraat[bewerken]

Raadsbesluit 26 augustus 1937.[bewerken]

Pompstraat.
Voor meer details klik hier.
Pompstraat.
Voor meer details klik hier.
Pompstraat.

Deze straat werd reeds sinds mensenheugenis zo genoemd. Kennelijk omdat op het aanknopingspunt van die straat met de Hoofdstraat buiten het eigenlijke weggedeelte en in de Hoofdstraat in het jaar 1757 reeds een gemeentepomp stond.
Deze pomp leed ook oorlogsschade en werd reeds sinds meerdere jaren niet meer gebruikt.
Vooral om verkeerstechnische redenen werd de pomp omstreeks het jaar 1945 opgeruimd.

De Schijndelse dorpspomp en de Pompstraat[bewerken]

Inleiding[bewerken]

Met een ingrijpende reconstructie van de Hoofdstraat in het verschiet, is er discussie ontstaan rond de plek waar een nieuwe dorpspomp een plek zou moeten krijgen. Ooit stond die pomp op de noordoostkant van de hoek Hoofdstraat-Pompstraat. Die pomp verdween kort na de oorlog, enerzijds vanwege de beschadigingen die waren opgelopen maar vooral vanwege verkeerstechnische redenen. Later kwam er ter herinnering hieraan, een pomp op de tegenovergelegen hoek van het marktplein. Die moest in 2012 het veld ruimen voor de bouw van de Glazen Boerderij. De eerste pomp dateert van 1734 en vormde een markant punt in het dorp zoals Henk van Roessel beschreef in zijn bespiegelingen over het Schijndel van vroeger: Op Maandagmerrege het ontmoetingspunt veur de huisvrouwen uit de Straat, de Kerkstraat en de Pompstraat. Immers er moest water gehaald worden veur de was. Water van een bizundere kwaliteit. Nog lange tijd nadat Schijndel waar aangesloten op de waterleiding, gong men daar water halen. Het waar zo lekker zacht. Men kos er zijn eigen zo fijn mee wasen.

De pomp is in de loop der jaren menigmaal van aangezicht veranderd zoals blijkt uit oude foto's. Ze was ook heel anders dan de pomp die enige decennia het marktplein sierde. Ofschoon er ongetwijfeld veel te vertellen valt over de functie die deze pomp vervulde, wordt hierna toch vooral ingegaan op de straat die aan de pomp haar naam ontleende: de Pompstraat. Dat was ook de aanleiding voor een bescheiden tentoonstelling door De heemkundekring Schijndel georganiseerd in het Jan Heestershuis in 2002 over “het Straatje van Jan J.H. Heesters maar niet van hem alleen.”

Betekenis[bewerken]

In de boeken komen we de naam Cavoepstraat menigmaal tegen naast de naam Pompstraat. Steeds meer raakt men ervan overtuigd dat Henk Beijers het bij het rechte eind heeft ondanks dat hij met enige twijfel stelt dat “cavoep” wel eens iets te maken zou kunnen hebben met het geluid van de piepende pompzwengel. Want het woord “cavoep” heeft met zo'n geluid te maken. Denken we maar eens aan het duo Kafoep (Greetje Radema en Martha Boonstra) dat zijn naam heeft ontleend aan het oud-Groningse woord voor trekzak. En in het Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 66 E.J. Brill, Leiden 1949 vinden we dat met het voorvoegsel “ka-” en het werkwoord foeperen of foepelen (is op- en neergaan) ook in Oerle het woord “kafoep” staat voor een trekharmonica.

Diezelfde betekenis komen we tegen in een fraai geschrift, de Jeugdherinneringen van Meester Schoofs:

Ik was niet meer dan een jaar of acht. Moeder moest op boodschappen uit. - "Zeg, Jefke, wilt gij boter stoten terwijl ik naar Sint-Truiden ga ?” - "Ja, mam". Hoe ongaarne ik het ook deed, ik kon moeilijk neen zeggen tegen moeder. Zij had het al zo kwaad met haar huishouden, haar beesten en haar bende kwajongens. Zittend op een stoel in de hoek van de keuken, de kroeg tussen de knieën begon ik de stomper op en neer te laten gaan. Kafoep! kafoep! ging dat bij elke stoot in de room. Honderdmaal keek ik onder het deksel in, maar van die klont boter, gelijk ik moeder in de waskuip had zien bewerken was nog geen spoor te vinden. Wel zag ik op een bepaald ogenblik kleine klontjes boter drijven, maar ik meende dat het een hele blok moest worden. Men kan op die ouderdom toch alles niet weten. En dan ging het maar Kafoep ! kafoep ! met de rechterhand dan met de linker. Mijn armen deden mij op den duur zo pijn, dat ik er wel van gehuild zou hebben. Maar ik moest en zou boter hebben, als moeder thuis kwam.

