Welkom op Schijndelwiki - de encyclopedie voor Schijndel

U kunt ons steunen door lid van de Heemkundekring Schijndel te worden.

Klik HIER om lid te worden

Iedere dinsdagochtend zijn wij tussen 9 en 12 uur in de heemkamer: Cultureel Centrum 't Spectrum, Steeg 9 g, Schijndel.
IN VERBAND MET DE CORONACRISIS IS DE HEEMKAMER TOT NADER ORDER NIET TOEGANKELIJK!!

Granaatweken

Uit Schijndelwiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De Kelderweken[bewerken]

”In de voormiddag komen de eerste bewoners voor de schuilkelder onder de Maartenbouw (Jansen de Wit) zich melden. Er volgen steeds meer mensen die zich in onze grote schuilkelder veiliger voelen.
Aan de Rooiseweg en in de Rooise Hei moeten de mensen hun huízen verlaten, want die liggen in de frontlinie.
In de kelders van Jansen de Wit en het Moederhuis Pastoor van Erpstraat worden opvangcentra ingericht.
Ook de inwoners bij Station Schijndel moeten evacueren.
In Lidwina komen 700 vluchtelingen aan; ook al dan niet gewonde geallieerde piloten worden opgevangen en wordt tevens een Duíts hospitaalstaf ingekwartierd (dit terwijl een groot aantal Amerikanen en enkele Duitse deserteurs hier verborgen worden gehouden). Jansen de Wit herbergt inmiddels zo'n 200 vluchtelingen.
Overal wordt stro vandaan gehaald en vaardige meisjeshanden maken strozakken. Eten en drinken vormen het grootste probleem, maar in overleg met directeur Harry Jansen wordt op het klooster voor ons gekookt en wordt een ploeg etenhalers ingesteld, bestaande uit ongehuwde mannen.
In de kelder is het intussen tjokvol geworden. Naast de vele moeilijkheden die dit toch al meebrengt worden bovendien vele mensen ziek. Het eten is zo overdadig en er staat zoveel vlees op het menu, dat dit waarschijnlijk de oorzaak is dat men ziek wordt.
Er moet worden overgegaan tot het regelen van het toiletbezoek. In groepen van tien gaat men onder geleide naar de afdeling Löbel.
Alle etensvoorraden worden door enige jongelui met de bewoners uit de verlaten huízen aan Plein en Schoot opgehaald en hoeft men zich voor wat het eten betreft vooralsnog geen zorgen te maken. Een wacht wordt ingesteld; eten en brood halen wordt volgens rooster geregeld. Brood is na verloop van tijd niet meer te krijgen, omdat bakkers beschadigingen hebben gekregen in hun bakkerij, terwijl anderen zijn geëvacueerd. (Noot: later werd brood aangevoerd door bakkers uit St.Michielsgestel).
Doordat vanuit St. Oedenrode een kanon met vier vuurmonden gerícht staat op Barbara vertrekken de hier verblijvende evacués richting Moederhuis. Iedereen vlucht weg, ook de oude zusters, die soms met een kruiwagen vervoerd moeten worden. Slechts in bezit van een schamel beetje beddengoed en huisraad komen ze hier hulpeloos aan. Ze worden liefdevol opgevangen doch spoedig ligt alles echter vol. (de kelder van Geerkens is eveneens overvol, o.a. doordat de kelder van Jansen de Wit ontruimd moest worden, zodat velen naar andere dorpen vluchten).
Er wordt een reglement van orde opgesteld, waarbij de tijden van opstaan, slaapplaatsen opruimen, H. Mis, maaltijden, bezoekuren e. d. worden geregeld. Voor ledere afdeling wordt een ordecommissaris aangesteld, die toeziet op het naleven van het reglement.
Vrouwen helpen met het schillen van aardappelen en het schoonmaken van groenten. Groepjes jongens gaan het fruit ander de bomen rapen. Jonge mannen halen, vaak met gevaar voor eigen leven, het gewonde vee uit de weiden, dat verder wordt geslacht. Daardoor zijn de keukenzusters in staat om aan honderden mensen dagelijks 2 x een warme maaltijd te bezorgen. Bij de fa. Geerkens bevíndt zich de centrale keuken en ook de distributie- en noodadministratie van de gemeente”.
