Welkom op Schijndelwiki - de encyclopedie voor Schijndel

U kunt ons steunen door lid van de Heemkundekring Schijndel te worden.

Klik HIER om lid te worden

Iedere dinsdagochtend zijn wij tussen 10 en 12 uur in de heemkamer: Cultureel Centrum 't Spectrum, Steeg 9 g, Schijndel.

Gabriel Ludovicus Josephus van Dijk (1883 - 1967)

Uit Schijndelwiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Gabriel Ludovicus Josephus van Dijk
Gabriel van Dijk 01.jpg
Gabriël van Dijk, pastoor / Deken 1930 - 1967
Persoonsinformatie
Volledige naam Gabriel Ludovicus Josephus van Dijk
Roepnaam Gabriel
Geboorteplaats Tilburg
Geboortedatum 16 november 1883
Overl.plaats Schijndel
Overl.datum 27 oktober 1967
Beroep(en) pastoor-deken
Bidprentje Gabriel Ludovicus Josephus van Dijk (1883-1967).jpg

Gabriel Ludovicus Josephus (Gabriel) van Dijk[bewerken]

Gabriel Ludovicus Josephus van Dijk, is geboren op 16 november 1883 te Tilburg.
Hij werd priester gewijd op 5 juni 1909.
Op 18 juni daaraanvolgende volgde reeds zijn aanstelling tot leraar aan het seminarie Beekvliet.
Op 6 juni 1930 benoemd tot pastoor van de Sint Servatiusparochie centrum te Schijndel.
Tot deken van het dekenaat Sint-Oedenrode werd hij benoemd op 6 juni 1941.
Hij legde zijn pastoraat neer op 1 oktober 1967.
Hij overleed te Schijndel op 27 oktober 1967 in het bejaardenhuis Mgr. Bekkers.
Hij droeg de onderscheiding van Officier in de Orde van Oranje Nassau.

Deken van Dijk 40 jaar priester[bewerken]

Wie door De Beemd wandelt en al die pastoors- en kapelaansstraten doorkruist zou zich wel eens kunnen afvragen bv. lopend door de Deken van Dijkstraat: wie was die eerwaarde deken eigenlijk?

In een uitvoerig artikel van 60 jaren geleden staan de nodige wetenswaardigheden over deze Schijndelse parochieherder en door de regels heen kan men een fraai stukje recente dorpsgeschiedenis lezen. De diepere betekenis van de invloed van die periode en de achtergronden van de ontwikkelingen binnen de Schijndelse samenleving, heeft slechts een deel van de huidige bevolking aan den lijve ondervonden en zien gebeuren.

De jubilaris werd op 16 november 1884 te Tilburg geboren. In deze industriestad bracht hij zijn jeugd door. Na de lagere school bezocht hij het Klein- en groot Seminarie van ons bisdom en op 5 juni 1909 ontvang hij de H. Priesterwijding.

Zijn professoren hadden zijn uitzonderlijke gaven van geest en hart in de priesterstudent ontdekt en droegen hem aan de toenmalige bisschop voor, om hem te benoemen tot professor aan het seminarie. Hij werd dus niet dadelijk geplaatst in de zielzorg en het parochiewerk, maar geroepen tot een hogere taak. Hij zou zijn kwaliteiten mogen gebruiken voor het vormen van nieuwe priesters. Niet minder dan 21 jaar heeft hij zich met volle toewijding gegeven aan het werk dat hem als jonge priester werd opgedragen. Over de grote verdiensten die hij in deze heeft gehad kunnen wij niet oordelen maar ongetwijfeld zullen veie priesters van ons bisdom met dankbaarheid in hun hart nog terugdenken aan de wijze raadgevingen en de hartelijke genegenheid van professor van Dijk.

