Welkom op Schijndelwiki - de encyclopedie voor Schijndel

U kunt ons steunen door lid van de Heemkundekring Schijndel te worden.

Klik HIER om lid te worden

Iedere dinsdagochtend zijn wij tussen 9 en 12 uur in de heemkamer: Cultureel Centrum Spectrum, Steeg 9 g, Schijndel.

Norbertus Willibrordus Leonardus Baekers (1839 - 1920)

Uit Schijndelwiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Norbertus Willibrordus Leonardus Baekers
P03073.jpg

Pastoor/ Deken Baekers Sint Servatiusparochie.
Persoonsinformatie
Volledige naam Norbertus Willibrordus Leonardus Baekers
Roepnaam Norbert
Geboorteplaats Eindhoven
Geboortedatum 12 juni 1839
Overl.plaats Schijndel
Overl.datum 26 februari 1920
Beroep(en) pastoor en deken
Bidprentje Norbertus Willibordus Leonardus Baekers (1839 - 1920).jpg

Norbertus Willibrordus Leonardus Baekers (1839 - 1920)[bewerken | brontekst bewerken]

Norbertus Willibrordus Leonardus (Norbert) Baekers werd geboren op 12 juni 1839 in Eindhoven, zoon van Renerus (Reinier) Baekers geboren in Eindhoven (1807 - 1895) van beroep koopman en Cornelia Elisabeth Smits geboren in Eindhoven (1811 - 1881), als eerstgeborene in een gezin met tien kinderen waarvan er drie vroegtijdig overleden. Norbert, van beroep pastoor/ deken, overleed op 26 februari 1920 in Schijndel.

Deken Baekers[bewerken | brontekst bewerken]

Mgr. Deken Norbertus Willibrordus Leonardus (Norbert) Baekers werd priester gewijd 21 mei 1864.
Reeds op 28 mei 1864 werd hij aangesteld tot rector van het gymnasium, de toenmalige Latijnse school te Eindhoven.
Deze werd opgeheven in 1878 en rector Baekers werd op 31 maart 1878 benoemd tot professor van de retorica aan het klein seminarie “Beekvliet” te Sint-Michielsgestel.
Op 2 augustus 1885 werd hij pastoor te Schijndel.
Bij gelegenheid van zijn zilveren pastoorsfeest op 2 augustus 1910, dat met veel luister door de Schijndelse ingezetenen werd gevierd, is hij door Z.H. Paus Pius X tot erekamerheer benoemd.
Kort daarna – waarschijnlijk 31 augustus – ontving hij van Hare Majesteit de Koningin de onderscheiding Ridder in de Orde van Oranje Nassau.
Op zeer hoge leeftijd van 75 jaren aanvaardde hij nog het ambt van deken van het dekenaat Boxtel.
Hij blijft als een merkwaardige man voortleven in de herinnering van de mensen om zijn kinderlijke eenvoud, zijn spreekwoordelijke goedheid, de priesterlijke waardigheid en de karakteristieke eigenschappen van de ware herder, die hij in hoge mate bezat en om zijn langdurig pastoraat.
Het St. Servatiusgebouw in de Sint Servatiusstraat en het Patronaatsgebouw in de Kluisstraat zijn onder zijn bestuur gebouwd.
Mgr. Baekers overleed in de ouderdom van ruim 80 jaar te Schijndel op 26 februari 1920.

Krantenartikelen ter gelegenheid van het 25 jarig jubileum.[bewerken | brontekst bewerken]

Een kunstvolle doopvont. [1][bewerken | brontekst bewerken]