Tussen 24 september 1944 en 12 november 1944 heeft de bevolking van het oostelijk deel van de gemeente Schijndel en die van een aantal vernielde panden in het westelijk deel een noodevacuatie moeten meemaken.
Op 17 september daarvoor daalden een aantal geallieerde parachutisten neer die een corridor dienden te vormen, die liep van Valkenswaard, over Eindhoven, St. Oedenrode, Eerde, Veghel, naar Nijmegen en Arnhem. Deze soldaten kwamen vrijwel onmiddellijk in gevecht met Duitse troepen.
Op 22 september deden de geallieerde soldaten een uitval naar Veghel en bezetten enkele uren Schijndel. Zij moesten echter terug, waarna de Duitsers Schijndel weer in bezit namen om van hieruit aanvallen uit te voeren op de corridor.
Op 1 oktober gelastten de Duitsers de ontruiming van het dorp Schijndel, voor zover gelegen ten oosten van de St. Servatiuskerk, terwijl op 2 oktober de ontruiming bevolen werd van het dorp Wijbosch. Daarna volgden nog ontruimingsbevelen van diverse wijken en buurtschappen.
De haast wanhopige mensen maakten soms onder bizarre omstandigheden de voettocht naar de diverse schuiloorden- en kerkers, waarbij slechts enige kleding en (wellicht) waardevolle voorwerpen meegenomen konden worden. Zij kwamen terecht in de kelder, tevens gaarkeuken, van vleeswarenfabriek Geerkens, (waar zich tevens de distributie- en noodadministratie van de gemeente bevond), de jongensschool in de Pompstraat, het Moederhuis van de Zusters van Liefde, St. Lidwinagesticht en enkele andere kleine schuilplaatsen.
Uit de schaarse gegevens kan worden opgemaakt, dat op 17 oktober 1944 282 volwassenen en kinderen verbleven in de kelders van Geerkens (waaronder 45 vluchtelingen uit alle windstreken). Eind september 1944 waren dat er ongeveer 400.
In St. Lidwina verbleven vanaf 28 september 1944: 42 zogeheten angstvluchtelingen, die in totaal 916 dagen hier verbleven, 77 (gewone?) vluchtelingen met in totaal 2.048 verblijfdagen, 198 slachtoffers van materiële schades (vernielde woningen) met 4.171 verblijfdagen, terwijl daarnaast nog 57 gewonde en zieke oorlogsslachtoffers verpleegd werden. Tevens was een speciaal verblijf ingericht voor 24 ondergedoken Amerikaanse piloten en boordpersoneel, waaronder 8 gewonden verpleging nodig hadden. Voordat de evacuatie begon verbleven in Lidwina 180 gestichtsbewoners.
Tot slot werden ongeveer 200 vluchtelingen ondergebracht bij Jansen de Wit. Deze moesten echter al na een paar dagen de kelder verlaten, als straf, daar een Duitse officier door een inwoner van Schijndel was doodgeschoten.
Waren de vluchtelingen weliswaar veilig ondergebracht in de kelders van Geerkens, echter bleek dat Geerkens nauwelijks middelen voorhanden had om voor voedsel te zorgen. Vanuit een noodplan werden door de politie voorraden gevorderd uit de voorraden, die de winkels in Schijndel hadden, alsmede van Jansen de Wit, de fa. gebr. Bolsius kaarsenfabriek van de fa. Geerkens zelf die een redelijke voorraad vlees voorhanden had en de voorraden die aanwezig waren bij de steunverlening en werkverschaffing.
De keukenwerkzaamheden werden als volgt verdeeld:

  • Directeur: J. Geerkens à fl. 60,- per week
  • Leider: B. Geerkens à fl. 45,- per week
  • Administrateur: A. van Bussel à fl. 33,50 per week
  • *Boekhouder: J. van Oorschot à fl. 35,- per week
  • Magazijnbeheerder: A. Bozelie à fl. 28,- per week
  • Chef-kok: L. van Rooij à 38,- per week
  • Tweede kok: F. van Osch à fl. 33,- per week
  • Derde kok: W. Bergman à fl. 28,- per week
  • Voorman: Th. Rijkers à fl. 28,- per week
  • Stoker: G. van Extel à fl. 32,50 per Week
  • Helpers: 3 x fl. 28,- per week
  • Helpers: à fl. 0,40 per uur oftewel 2 x fl. 19,20 per week
  • Aardappelschilsters e.d. fl. 0,40 per uur

In totaal waren er 53 personeelsleden werkzaam in de keuken, die allen een volledige dagtaak hadden, aldus de verklaring van boekhouder Van Oorschot.
