Welkom op Schijndelwiki - de encyclopedie voor Schijndel

U kunt ons steunen door lid van de Heemkundekring Schijndel te worden.

Klik HIER om lid te worden

Iedere dinsdagochtend zijn wij tussen 10 en 12 uur in de heemkamer: Cultureel Centrum 't Spectrum, Steeg 9 g, Schijndel.

Pastorie Centrum

Uit Schijndelwiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Pastorie centrum
Pastorie Centrum 1992-01.jpg
Pastorie Centrum Vicaris van Alphenstraat 16-18.
Gebruik pastorie
Gereed 1836
Monumentnummer 509288
Monument status Rijksmonument.
Technisch
Verdiepingen twee
Bouwpartners
Architect Ch.J. vanLiempd (1920 + c.a. 1946) en

F. van Meerendonk (c.a. 1946)

Eigenaar De Roomsch Katholieke gemeente van den H. Servatius

A. van Erp

Pastorie Centrum Vicaris van Alphenstraat 16-18

Pastorie Servatiusparochie Vicaris van Alphenstraat 16 – 18 (1836 - heden)[bewerken]

In de Vicaris van Alphenstraat staat de pastorie van de centrumparochie met kosterswoning, gebouwd in 1836 op verzoek van de stichter van de Zusters van Liefde van Schijndel, pastoor Antonius van Erp (1797 – 1861). Voorheen bewoonde hij de mooie pastorie naast de 18e-eeuwse schuurkerk aan de Laagstraat, later Pastoor van Erpstraat. Die oude pastorie heeft hij geschonken aan de zusters. Naast de voordeur van de huidige pastorie bevindt zich een gevelsteen die het bouwjaar 1836 aangeeft. De later geplaatste leilinden geven het gebouw een bijzonder cachet. Achter in de pastorietuin staat nog een monumentale beuk, die vermoedelijk bij de aanleg van de tuin is aangekocht en nu dus ruim 175 jaren oud is. De glas-in-lood-voorstelling boven de voordeur stelt Christus voor als de Goede Herder. De deur is uitgevoerd in neo-renaissancestijl.

Aanleiding tot de bouw[bewerken]

Als in 1831 pastoor Antonius van Erp zijn voorganger Antonius van Alphen opvolgt, zit de uit Oss afkomstige priester nog vol ideeën. Geïnspireerd door de grote armoede in het dorp, dat er voor meisjes nauwelijks gelegenheid was om onderwijs te volgen en door het gebrek aan deugdelijke ziekenzorg en zorg voor ouden van dagen, overweegt hij sterk om, in navolging van de bekende Johannes Zwijsen te Tilburg, in Schijndel een congregatie te stichten van vrouwelijke religieuzen. In het jaar 1836 is het zover. Hij bewoonde toen zelf nog de pastorie die naast de toenmalige schuurkerk stond aan de huidige Pastoor van Erpstraat, toen nog Laagstraat genoemd. Een prachtig woonhuis met een dubbele verdieping. In 1811 was de Servatiuskerk, die sinds 1648 in bezit was van de gereformeerden of protestanten, teruggegeven aan de katholieken. Pastoor Van Erp overwoog om pal tegen de kerk een nieuwe pastorie te laten bouwen en het huis waarin hij woonde werd bestemd als klooster voor de te stichten congregatie van de Zusters van Liefde van Onze Lieve Vrouw van Goede Bijstand en wel op 1 november 1836. De tegenwoordige pastorie van de Sint Servatiusparochie centrum, tegenover de majestueuze Servatiuskerk, dateert dus van 1836, zoals de gevelsteen naast de voordeur ook aangeeft. Met de pastorie is in de Vicaris van Alphenstraat ook een kosterswoning gerealiseerd en later ook nog een huis voor de organist van de kerk, gebouwd in 1898.