In 1930 werd hij door zijn Bisschop uitverkoren voor een andere niet minder belangrijke en verantwoordelijke taak. Hij werd benoemd tot pastoor van onze parochie als opvolger van pastoor H.J.M. Donders. Dat was in de jaren dat onze gemeente begon uit te groeien tot een industrieplaats, dat hij zich moest overschakelen op het hem nog onbekende werk in een parochie. Al spoedig maakte hij toen kennis met de grote geestelijke en stoffelijke nood onder de arbeidende bevolking welke teweeggebracht werd door de werkloosheid. Het is bekend, dat hij in die jaren naast woorden van opbeuring en troost tot hen, die de toekomst somber inzagen, ook royaal zijn stoffelijke steun gaf. Met alle kracht die in hem was, heeft hij al het mogelijke gedaan om de verderfelijke gevolgen van deze werkloosheid tot een minimum te beperken of totaal weg te nemen. Na deze kommervolle tijden volgde een periode van opbloei en het scheen, dat de grootste zorgen althans voorbij waren.

Helaas....het was slechts van korte duur, want de jaren van oorlog en bezetting kwamen. De moeilijkheden stapelden zich in deze tijd op en alleen ingewijden weten met hoeveel tact en inzicht hij vaak is opgetreden om diverse vraagstukken tot een goede oplossing te brengen. Het deed hem groot verdriet wanneer hij zag dat er onder zijn parochianen waren, die met de verderfelijke theorieën sympathiseerden of met de vijand heulden. Steeds heeft hij getracht ze daarvan te weerhouden, vaak met succes maar helaas ook wel eens zonder resultaat. Een glanspunt in deze periode was zijn benoeming tot deken van het dekenaat Sint Oedenrode op 6 juni 1941. Deze uitverkiezing moet zeker gezien worden als een waardering van de grote verdiensten welke de jubilaris zich toen al verworven had.

De reeks van wederwaardigheden was nog niet afgesloten. De grootste moeilijkheden kwamen op het ogenblik dat het einde van de vreselijke oorlog nabij scheen. Wie herinnert zich niet de evacuatie en de granaatweken in september en oktober? Was het niet onze deken die toen haast dag en nacht op de been was om de mensen moed in te spreken, met raad en daad bij te staan, die van de ene schuilkelder naar de andere liep om daar de H. Mis op te dragen, die zich vaak onder het granaatvuur door begaf naar de plaatsen waar hij mensen in nood wist? In deze tijd vooral heeft hij zich getoond als een priester van groot formaat, die zichzelf wegcijfert als het gaat om de zielen naar de hemel te brengen. Een mens vergeet zo gauw, laten wij daarom ons nog eens herinneren wat hij toen voor Schijndel gedaan heeft. Temidden van al die ellende zag hij zijn kerk, zijn pastorie en Patronaat in puin liggen, maar meer dan met zijn eigen lot was hij begaan met die van zijn parochianen, die huis en have verloren. Hoewel deze tijd van verschrikking alweer vijf jaren achter ons ligt gaat de jubilaris nu nog steeds gebukt onder de zware financiële last die op zijn parochie drukt. De Servatiuskerk is wel geheel gerestaureerd, maar de grote sommen die dit herstel hebben gekost, zijn nog niet betaald. Veel kunnen we hem niet vergoeden voor het vele goede dat hij gedaan heeft. Laten we hem daarom helpen deze zorgen te verlichten door elke zondag de eerste schaal goed te gedenken.

Ondanks de vele beslommeringen die het bestuur van een grote parochie met zich meebrengt, heeft hij steeds zijn volle belangstelling gericht op het onderwijs. De onderwijsman in hem verloochende zich niet. Door zijn toedoen vooral kwam de Muloschool voor jongens en de Sint Jansschool tot stand. De grote waarde van goed nijverheidsonderwijs ontsnapte niet aan zijn vooruitziende blik.

Het jeugdwerk in al zijn geledingen droeg en draagt hij steeds een warm hart toe en stimuleert het waar hij maar kan.