En dan is er nog de Brabantse spreekwoordenbijbel van E. Mandos waarin we vinden: “Advent of geen advent, toch maar kafoep” (Advent of geen advent, toch maar muziek). Het betekent iets in de trant van: een knoop doorhakken, een beslissing nemen.

Verhalen[bewerken]

Ondanks alle nieuwbouw en ondanks alle veranderingen die er de afgelopen eeuw hebben plaatsgevonden, is de Pompstraat nog altijd met afstand het mooiste straatje van Schijndel. Tegenwoordig lijkt het meer dan ooit “het straatje van Jan Heesters” maar het was en is zeker niet alleen van hem. Wie over Heesters meer wil weten kan terecht in het door hem aan de gemeente nagelaten museum waar tegenwoordig de ene fraaie tentoonstelling na de andere te zien is.

Neem bijvoorbeeld Piet van Tartwijk, getrouwd met Gontje Vink. Henk van Roessel: de meeste Schijndelaren spraken nooit van Piet van Tartwijk. Nee het was altijd: “Haal het maar eventjes bij Gontje Vink”. Er werd zelfs ook vaak gesproken van Bertha Vink. Maar dat was een vergissing. Bertha was wel uit de familie. Een familieband, die vrij ingewikkeld in elkaar zat.

Maar Gontje Vink was getrouwd met Piet van Tartwijk, de molenaar van Den Boschweg. De officiële naam was “Molen Het Hert”. Piet was dus molenaar, terwijl zijn vrouw een winkel dreef. Nu zou men spreken van een winkeltje, maar in die tijd was het een winkel. Men zou haast kunnen spreken van een bazar. Zeker gezien de aantal artikelen, die Gontje verkocht in haar winkel. Kruidenierswaren. Niet verpakt, maar los. Zoals suiker en meel. Ook groene zeep voor de was, werd los verkocht. Wilde men echter zeep hebben, dan moest men een handdoek meebrengen voor de verpakking. Maar ook verkocht Gontje textiel. Hoofdzakelijk lappen stof. Men sprak toen van ellengoed. Rookartikelen had Gontje ook in haar assortiment. En schoolartikelen, zoals een sponzedoos, griffel, gummen, schriften en niet te vergeten plakplaatjes. Ook verkocht zij speelgoed, maar dan alleen in de Sinterklaastijd. Eind Oktober werden de speelgoedartikelen van zolder gehaald, die overgebleven waren van het vorige jaar, deze werden dan aangevuld met enkele nieuwe artikelen. Waren de Sinterklaasdagen voorbij, dan ging de overschot weer naar de zolder. Men kon er ook snoepgoed kopen. Zoethout, drop, kauwgom, allemaal snoepgoed voor een cent. Serviesgoed, zoals kop en schotel, had ze ook nog in haar collectie. Daarbij had ze ook nog de zorg voor haar gezin.

Toos, een van de dochters van Piet en Gontje en nooit verlegen om een sterk verhaal, vertelde ooit de volgende anekdote. Toen Toos van Tartwijk uit de Pompstraat trouwde met Wim van Riel uit Eerde, verhuisde zij naar de Elschotseweg, maar fietste nog dagelijks naar de Pompstraat, naar haar moeder. Het was een vaste gang van zaken. Dat er op een gegeven moment aan het begin van de straat een bordje kwam te staan met ”verboden in te rijden”, ach, dat kon Toos niet deren. Zij fietste haar gewone weg zoals zij al die jaren al gedaan had. Tot de dag dat zij werd aangehouden door een jong agentje. ”Of zij dat bord niet had zien staan?”. Toos was zich van geen kwaad bewust. Een bord? Nee, dat was haar niet opgevallen. Het agentje bleef er echter op hameren dat het bord er toch echt stond en niet voor niets. Toos liet zich niet uit het veld slaan door de koddebeier. ”Ik heb geen bord gezien”, hield Toos vol, ”en als je me niet gelooft: hier heb je mijn oog en kijk maar eens of jij een bord ziet!”. Toos haalde haar glazen oog uit de kas en gaf het de agent. Die werd heel stil en trok wit weg. Toos kon doorfietsen en heeft geen problemen meer gehad. En dat oog? Tijdens de granaatweken in het najaar van 1944 was Toos een oog kwijtgeraakt en daarom droeg zij sinds die tijd een glazen oog.