Uit een rapportage d.d. 2 januari 1945 van een ambtenaar ter secretarie werden in de keuken dagelijks 1.200 liter oftewel 1.500 porties voedsel bereid.
Zoals al eerder aangegeven, bestond het hoofdbestanddeel van de maaltijden uit vlees, wat ruim voorhanden was, doordat veel vee (koeien, kalveren en varkens, gewond of gedood) uit de weilanden of stallen kon worden gehaald, een karwei, wat de nodige gevaren opleverde voor de 'vleesverzamelaars', die ook nog eens moesten wedijveren met de Duitsers, die inmiddels alles opeisten (vlees, groenten, aardappelen e.d.). Alleen al uit het Hermalen werden tientallen van de beste koeien door de Duitsers meegenomen. Tot aan de bevrijding bleef deze competitie in stand. Daarnaast was fruit ruim aanwezig, dat volop onder de bomen lag en geregeld door jonge mannen geraapt werd. Brood was bij tijd en wijle nauwelijks te verkrijgen; eind september is Bertje Doyen de enige bakker die nog bakt. Zijn bakkerij was weliswaar beschadigd, maar nog bruikbaar. Tevens werd brood gebakken bij Geerkens en in het Lidwina, want met name Lidwina werd ruim voorzien van rogge en tarwe.
Deze positieve ontwikkelingen ten spijt verslechtert de toestand in de kelders van Geerkens en in het moederhuis van de Zusters. Veel zieken bij Geerkens ten gevolge van te veel vlees en slecht water, terwijl het hygiënisch gevaarlijk is. In het moederhuis is het nog erger. De mensen hier zijn al weken niet uit de kleren geweest. Veel mensen zitten met dikke voeten of hebben reumatiek. Velen moeten dag en nacht op een stoel zitten, omdat er te weinig ligplaatsen zijn. Ook de voedselvoorziening loopt terug. Brood is niet meer te krijgen. Wel ligt er volop meel in Wijbosch, maar kan niet opgehaald worden. Aardappelen zijn ook niet voorradig, die zitten nog in de grond en kunnen niet gerooid worden. Doordat meer dan 80 % van het vee gedood (en geconsumeerd) of weggevoerd is, neemt de vleesvoorziening snel af, zodat rantsoenering noodzakelijk is.
Dat de nood in de kelders van diverse particulieren groter is, laat zich raden. Veel mensen moeten het doen met twee ons vlees per persoon per week. Langer dan verwacht was zitten een groot aantal mensen dicht opeen gepakt in de schuilkelders en de hygiënische omstandigheden bereiken een bedenkelijk niveau, waardoor het stellen van leefregels noodzakelijk werd. Door de leider van de schuilkelder Geerkens werd een order opgesteld, die voorgelezen werd in iedere cel van de kelder, zodat niemand zou kunnen zeggen van niets geweten te hebben. De belangrijkste bepalingen waren:
- er komen klachten binnen van diefstal van etenswaar en goederen en van het bevuilen van gangen en cellen (werden gebruikt als toilet); eenieder wordt aangeraden om in zijn eigen belang zich hiervan te onthouden, daar degene die op heterdaad betrapt wordt, streng gestraft wordt;
- het is verboden zich zonder reden in de keuken op te houden, daar dit de hygiëne niet bevordert;
- eenieder zorgt ervoor tijdig eten te halen, de cellen proper en rein te houden, dat het vuilnis direct opgeruimd wordt;
- de leiding zal niet nalaten om te overtreders uit de schuilplaats te verwijderen.

In de schuilplaats aan de Pompstraat (schoolgebouw) was nog straffere taal gebruikt, bijvoorbeeld:
- het is verboden des nachts zijn behoeften te doen in de kelder of in de gangen; steeds moet van de W.C.'s gebruik worden gemaakt;
- kinderen moeten door de ouders rein en zindelijk gehouden worden; ieder kind moet minstens eenmaal per week flink gewassen worden;
- bevuilde onderkleding moet direct gewassen worden;
- niemand geve door onbehoorlijk gedrag c.q. aanstoot aan zijn medemensen;
- bij niet naleving dezer voorschriften zal het GEHEELE GEZIN zonder pardon uit den kelder verwijderd worden; het gezin moet dan maar zien waar het naar toe moet.