Veel zou nog te releveren zijn van zijn veelzijdig werk in onze parochie, maar het zou ons te ver voeren. De bescheidenheid, de eenvoud en de plichtsbetrachting van de jubilaris kennende, weten wij, dat hij al hetgeen hij gedaan heeft, beschouwt als vanzelfsprekend, omdat zijn hoge uitverkiezing tot priester hem dit oplegt. Wanneer wij aldus een terugblik gericht op het 40-jarig priesterleven, vooral op het 19-jarig pastoraat van de jubilaris, dan moeten wij wel tot de overtuiging zijn gekomen, dat vooral zorgen en moeilijkheden zijn deel zijn geweest. Het past ons, parochianen, daarom Deken van Dijk een blij feest te bezorgen, door hem onze waardering en erkentelijkheid onopgesmukt in de komende feestdagen te tonen. Nog vele jaren moge God hem schenken”.

Als we dan in vogelvlucht het daarop volgend feestprogramma bekijken dan is er drie dagen lang volop feest gevierd.
Zaterdag 4 juni een feestelijke intocht van de jubilaris waarna na aankomst in de Servatiuskerk een kort Lof. De stoet zal worden begeleid door Rijvereniging Het Ros Beyaert, de Harmonie Sint Cecilia, jeugdverenigingen, standsorganisaties en schoolkinderen en daarachter de auto's met de jubilaris, het gemeentebestuur en het kerkbestuur.
Zondag 5 juni om 10.30 de solemnele hoogmis, waarbij de jubilaris vooraf door een stoet van bruidjes wordt afgehaald op de pastorie.
De predicatie zal verzorgd worden door de Zeereerw. Zeergeleerde Heer Dr. L. de Gruyter, pastoor te Eindhoven.
Als cadeau is een geluidsinstallatie aangeboden, die in de Servatiuskerk voor het eerst in gebruik werd genomen.
's- Middags om 15.00 een grote zanghulde door schoolkinderen vóór de pastorie.
Om 15.30 huldiging door de parochie in de grote zaal van het patronaat waarna er gelegenheid is tot feliciteren.
Om 18.00 een plechtig Lof.
Dinsdag 7 juni feest voor de schoolkinderen in de grote zaal van het patronaat met in hun midden goochelaar Cakie. Om half 2 voor de jongens en om 4 uur voor de meisjes.
Alle parochianen zijn verzocht op zaterdag en zondag te vlaggen.
En het slotadvies van de correspondent luidt ”Helpt allen mee om het feest tot iets onvergetelijks te maken voor de jubilaris”.

In de krant van 10 juni 1949 wordt een nabeschouwing gegeven en als we die analyseren zijn daar nog wel enkele gedenkwaardige feiten uit te distilleren. Blijkbaar is het een stormachtige en regenachtige dag geweest toen de parochianen hard hebben gewerkt om de versiering en de smaakvolle aankleding van Kerkstraat en kerkplein op tijd rond te hebben. De heer Bolsius was voorzitter van het feest comité. Tijdens de feeststoet is deken van Dijk begeleid door zijn broer die pastoor in Eindhoven was.
Tijdens het plechtig Lof heeft kapelaan Van Veghel een feesttoespraak gehouden.
Tijdens de solemnele hoogmis stond het koor onder leiding van de bekende heer Van Bussel die de Missa in Honorem S. Mariae Magdalena van Philips Loots heeft laten uitvoeren en aan het einde van die viering voerde men het de Priestercantate van Hubert Cuypers op woorden van Dr. Gerard Brom met een fantastische tenorsolo van Johan Kooijmans.
De boerenorganisaties boden de pastoor een mooie credenstafel aan voor in de sacristie.
Kapelaan Van Veghel overhandigde namens de Mariacongregatie een prachtig kazuifel aan, speciaal te gebruiken op feestdagen ter ere van de H. Maagd Maria.
Door Th. Doreleijers werd hem na een korte toespraak namens de Katholieke Middenstand een rookstandaard cadeau gegeven.
En de krant besluit het verslag met de woorden: “De Pinksterzondag van het jaar 1949 zal steeds een schone bladzijde blijven in de Schijndelse geschiedenis.”