De bouwstijl kort en bondig[bewerken]

In het bekende MIP-rapport (Monumenten Inventarisatie Project) wordt in telegramstijl de bouwstijl van deze pastorie uit 1836 beschreven en spreekt men van neoclassicistische elementen, handvorm baksteen, hardstenen neuten en dorpels.
Ook memoreert de auteur van dit rapport aan de houten deuromlijsting, de houten gootlijst op klossen en de rechte steenankers.
Opvallend noemt men ook de acht- of zesruits schuiframen. Wat verder opvalt is de glas-in-lood-voorstelling boven de in neo-renaissancestijl uitgevoerde voordeur met Christus als de Goede Herder.
Functie, gaafheid in detaillering. Jaartal in hardstenen gevelsteen naast de voordeur.

Enige schaarse historische gebeurtenissen[bewerken]

Het in 1982 door archivaris Ad Prinsen goed geordende parochie-archief, dat inmiddels tot aan het jaar 1990 is overgedragen aan het Brabants Historisch Informatie Centrum, geeft ons informatie over het boeiende verleden van de Servatiusparochie, die sinds 1331, na afscheiding van Dinther als moederkerk, als zelfstandige parochie de geschiedenis is ingegaan. Zeer fraaie archiefdocumenten voeren ons terug in de tijd. Opvallend is overigens dat er ten aanzien van de huidige pastorie maar weinig informatie in staat. Zo lezen we over een brief van pastoor Norbertus N.W.L. Baekers uit 1911 over het vervangen van de petroleumverlichting in de kerk door acetyleen en aanbrenging van acetyleenverlichting in de pastorie en over het herstel van het dak van de pastorie. Een brief van 11 mei 1918 maakt duidelijk dat wordt nagedacht over aanschaf van elektrisch licht zowel in de pastorie als de kerk. De pastoor schrijft letterlijk het volgende: “Monseigneur – Daar het carbol te duur en de bronolie bijna niet meer te krijgen is, wenschten wij de Keuken en huiskamer der Pastorie elektrisch te verlichten, door eene aansluiting te maken met het electrische geleiding aan de Kerk. De kosten van aansluiting en aanleg zijn geraamd op bijna F 500,=. Bij deze vraagt het kerkbestuur van Schijndel aan U Hw machtiging die F 500,= uit de gewone inkomsten der Kerk tot voorschreven doel te mogen aanwenden. De aanleg zal soo gemaakt worden, dat hij niet alleen nu zonder gevaar bruikbaar is, maar ook later als de Electrische voorziening der Provincie Komt, de Kosten van aanleg pro resto verminderen zal. Hopende op eene gunstige beschikking van U D Hw noemen wij ons met den meesten eerbied van Uw Doorluchtigen Hoogwaardigen de gehoorzame dienaren – Namens het voornoemde Kerkbestuur N. Backus Past. Pres., ACM van Heertum Kerkmeester”. De reactie van het bisdom luidt als volgt: “Volgens voorstel toegestaan, onder gehoudenheid tot behoorlijke verantwoording ‘s-Bosch 26 mei 1918 – De Bisschop van ‘s-Bosch J.Pompen Vic.Gen.” Het schijnt dat men de pastorie tijdens herstelwerkzaamheden tijdelijk heeft verlaten, want een brief van het kerkbestuur aan de toenmalige bisschop Mutsaerts spreekt over het huren van het weeshuis van de Zusters van Liefde om dat voorlopig te kunnen gebruiken als pastorie. Uit de kronieken van het Petrus Donders Weeshuis blijkt dat aan dit verzoek is voldaan, want op 14 november 1944 nemen de pastoor-deken en twee kapelaans samen met het huishoudelijk personeel hun intrek in dat deftige herenhuis aan de Hoofdstraat 71. De 25 weeskinderen verhuisden naar de Gezondheidskolonie te Eersel en later werden ze ondergebracht in het Antoniusklooster te Den Dungen. De parochiegeestelijkheid heeft het weeshuis bewoond tot 7 mei 1947. Direct na WO II is door de firma Gebroeders Schellekens begonnen met het herstel door oorlogsschade en is tevens een uitbreiding gerealiseerd van de pastorie bij de Servatiuskerk. In een uitgave over pastorietuinen in Nederland staat het volgende geschreven: “Door een breed vensterglas van de later aangebouwde serre aanschouwden we eerst de tuin van binnenuit. De achtergevel werd in 1944, bij het doortrekken der Geallieerden zo beschadigd door beschieting, dat deze na de oorlog geheel vernieuwd moest worden. Bij die verbouwing is deze serre er aan gezet. Voor de pastorie loopt een hekwerk en daarachter is de stoep. Vroeger was die stoep smaller en de voortuin breder. Maar moeders met kinderwagens pasten niet op de weinige tegelrijen en moesten over de straat gaan. Omdat dit in de tegenwoordige tijd gevaarlijk is, heeft de gemeente de stoep verbreed, zodat de tuin is versmald. Burgemeester G.M. Scholten heeft deze verkleining goedgemaakt door een rij leilinden langs de voorzijde der pastorie te laten planten”. Ze geven deze pastorie natuurlijk wel een apart cachet. Indrukwekkender is echter de achtertuin waar een fantastisch mooie rode beuk prijkt in zijn volle glorie. Mocht deze bij de bouw van de pastorie al geplaatst zijn, dan telt hij op dit moment 178 jaren! (1836 – 2014). In 1963 is gecorrespondeerd over de oliestookinstallatie van de pastorie.