Aan het begin van de Pompstraat waar voorheen eerst vader Antoon en later zoon Peter Ausems hun modezaak hadden en waar nu Vousten Mode is gevestigd, stond ooit Herberg De Wildeman – het heette ook nog even café Modern – van de familie Schrijvers. Daar begint het verhaal over het Sleutjes Spook, zoals geschreven door Ignatius Theodorus Welvaarts, prior van de abdij van Postel, geboren 20 Juni 1840 te Schijndel. Later werd het verhaal herschreven door zuster Teresa van de Congregatie van de Zusters van Liefde uit Schijndel. Henk van Roessel: Op d’n anderen hoek woonde Gerard Hovenier, afkomstig uit Leeuwarden, die daar een kruidenierszaak had, samen met zijn vrouw, Later kreeg die zaak de naam van Tafi, een inkoop combinatie op het gebied van levensmiddelen. Een van de vier levensmiddelen zaken, die er in de Pompstraat gevestigd waren. Zij hadden een zoon, Jan, een heel bekende figuur uit de vorige eeuw. Jan was jarenlang wethouwer in onze gemeente en lijsttrekker veur de middenstand. De zaak kreeg zoveel bekendheid, dat men sprak over d’n Tafi, Jan d’n Tafi. Later veranderde die naam in de Spar. Het werd toen natuurlijk Jan de Spar. In hetzelfde pand van Hovenier woonde de familie Albert Deelen. Zowel de familie Jan Hovenier als Albert Deelen hadden een kinderrijk gezin. Wat ze echter niet hadden, was speelruimtes. Het perceel was nagenoeg helemaal volgebouwd. De kinderen speelden dan ook vaak op straat, maar dat gaf in die tijd geen enkel probleem, als alleen op werkdagen rond de klok van twaalf uren, als veldwachter van Osch, gedurende vijftien minuten het verkeer moest regelen. Maar dan zaten die keinder waarschijnlijk allemaal al aan de soep en èrpels.

Verder de Pompstraat in woonde aan de linkerkant meester Teurlings. Onderwijzer aan de jongensschool in de pompstraat. de Sint Lambertus School, maar deze naam werd in die tijd zelden of nooit gebruikt. Het waar altijd de jongensschool in de Pompstraat. Maar daarveur stonden twee klein huiskes van de fundatie. Daar woonde Jan Staak, los werkman en in het aander Hanneske van Schaaijk mi zijn vrouw Martje Valks. Martje gong dikwijls bij de mevrouws in de straat werken. Veural in het najaar. De tijd van d’n inmaak. Groenten schoonmaken. Hanneske, heure mens waar mandenmaker. Dat kos ie uit de kunst, maar hij kon ook schietbussen maken. Die maakte hij van vlierhout. Zo af en toe kreeg ik er wel eens een van hem. Met een propke papier konde, nadat ge een welleke goed op dat propke had zitten knauwen, een aardig eindje wegschieten. Ge moest er allinnig veur zurgen, dat de meester het niet zaag, want dan waarde oew schietbus kwijt.

Schilder[bewerken]