Afscheid van pastoor/deken van Dijk[bewerken]

Bij gelegenheid van het afscheid van pastoor G.L.J. van Dijk schreef de Schijndelse Krant in haar nummer van 6 oktober 1967 het volgende:

Het leven van de mens is kostbaar in Gods ogen, hoeveel temeer dan het leven, dat geleefd wordt in dienst van God en de evennaaste. Voor mij ligt een eenvoudige foto van pastoor G. van Dijk met het opschrift “ter blijde herinnering aan mijn gouden priesterfeest”. En als ik dit lees gaan mijn gedachten vanzelf terug naar een ver verleden met hoogtepunten van vreugde, met hoogtepunten van zorg in veelbewogen dagen. Het is niet mijn bedoeling in chronologische volgorde alleen maar feiten en data te vermelden, ik wil schrijven over de mens, de priester, de pastoor, dit is de herder, die talloos velen in Schijndel gekend hebben, die zij respecteren en hoog waarderen, terwijl zij in hun hart vele goede herinneringen meedragen.Ofschoon hij er zelf niets van wist, mag ik toch zeggen, dat 16 november 1883 ’t eerste hoogtepunt was in zijn leven; toen immers deed hij zijn entree in deze wereld die hij zo lang zou bewonen en aan wier bewoning hij zijn leven zou wijden. Toen zijn bisschop hem na volbrachte studie met zegenende handen tot priester wijdde en hij de woorden “Tu es sacerdos in aeternum” zijn ideaal verwoord en verwezenlijkt zag, kon hij met jeugdig elan zijn priesterschap gaan beleven en de taak gaan vervullen, die zijn bisschop hem oplegde. Als professor ging hij terug naar het klein seminarie in Sint-Michielsgestel om daar latijn, nederlands en later ook de gewijde welsprekendheid te onderwijzen. Op deze wijze werkte hij 20 jaren mee aan de opleiding van de priesters in het bisdom den Bosch.In deze jaren was de Z.E. Heer H.J.M. Donders pastoor in Schijndel. In verband met zijn gezondheid begon het werk in en de leiding van zo’n grote parochie voor hem te zwaar te worden, zodat hij rustiger werkkring ging aanvaarden.De bisschop vond dit een mooie gelegenheid om professor van Dijk eens tussen zijn boeken vandaan te halen en in Schijndels Sint Servatiusparochie centrum hoorden we: “we krijgen een nieuwe pastoor en nog wel een professor, ’t zal wel een geleerde zijn”. Zo kwam Pastoor van Dijk naar Schijndel, dat was zo ergens in 1930, werd geïnstalleerd en paste in zijn pastorale waardigheid volkomen in de rijzige, oude Servatiuskerk en de stijlvolle statige en toch eenvoudige pastorie. Zo was hij dan pastoor, een echte Brabantse pastoor, wiens uiterlijk en verschijning prachtig harmonieerden met zijn functie en pastorale waardigheid; het was evenwel niet de waardigheid, het waren zijn priester- en mens-zijn, die overheersten, die hem zijn mensen, zijn parochianen deden begrijpen en liefhebben. Zijn vriendelijkheid, goedheid, beminnelijkheid en vredelievendheid maakten hem tot een Pastor bonus, die meeleefde met de vreugden van zijn parochianen, die oog en oor had voor hun zorgen en noden. Zorgen en noden waren er veel in die dagen, want de werkeloosheid breidde zich steeds meer uit en bedreigde altijd heviger de minimum bestaansmogelijkheid van talrijke gezinnen. Zoals op vele plaatsen had ook Schijndel zijn crisiscomité om zoveel mogelijk leed en nood te lenigen. Pastoor van Dijk had een groot aandeel in de activiteit van dit comité en stond zo meteen in de harde realiteit van het harde leven. Mogen wij