´s-Hertogenbosch, 26 Juli.
In een der magazijnen der firma Krijbolder-Smits, Kerkstraat alhier, staat op het oogenblik een kunstwerk geëxposeerd, dat terecht de bewondering wekt van ieder, die er voorbij gaat. Het is een werkelijk monumentale doopvont, die door de Katholieken der parochie Schijndel aan hun beminden herder, Mgr. N. W. L. Baekers wordt aangeboden, ter gelegenheid van zijn eerdaags te vieren jubilé. De eer van dit kunstwerk komt in hoofdzaak toe aan den bekenden kunstdrijver, den heer Jos. Jonkergouw, Kerkstraat alhier, wiens naam als kunstenaar reeds jaren lang ver buiten onze gemeente is gevestigd. Als men de prachtige doopvont beschouwt, dan mag het ons niet verbazen, dat de teekening van den heer Jonkergouw uit zeventien teekeningen werd uitgekozen om te worden uitgevoerd. Het geheel getuigt van een grooten kunstzin, van een éénige opvatting en van een meesterlijke uitvoering. De achthoekige cuppa is gemaakt van zwart marmer, rustend op een zelfde voetstuk en versierd met vier kleine koperen kolommen. Dit belangrijke werk is uitgevoerd door de heeren N. Glaudemans en Zoon, steenhouwers Lange Putstraat alhier, die daarbij wederom alle eer hebben ingelegd en opnieuw blijk hebben gegeven van hunne groote bekwaamheid op dit gebied. Het deksel van de doopvont is bevestigd aan een kunstig gesmeden arm, naar teekening van den heer Jonkergouw, uitgevoerd door den heer Th. Ebben, firma gebrs. Ebben, Lange Putstraat alhier. Het is prachtig werk, dat getuigt van de kunstvaardigheid van den heer Ebben. Met het deksel, dat het prachtigste gedeelte van de doopvont uitmaakt, is deze in het geheel 3 Meter hoog. Het deksel is achthoekig. Op vier passen komen voor de kunstig geciseleerde symbolen der vier Paradijsstroomen — de Phison, de Geon, de Tiger en de Euphraat, welke naar de vier windstreken hunne levenbrengende wateren heenvoeren. Het is de symbolischs voorafbeelding der uittrekkende Apostelen, bevruchtende geheel het aardrijk, door het water van het H. Doopsel. Op de vier andere passen zijn afgebeeld de vier symbolieken der H. Evangelisten. Dit gedeelte is omgeven door een lijst, waarop deze spreuk, tevens chronicum, voorkomt.
ECCLESIA PASTORI OVES SCHYDELENSES. GRATISSIMA.
Voor het chronicum heeft men in het vierde woord de Y voor een I aan te zien. In den monumentalen opbouw, die evenals het overige geheel van koper is, ziet men de vier prachtig gevormde beelden van de groote geloofsverkondigers H. Johannes den Dooper, H. Willebrordus, H. Bonifacius en H. Servatius. Het geheel wordt bekroond door een kruisbloem. Zie hier een korte en onvolledige beschrijving van het prachtwerk van den heer Jonkergouw. Het is niet aan ons zijn lof te verkondigen, zijn kunst te prijzen. Dit hebben reeds meermalen mannen van méér bevoegdheid gedaan en ook dit nieuwe werk zal ongetwijfeld van die zijde hooge waardeering genieten, evenals het de hooge bewondering wekt van allen, die het beschouwen. Onze kunstzinnige stad mag er trotsch op zijn, zulk een kunstenaar, die op zijn gebied onder de voornaamste mag gerekend worden, onder hare zonen te kunnen tellen.

Het zilveren Pastoorfeest van den Hoogeerw. heer Mgr. Beakers pastoor van Schijndel. [2][bewerken | brontekst bewerken]