Naast het huis Pompstraat 10 - een gevelsteen herinnert nog aan het feit dat Gerardus Buenen er de eerste steen van legde in 1922 - kwam het huis van Janus van Lier, de vader van Tijn van Lier, bekend drogisterij en schildersbedrijf. Later is daar de familie Polfliet komen wonen en weer later Laurent (Léran) Watervoort die later faam verwierf als schilder. Leran Watervoort was in 1915 geboren in Venray maar verhuisde later naar Helmond. In 1947 kwam hij naar Schijndel waar hij een garagebedrijf begon op de hoek van Kluisstraat en Hoofdstraat, op de plek waar nu de Hermétage staat; voorheen zat daar Sjef van Heeswijk, een kleurrijk figuur waarover al eens een boek werd geschreven door diens zoon Merijn. Léran had zijn bedrijf in Schijndel niet lang en ging vervolgens werken bij zijn broer in Den Bosch. Inmiddels was hij getrouwd met een Schijndelse, Zus Barten. het paar betrok toen Pompstraat 12. Een hartaanval noopte Watervoort het rustiger aan te gaan doen en dat was het moment dat Léran ging schilderen. Hij kwam in feite uit een artistieke familie: zijn grootvader, ene Kusters, was kerkschilder en werkte o.a. in Franeker en Venray. Kans om kunstschilder te worden was er echter indertijd niet voor de jonge Léran maar zo rond het midden van de jaren zestig kon hij zijn droom alsnog in vervulling doen gaan. In 1967 exposeerde hij met succes in het gemeentehuis. Menig Schijndelaar bezit iets van Watervoort. Jarenlang maakte hij ook tekeningen voor het parochieblaadje en daarop was o.a. een schets van de Pompstraat te vinden. Ofschoon autodidact, zat hij samen met Theodorus van Oorschot en Jan Sonnemans uit Sint-Oedenrode in een clubje dat zich wekelijks in Eindhoven bekwaamde in het modeltekenen. Lang heeft Watervoort niet van zijn nieuwe passie kunnen genieten. Hij stierf al in 1970.

De heg[bewerken]

Sinds mensenheugenis wordt de tuin van de Zusters van Liefde omgeven door een fraaie haag. Het oudste deel daarvan is te vinden aan de Pastoor van Erpstraat, de heg aan de Pompstraat is in zijn huidige vorm van jonger datum want ooit herplant na reconstructiewerkzaamheden. Achter die heg lag voor ons, schoolkinderen, een soort van geheim land. Streng verboden maar toch aantrekkelijk. En achter die heg zag je ooit witte schimmen bewegen en hoorde je het gelach van jonge meisjes, de kwekelingen, die hier hun gymles kregen. Op mooie zomeravonden hoorde je diezelfde kwekelingen zingen. Hun gezang klok dan op door de openstaande ramen van de kapel van het Moederhuis Pastoor van Erpstraat.
Kwekelingen, zo werden de studentes van de Kweekschool, de latere pabo, genoemd. Zij waren veelal intern en onderwijzeressen uit heel Brabant en van ver daarbuiten, hebben hier een degelijke opleiding genoten.
Toen je op de middelbare school zat, op gymnasium Bernrode in Heeswijk, kregen zij met deze dames dansles op de spiegelgladde tegels van de recreatiezaal. Niemand minder dan wereldkampioen Wim Voeten reisde hiervoor vanuit Den Bosch af naar Schijndel met zijn danspartner Jeanne Assmann en bracht dan zijn koffergrammofoon en platen mee. Herinnerd wordt nog hoe zij daar rondwalsten op de tonen van “Little man”, de hit van Sonny en Cher. Dat alles onder het wakend oog van een der Zusters en van een meegereisde Norbertijn. Zij gingen op de fiets naar Schijndel, alleen bij noodweer reed er een bus van De Mol uit Sint-Oedenrode.

Bewoners van de Pompstraat (huisnummerboek 1945)[bewerken]

Nr. Voornaam Tussenvoegsel Achternaam Bijschrift
1 Alb. Deelen
2 H. van Schijndel
3 Weduwe P.N. Ausems
4 Weduwe Fr. J.H. Schrijvers Doorgehaald. Toegevoegd;: Teurlings
5 A. v.d. Broek e.a. Doorgehaald
6 Ant. Russens
7 Adr. J. Brus Doorgehaald. Toegevoegd: V.d. Broek, A e.a.
10 Ant. Buenen
11 J.J. v.d. Staak
12 G. Polfliet
13 Joh. van Schaijk
15 P. van Tartwijk
17 J.H. Heesters
21 A. Cromsigt
23 Jac. van Kessel
25 R.K. Jongensschool
27 A. v.d. Heuvel Doorgehaald. Toegevoegd: Van Oorschot, A.
29 Petr. Broks Toegevoegd: V.d. Ven, Weduwe Chr.
31 Mart. Giebels
33 Weduwe M. Eijkemans
35 Th. Koolen
37 C. Manders
39 Rutg. Steenbakkers
41 v.d. Elderen Hellings, W.Chr. Doorgehaald
41a Weduwe W. Geerts