volstaan met te zeggen dat hij zich hier toonde als een man van groot formaat. Geachte lezer, ik ben geen kroniekschrijver en daarom schrijf ik, wat me zo invalt. Natuurlijk had de pastoor allerlei te doen. Hij stond erop dat in zijn kerk alles in orde was, gewoon in orde, maar als ’t plechtig moest zijn, dan was het plechtig in vol ornaat en passend bij de sfeer van het feest. Denken we aan Kerstmis, Pasen, Pinksteren, een Eerste H. Mis, dan was het feest, dan daverde het feest in muziek, klank en kleur onder de hoge kerkgewelven. Er is nog veel meer. We denken aan zijn werk in het onderwijs, als voorzitter van het bestuur van de Sint Lambertus School, de talrijke godsdienstlessen, de toewijding en vaderlijke zorg waarmee hij de kleinen wist te benaderen, die voor het eerst de H. Communie ontvingen. Wanneer hij deze kleinen voor het eerst de H. Communie mocht geven, dan straalde in zijn ogen een bijzondere genegenheid en hoopte hij dat ze allen zouden opgroeien tot prachtmensen, tot pracht katholieken.Mag ik nog zeggen dat we hem steeds omstreeks de eerste vrijdag zagen fietsen en lopen, weer of geen weer, om zijn zieken te bezoeken en hun de H. Communie te brengen.Vlak na de oorlog kwam er onder zijn bestuur een R.K. ULO voor jongens tot stand, hij had een bestuursfunctie in het landbouwonderwijs, hij had te doen met jeugdorganisaties als Katholieke Jonge Vrouwen en K.J.M., hij steunde zijn kapelaans bij hun jeugdwerk als De Jonge Wacht, De Jonge Werkman, De Jonge Middenstand en wat er meer aan activiteiten leefde in de parochie. Ook de tweede wereldoorlog ging aan hem niet ongemerkt voorbij, integendeel hij bracht weer heel andere zorgen mee. Toen Schijndel wekenlang in de frontlinie lag, ging hij, al of geen granaten in de lucht, daarheen waar gewonden zijn priesterlijke hulp nodig hadden. Kerk en pastorie en kerkelijke gebouwen werden herhaaldelijk door granaten getroffen en wekenlang stond de oude kerk in de steigers, toen vlak voor de preekstoel een boog tussen twee pilaren het begaf. Met energie zette hij hier zijn schouders onder de wederopbouw. Pastoor van Dijk is jarenlang deken geweest van het dekenaat Sint-Oedenrode. Het is een heel lang pastoraat geworden, een heel lang leven van priesterlijke arbeid, want op 5 juni 1959 vierde Pastoor van Dijk zijn gouden priesterfeest. Hij vierde dit feest in grote dankbaarheid jegens God, die hem deze gunst schonk, in dankbaarheid ook jegens zijn parochianen, die zo hartelijk met hem meeleefden. Op deze dag werd hij benoemd tot Officier in de Orde van Oranje Nassau, een onderscheiding, waarover ieder zich verheugde omdat hij ze zo echt verdiend had.Geachte lezer, wij hebben herinneringen aan deze pastoor, die als zielzorger en mens zo talrijke parochianen heeft geholpen met advies en wijze raad en metterdaad, die door zijn vaderlijkheid, vriendelijkheid en opgewektheid de mensen wist te winnen, die ook waar dit nodig was, energie en doorzettingsvermogen wist te tonen. Hij mag terugzien op een prachtig en rijk pastoraat, waarin ook de vernieuwingen in kerk en liturgie hun plaats vonden; hij mag hierop met voldoening terugzien nu hij zich als pastor-emeritus terugtrekt uit het parochiewerk; pastor-emeritus doch niet geheel werkeloos want in het Mgr. Bekkers bejaardencentrum zal voor hem zeker nog veel priesterlijke arbeid te verrichten zijn.