Deze order was opgesteld door de leider van de schuilplaats M. van de Wijdeven en (om de ernst te benadrukken) medeondertekend door de wachtmeester van de marechaussee Jean Marie Graat.
In hoeverre in het St. Lidwinagesticht sprake is geweest van een reglement van orde is niets over bekend. Verwacht mag worden, dat de zusters de boel goed onder controle hadden.
Op 23 oktober 1944 kwam voor Schijndel eindelijk de bevrijding. Bij de intocht van de geallieerden kwamen alle Schijndelaren uit hun huizen (voor zover fysiek mogelijk) en dit gold eveneens voor degenen, die 29 dagen hadden doorgebracht in de schuilkelders. Velen hiervan konden terugkeren naar hun eigen woning of vonden onderdak bij familie of bekenden. Slechts weinig mensen waren genoodzaakt om een schuilkelder weer als tijdelijk verblijf op te zoeken.
Op 12 november 1944 hield het 'particuliere karakter' van de keuken van Geerkens op te bestaan en kwam onder het toezicht te staan van het Rijksbureau voor de voedselvoorziening organisatie (Rb.V.V.O.) te staan.
Tijd dus om de rekening op te maken van de kosten, die gedurende deze ”keldertijd” waren gemaakt en die voor vergoeding van Rijkswege in aanmerking kwamen. Dat dit niet zonder slag of stoot ging, laat zich raden. Aan de ambtenaar ter secretarie W. Doreleijers werd de opdracht gegeven om ter zake een onderzoek te verrichten en door hem werd op 2 januari 1945 een rapport overhandigd aan de burgemeester.
Hieruit kan het volgende worden opgemaakt: Het rapport begint met een inleiding, waarin wordt vermeld dat volgens het Handboek Keukens, Hoofstuk Algemeen, blz. 21 de bevolking van voedsel kan worden voorzien door middel van centrale keukens. De organisatie van de verstrekking berust bij de gemeente, binnen welke de maaltijden worden uitgereikt aan de hand van de vanwege het Rb.V.V.O. gestelde richtlijnen. De voeding kan bereid worden in:
- een centrale keuken, gebouwd door en voor rekening van het Rb.V.V.O.; van het exploitatie- tekort draagt het Rijk 75 % en de gemeente 25 %;
- een centrale keuken van een nevengemeente;
- een fabriekskeuken;
- een particuliere keuken.
De conservenfabriek annex schuilkelder van Geerkens werd in eerste aanleg aangeduid als een particuliere keuken (dus geen recht op rijksbijdrage) met als verzachtende omstandigheid, dat de voedselbereiding begonnen was toen het grootste gedeelte van de bevolking niet meer in staat was gekookt eten te bereiden en dat de noodtoestand verhinderd had dat vooraf overleg had plaats kunnen vinden met het Rb.V.V.O. of het gemeentebestuur. Bij de organisatie was wel de plaatselijke voedselcommissaris betrokken geweest.
Gedurende de periode 18 september tot en met 23 oktober werd aan iedereen die dit wenste en die hun toevlucht hadden gezocht in de kelders van Geerkens, warm eten verstrekt zonder betaling. Van de verstrekte porties was nauwkeurig aantekening gehouden en de firma Geerkens is voornemens deze porties, eventueel door tussenkomst van de gemeente, alsnog aan betrokken afnemers in rekening te brengen. (Dat van dit voornemen niets terecht kwam was bij voorbaat al duidelijk).
Deze zinsnede in de rapportage doet wat vreemd aan. Waarom zou Geerkens proberen om achteraf alsnog geld te innen van de evacués? En was dit voornemen wel serieus of had Geerkens inmiddels signalen ontvangen, dat er problemen aan de horizon opdoemden?
De zichtbare en geboekstaafde kosten, die tijdens de kelderweken gemaakt waren in de schuilkelder van Geerkens, betroffen de lonen, die aan de medewerkers en helpsters in de keuken gemaakt waren. De onderscheidene beloningen waren door Geerkens en zijn 'stafleden' zelf vastgesteld, dus los van de beloningen, die door het Rb.V.V.O. waren vastgesteld, en die welhaast zeker lager waren dan datgene, wat Geerkens aan zichzelf en aan zijn medewerk(st)ers had toegekend.