Beschrijving uit de gemeentelijke monumentenlijst.[bewerken]

Typenring, situering en bouwgeschiedenis[bewerken]

De in 1836 gebouwde pastorie (het jaartal staat vermeld in een gevelsteen) in Neo-Classicistische stijl aan de Vicaris van Alphenstraat maakt deel uit van het rooms katholieke parochiecomplex van de H. Servatius. Het complex bestaat uit een kerk met parochiehuis aan de Markt en een kosterswoning en pastorie aan de Vicaris van Alphenstraat. De vrijstaande pastorie ligt enigszins achter de rooilijn en heeft de nokas parallel aan de straat.
De pastorie bestaat uit een rechthoekig hoofdgebouw (Vicaris van Alphenstraat 16) met een breedte-omvang van vijf vensterassen en een hoogte van één verdieping plus zolder. De iets lagere maar eveneens tweelaags rechter aanbouw (Vicaris van Alphenstraat 18) heeft een omvang van vier vensterassen. In dit deel van het gebouw zijn de dienstvertrekken gelegen. Aan de voorzijde hiervan is in 1920 onder leiding van architect Ch.J. van Liempd een verdieping met een omvang van vier vensterassen onder plat dak toegevoegd. Het achtergedeelte is overkapt.
Direct na de Tweede Wereldoorlog werd de pastorie hersteld en verbouwd onder leiding van Van Liempd en F. van Meerendonk. Het betrof een interne herschikking van de vertrekken en de toevoeging van een garage aan de linkerzijde en een open corridor aan de rechterzijde van het pand.
Achter de pastorie is een grote siertuin aangelegd waarin enkele fruitbomen staan en een paarse beuk met een omtrek van ca. vier meter (ruim honderd jaar oud). De tuin is ommuurd door een hoge schansmuur met ezelsrug uit 1907. Voor de pastorie staan vier leilindes.

Beschrijving van het exterieur[bewerken]

Van de handvorm bakstenen voorgevel is de linker helft - het eigenlijke hoofdgebouw van de pastorie - rijker getailleerd en iets hoger opgetrokken dan het rechter deel. Het houten raam- en kozijnwerk (met kraalprofiel) is wit geschilderd. De deuren zijn groen. Drie hardstenen treden leiden naar de hoofdingang die bestaat uit een paneeldeur met kussens en twee smeedijzeren roosters, een glas-in-lood bovenlicht en een deuromlijsting in de vorm van een klassiek hoofdgestel: gegroefde pilasters, kapiteel, architraaf, fries met trigliefen en kroonlijst met mutuli.
Aan weerszijden van de hoofdingang bevinden zich twee zesruits schuifvensters met hardstenen dorpels onder rechte strekken. Op de verdieping corresponderen hiermee vijf stolpramen met gedeeld bovenlicht, eveneens met hardstenen onderdorpels en rechte strekken.
Een overkragende gootlijst op klossen markeert de overgang naar het wolfdak dat gedekt is met leien in maasdekking. Direct aansluitend op de gootlijst zijn op het voorschild twee dakkapellen gebouwd met elk een kruisvenster onder een overstekende gootlijst en afgewolfd zadeldakje. Op de nok van het dak staan twee schoorstenen.
Tegen de linker zijgevel waarin enkele rechte muurankers en één zesruits schuifvenster zijn aangebracht, is een garage onder plat dak gebouwd die niet wordt beschermd.
Het iets lagere rechter deel van de voorgevel bestaat uit een opgeklampte deur met vierdelig bovenlicht en drie stolpramen met tweedelig bovenlicht op de begane grond.
De verdieping telt vier zesruits schuifvensters met hardstenen dorpels en rechte strekken. Klossen ondersteunen een uitkragende houten gootlijst.
Zowel aan de voorzijde als aan de achterzijde van het rechter deel is het dak deels plat.
Het afgewolfde zadeldak van het middendeel is gedekt met leien in maasdekking.
Een schansmuurtje met ezelsrug en poort met opgeklampte deur verbindt de pastorie met de kosterswoning.
Tegen de achtergevel van het hoofdgebouw is een grote erker uitgebouwd onder een lessenaarsdak met zijschilden. In het midden bevindt zich een groene paneeldeur met vierdelig bovenlicht en rechts daarvan nog twee zesruits stolpramen met gedeeld bovenlicht. Op de verdieping zijn twee zesruits schuifvensters en drie stolpramen met gedeeld bovenlicht aangebracht.
De achtergevel van het lagere deel omvat een paneeldeur met vierdelig bovenlicht en drie zesruits stolpramen met gedeeld bovenlicht op de begane grond en vier zesruits schuifvensters op de verdieping.
Alle vensteropeningen zijn voorzien van hardstenen dorpels en neuten en worden aan de bovenzijde ontlast door rechte strekken. De houten gootlijst wordt ondersteund door klossen.

Beschrijving van het interieur[bewerken]

De hal achter de hoofdingang strekt zich uit tot een tuindeur in de achtergevel. Het glas-in-lood boven de hoofdingang toont een medaillon met een afbeelding van Christus met staf en een lam in een doornenstruik. De zwikken zijn opgevuld met ranken en bladeren.
Links van de hal bevindt zich een (vergader)zaal. Hier staat een gietijzeren 'Etna Breda kachel' voor een schouw van zwart marmer.
Haaks op de hal loopt naar rechts een dwarsgang, tezamen een T vormend. Beide hebben een zwart marmeren vloer. Aan de straatzijde van deze dwarsgang bevinden zich de werk- en spreekkamer (met originele binnenluiken), de dienstingang en de trap naar boven. Aan de tuinzijde zijn de eetkamer, keuken, bijkeuken en wijnkelder gelegen.
De vloer in de wijnkelder is van zwarte plavuizen. Het plafond wordt gevormd door troggewelfjes. Aan het uiteinde van de dwarsgang leidt een paneeldeur met glas-in-lood en een glas-in- lood bovenlicht naar de open corridor. Opgeklampte deuren met kraaiprofiel sluiten enkele bergingruimten af aan deze corridor. Het aangrenzende schuurtje met houten zoldering werd volgens de koster gebruikt als stookplaats van carbiet voor de verlichting van de kerk.

Motivatie tot plaatsing op de monumentenlijst[bewerken]

De pastorie is een goed en gaaf voorbeeld van het Neo-Classicisme.
De hoofdingang is bijzonder rijk gedetailleerd.
De omvangrijke pastorie en tuin vormen tezamen met de kerk en de kosterswoning een belangrijk en karakteristiek parochiecomplex dat van algemeen sociaal en cultuurhistorisch belang is voor Schijndel.

Fotoalbum[bewerken]

Fotoalbum Pastorie Centrum