Daarnaast voldeed de bezetting van het keukenpersoneel in de schuilkelder eveneens niet aan de door het Rb.V.V.O. daarvoor vastgestelde normen.
Dit wordt bevestigd in het rapport van de ambtenaar Doreleijers, waarin hij stelt, dat aan lonen nogal hoge bedragen uitbetaald werden, per week variërend van fl. 1.200, - tot fl. 1.400, -. Tevens wordt in het rapport aangegeven, dat de functie van directeur, die vervuld werd door Geerkens, alleen toegestaan is, indien deze functionaris meerdere keukens onder zijn leiding heeft.
En dit was nog niet alles. Volgens de richtlijnen van het Rb.V.V.O. zou bij een productie van 1.200 liter voedsel per dag volstaan kunnen worden met 3 koks, 12 helpers, en een aantal schilvrouwen en indien nodig 1 stoker.
De gaarkeuken van Geerkens heeft gedurende haar bestaan nooit een dagproductie van 1.200 liter kunnen bereiken.
Het rapport van ambtenaar Doreleijers was voor het Rb.V.V.O. aanleiding om een nader onderzoek in te stellen. Dit werd overigens pas uitgevoerd, nadat de kelderweken achter de rug waren, maar de bevindingen van dit onderzoek kwamen grotendeels overeen met de bevindingen van Doreleijers.
Geerkens verloor dus zijn functie, familielid B. Geerkens, werkzaam als keukenleider, werd 'gedegradeerd' tot 2e kok, terwijl de heren van Bussel (administrateur), van Osch (2e kok), Bergman (3e kok) en Rijkers (voorman) hun baan verloren. Tevens gold dit ook voor een aantal schilvrouwen. (deze reorganisatie vond dus plaats NA de kelderweken). Ondertussen was de irritatie bij het Rb.V.V.O. over de opgelopen (personeels)kosten danig opgelopen. Feitelijk kon men de declaraties die ingediend waren (die overigens in geen enkel archief terug te vinden zijn) niet honoreren wegens ernstige overschrijding van de regels. Anderzijds had men wel begrip voor het feit, dat Schijndel ongewild van de een op de andere dag in een rampzalige situatie verzeild was geraakt. Ook was er begrip voor het feit, dat de organisatie van de keuken van Geerkens volstrekt anders was, dan bijvoorbeeld de organisatie van de keukens van de zusters van Liefde, waarin alle werkzaamheden kosteloos door de nonnen uitgevoerd werden.
Er zijn over deze zaak diverse gesprekken geweest tussen vertegenwoordigers van de gemeente Schijndel en met name het Rb.V.V.O. Over de inhoud hiervan is niets bekend.
Uiteindelijk wordt er wel een oplossing gevonden wat blijkt uit een brief van 19 maart 1945 van het hoofd van het bureau massavoeding aan de burgemeester van Schijndel. Uit deze brief valt het navolgende op te maken: ”Het was mijn bedoeling de onaangename kwestie, bij u bekend als de ”kelderperiode" uit den weg te ruimen en een voor alle partijen aanvaardbare oplossing te vinden. Op voorhand wíl ik u reeds meedeelen, dat de overname door het bureau massavoeding van de betreffende keuken per 16 november 1944 geen sanctionering is van het gebeurde voor díen datum en verder, dat het door u ingenomen standpunt ook door mij wordt gehuldigd en het in feite niet juist is voor verleende arbeidsprestaties in genoemde periode betaling te verlangen. Door de bij deze kwestie leidinggevende personen zijn echter fouten gemaakt en wel, dat de heeren Klaassen en Geerkens de betreffende arbeiders een belooning in uitzicht hebben gesteld en de heer Wielaard van het Rb. V. V. O. schijnt niet voldoende benadrukt te hebben, dat in voorkomend geval de te bieden hulpverleening vrijwillig diende te geschieden. Om nu deze arbeiders niet teleur te stellen en deze aangelegenheid niet opnieuw op te rakelen, heb ik mij gewend tot het Centraal Bureau voor de Evacuatie te Breda en getracht in overleg met genoemd Bureau een aanvaardbare oplossing te vinden. Mondeling is door mij met dit Bureau overeengekomen, dat ”indien de totale kosten van grondstoffen, loonen enz. in een eenigszins billijke verhouding staan tot de uitgereikte maaltijden, zij bereid zijn deze kosten te betalen. Een desbetreffend voorstel door de gemeente Schijndel bij voornoemd Bureau in te dienen”.
Nader zal dan beslist worden of het Centraal Bureau uw declaratie goedkeurt en U zou dan na ontvangen goedkeuring tot uitbetaling kunnen overgaan. Zoals afgesproken zullen van de declaratie geschrapt worden de leidende personen van de firma Geerkens, de personen die medegewerkt hebben en van andere zijde nog inkomsten getrokken hebben en verder de personen, die medegedeeld hebben geen belooning te willen ontvangen. Deze maatregel zal de post ”loonen” aanmerkelijk verlagen en volgens verklaring van Uw ambtenaar zal de kostprijs per liter uitgereikt voedsel liggen tussen de fl. 0,35 en fl. 0,40 per liter. Deze prijs lijkt mij, gezien de omstandigheden, aanvaardbaar." (N.B. Schrijver van deze brief heeft zich niet druk gemaakt over grammatica en juiste spelling).
Nee, goede vrienden zijn de firma Geerkens en het bureau massavoeding niet geworden. Op 20 maart 1945 (dus één dag na de hierboven aangehaalde brief) ontving de burgemeester van Schijndel wederom een brief van het hoofd van het bureau massavoeding, waarin gesteld wordt, ”dat de massavoedingkeuken van de firma Geerkens met ingang van 15 april 1945 overgenomen zal worden door de N.V. Jansen de Wit. In den vervolge zal deze keuken geëxploiteerd worden als fabriekskeuken en heeft de gemeente als zoodanig hiermede geen verdere bemoeienissen. Wel bestaat de mogelijkheid om ten behoeve van de burgerbevolking maaltijden van deze keuken te betrekken ad fl. 0,30 per liter af keuken. Voor zover nodig kan de gemeente dit regelen in overleg met voornoemde firma".
Enigszins vilein wordt nog gesteld, ”dat de samenwerking tusschen het Rb.V.V.O. en voornoemde firma (Jansen de Wit) vroeger reeds voortreffelijk is geweest en dat ik vertrouw, dat U (bedoeld wordt de burgemeester) bij het weder in bedrijf stellen van deze keuken en het overgeven van de voorraden (van de firma Geerkens) Uwe medewerking wilt verleenen, zoodat dit tot volle tevredenheid geschiedt”.
Bij brief van 26 maart 1945 wordt de firma Geerkens op de hoogte gesteld door het bureau massavoeding. In de brief wordt aangegeven, ”dat in de tijd voor de bevrijding het Rb.V.V.O. te Den Haag met de N.V. Jansen de Wit, Tricotagefabrieken een overeenkomst heeft aangegaan, waarbij eenerzijds aan de N.V. Jansen de Wit vergunning werd verleend tot het in bedrijf stellen van een fabriekskeuken voor het bereiden van warme bijvoeding voor haar personeel, doch werd aan den andere kant aan deze firma de verplichting opgelegd in voorkomende gevallen eveneens in haar keuken voedsel te bereiden voor andere bedrijven en burgerbevolking. Door de oorlogshandelingen heeft de N.V. Jansen de Wit ernstig geleden en kon van voedselbereiding geen sprake zijn en heeft uw firma spontaan hulp geboden en heeft tot op heden de bereiding der maaltijden in uw bedrijf plaats gehad, waarvoor wij u zeer erkentelijk zijn. Wij hebben de N.V. Jansen de Wit echter aan voornoemde overeenkomst herinnerd en opdracht gegeven de fabriekskeuken per 15 april a.s. weer in bedrijf te stellen. Wij hebben het gemeentebestuur dan ook verzocht de Centrale Keuken (van Geerkens) als zoodanig te liquideren.
Op 3 april 1945 kreeg Jansen de Wit bezoek van een inspecteur van het bureau massavoeding. Bij deze gelegenheid moest de inspecteur tot zijn leedwezen vaststellen, dat Jansen de Wit niet in staat was om de Centrale Keuken per 15 april over te nemen als fabriekskeuken. Jansen de Wit gaf de inspecteur te kennen er de voorkeur aan te geven de Centrale Keuken bij de firma Geerkens te laten, daar deze bereid is de keuken voor eigen rekening en risico voort te zetten tegen de (scherpe) prijs van fl. 0,30 per portie. Het gemeentebestuur kon zich geheel vinden in dit voorstel en gaf dit te kennen in een brief d.d. 5 april 1945 aan het Algemeen Commissariaat voor de Voedselvoorziening in Tilburg. Verder in deze brief stelt het college van burgemeester en wethouders: ”Overigens lijkt het ons zeker, dat den firma Geerkens de keuken slechts met een naadelig saldo op gang kan houden, op grond waarvan wij ons in principe genegen hebben verklaard genoemde firma een vergoeding te geven voor het gebruik van haar gebouwen en installaties (b.v. fl. 60,- per week) mits het Rijk hierin op normale wijze subsidieert (75 %)".
Eveneens op 5 april 1945 deelde burgemeester en wethouders aan de firma Geerkens mee, ”dat wij er ons mede kunnen vereenigen dat de exploitatie der gemeentelijke centrale keuken per 15 april a.s. door U wordt overgenomen voor Uwe rekening en risico onder voorwaarde, dat de porties warm eten door U worden afgeleverd à fl. 0,30 per liter, af keuken. Tevens achten wij het alleszins verantwoord U een vergoeding toe te kennen van fl. 60,- per week voor het gebruik van gebouwen en installaties, onder voorbehoud evenwel dat het Rijk in dit bedrag op de normale wijze subsidieert".
De reactie van het hoofd bureau massavoeding was verbazingwekkend. Op 13 april 1945 bericht deze aan de burgemeester van Schijndel "dat ik besloten heb met ingang van 15 april a.s. de Centrale Keuken te Schijndel te sluiten. Dit in verband met het feit, dat de afname van voedsel sterk verminderd is en de te geringe omzetten het bestaan van deze keuken niet langer rechtvaardigen. De voorraden grond- en bedrijfsstoffen van de keuken zullen overgenomen worden door de Centrale Keuken te 's-Hertogenbosch, evenals de gebruiksvoorwerpen, welke eigendom van de keuken zijn. Het personeel van de keuken dient ontslagen te worden per 22 april a.s. en kan in de periode 15-22 april de in gebruik geweest zijnde lokalen grondig reinigen en in den ouden staat terugbrengen. Daar dit personeel in gemeentedienst is, verzoek ik U deze aangelegenheid te willen overnemen".
Het hoe en waarom van dit abrupte besluit laat zich raden. Ontegenzeggelijk was de omvang van de voedselvoorziening behoorlijk gedaald. De voedselverstrekking door Geerkens aan de bevolking van Schijndel liep terug van 1.050 liter in de eerste week van januari 1945 tot 84 liter in de week van 9-15 april. Het meeste voedsel werd verstrekt aan de werknemers van Jansen de Wit, de firma Bolsius en een paar kleinere fabrieken. Hoewel buiten de orde van de 'kelderweken' heeft de Centrale Keuken van Geerkens in het tijdvak van 13 november 1944 tot 15 april 1945 in totaal 87.701 liter voedsel bereid. Hiervan werd 30.304 liter uitgereikt aan de burgerbevolking en 57.397 liter aan fabrieksvoeding. Het exploitatieoverzicht toonde een exploitatietekort van fl. 19.864,67. (fl. 9.561,18 voor burgermaaltijden en fl. 10.303,49 voor fabrieksmaaltijden). Het heeft ongeveer 4 jaar geduurd, voordat de Rijksbijdrage in dit tekort volledig werd afgewikkeld.
Tot slot, wat kregen de 'klanten' van de Centrale Keuken zoal te eten?
In de week van 8-14 januari 1945 zag het menu er als volgt uit:

  • zondag erwtensoep
  • maandag wortel/uienstamp
  • dinsdag koolraap met aardappelen
  • woensdag erwtensoep
  • donderdag spruitkoolstamp
  • vrijdag wittekoolstamp
  • zaterdag kapucijners met aardappelen

Het menu van de laatste week:

  • zondag witte bonensoep
  • maandag wortelenstamp
  • dinsdag witte bonen met aardappelen
  • woensdag erwtensoep
  • donderdag uienstamp
  • vrijdag capucijnerstamp
  • zaterdag wortelenstamp