Onze correspondent te Schijndel meldt ons dd. 1 Aug.: Hedenavond ten vijf ure arriveerde de Hoogeerw. heer Mgr. Baekers, de alom geachte en beminde pastoor onzer gemeente, na eene afwezigheid van ruim 8 dagen. Het was treffend te zien, hoe die afwezigheid door Schijndels ingezetenen werd benut om ieder op zijne wijze maatregelen te nemen ten einde de ontvangst van den gevierden herder zoo luisterrijk mogelijk te maken. Letterlijk geen huis langs den langen weg, dien Mgr. passeeren zou, of groen en bloemen in weelderigen overvloed riepen hem luide het welkom toe te midden zijner goede parochianen. Vooral de laatste twee a drie dagen waren een onafgebroken werken, want niemand wilde achterblijven bij de spontane hulde onzen gevierden pastoor te brengen. Het was dan ook een zegeweg, dien Z.H.E. volgde van het station af tot de pastorie toe. Beginnen we met de grootsche versiering door het R. K. Spoorwegpersoneel, van wier vereeniging Z.H.E. adviseur is, aangebracht aan het stationsgebouw en over een groot gedeelte van den stationsweg. Vergeten we niet de eenoudige maar juist door haar eenvoud zoo sprekende versiering aangebracht aan de kleine huisjes langs den Rooischen weg, waar ieder bloempje dank brengt voor de milde giften, gevloeid in menig bangen stond. Daar verrijst voor Mgr's blikken de eerste eerepoort, door zijn parochianen opgericht. Te midden van een stoet uit niet minder dan veertig groepen bestaande, gaat het voorwaarts tot aan het klooster der Eerw. Zusters. Daar werd de jubileerende priester toegesproken door den ZeerEerw. heer rector Sanders, die in schoone woorden, overvloeiend van hartelijke sympathie Z.H.E. wees op al het goede, door hem gedaan aan de congregatie en vooral aan de ouden van dagen, wien het een blijkbaar genot was, in kinderlijke discipline geschaard, den zegetocht van hun weldoener en beschermer in oogenschouw te nemen. Diep geroerd nam Mgr. het prachtig bloemstuk in ontvangst, hem door een der jongste leerlingen der bijzondere kweekschool aangeboden. Zoo nadert de stoet de hoofdstraat. Het moet een overweldigenden indruk gemaakt hebben op het teedere gemoed van den beminden jubilaris, zijne parochie voor zich te zien, gehuld in verblindend schoonen feestdos. Daar staat zijn galarijtuig voor de burchtpoort in middeleeuwschen stijl artistiek uitgevoerd, den straatweg overwelvend in onverzettelijke grootheid, terwijl de burchtvrouwe een hulde brengt in levende bloemen. De oudheid der kunst bij de eeuwige jeugd der natuur in treffende samenwerking om uiting te geven aan heide en eerbied en dank. Aangekondigd door bazuingeschal van de transen des burchts passeert Z. H. E. dezen eveneens onder voortdurende wijdklinkende krachtige stooten uit het oud historisch instrument. Tusschen groen en bloemen schrijdt de stoet voort. Voor het sociëteitsgebouw neemt de jubileerende herder het bloemstuk in ontvangst namens deze vereeniging, door de engelachtige verschijning van het dochtertje des heeren Van Velthoven hem aangeboden. Aangekomen aan het gemeentehuis verlaat de jubilaris keurig in monseigneurskostuum gekleed zijn rijtuig en bestijgt de trappen van het bordes om in de feestelijk versierde raadzaal de hulde in ontvangst te nemen hem door den burgemeester namens de gemeente gebracht in warme bezielende taal. En voort gaat de tocht en voort gaan de toejuichingen en diep geroerd was Z.H.E. als hij eindelijk zijn pastorie bereikte door een ware „Siegesallee". Een idéé te geven van den optocht, het een vrij vermetel pogen, doch dit mag als luidsprekende waarheid bevestigd worden, dat het moeielijk is uit te maken wat meer daarin te bewonderen, eenvoudige warmte van gevoel of hooge artisticiteit van opvatting. We kunnen daarom met grond verklaren, dat de onderscheiden commissiën, neen, dat Schijndel alle eer heeft van zijn werk, dat het getoond heeft eene gemeente te zijn, zooals de Kerk ze hebben moet om in wijden kring den schat harer zegeningen over het menschdom te kunnen uitstorten.
Per telefoon.
Heden telefoneerde onze correspondent ons: Een goed geslaagd concert door Woensels Muziekkorps in de versierde kiosk vóór de pastorie was gisterenavond het laatste nummer van een dag, die voor inwoners en duizenden vreemdelingen een onvergetelijke is geworden. Begunstigd door zeldzaam feest weder werd hedenmorgen de jubilaris kwart voor negen aan de pastorie door een leger van bruidjes afgehaald en door de Hoofdstraat en Kerkstraat naar de smaakvol versierde kerk begeleid. Een gemengd koor van dames en heeren zong verdienstelijk Priesterglorie, oratorium voor gemengd koor van Max Guillaume. Daarna droeg de hoogeerw. jubilaris de plechtige H. Mis op, geassisteerd door zijn beide zeereerw. broeders en den zeereerw. heer oud-pastoor Van de Kromvoort, terwijl de overige ceremoniën werden verricht door den weleerw. heer Van den Bichelaar, neef van den jubilaris, en een zestal eerwaarde heeren, van Schijndel geboortig. Schoon was de feestrede, uitgesproken door den ZeerEerw. heer pastoor Van der Vleuten, oud kapelaan dezer parochie. Niemand beter dan hij, die 15 jaren lang werkte met den feestvierenden priester en getuige was van diens rusteloos werken aan het geestelijk en stoffelijk welzijn zijner parochie, kon den jubilaris schilderen als een goeden herder in den volsten zin des woords. Machtig was de indruk, door het muzikale gedeelte gemaakt, op de talrijke schare, die het kerkgebouw vulde tot in de uiterste hoeken. Een woord van bijzonderen lof aan den onvermoeiden oudsten kapelaan, den weleerw. heer Van Overbeek, die weken en maanden lang zich heeft afgesloofd voor het schitterend succès, dat hij heeft mogen inoogsten. Na afloop der kerkelijke plechtigheden werd Mgr. Baekers, opnieuw voorafgegaan door zijn lieve garde, huiswaarts geleid. Thans was het uur der receptie gekomen, die even werd onderbroken voor de plechtigheid der aanbieding van het cadeau der parochie, een monumentale doopvont, een waar meesterstuk, waarop onze Hollandsche kunst trotsch mag gaan. De feesten duren voort.

Het zilveren Pastoorfeest. [3][bewerken | brontekst bewerken]

Het zilveren Pastoorfeest van den Hoogeerw. heer Mgr. Beakers pastoor van Schijndel.
Onze correspondent te Schijndel meldt ons nader d.d. 2 Augustus : Nu we melding hebben gemaakt van de aanbieding van het cadeau der parochianen, de doopvont, past het met een enkel woord ook de talrijke overige stoffelijke blijken van belangstelling te vermelden. In zijn soort niet minder kunstvol dan de doopvont is de gouden Miskelk, het geschenk der priesters, van Schijndel geboortig en de kapelaans en oud-kapelaans der parochie. Aangenaam moet voor den jubilaris zijn geweest het geschenk van de kinderen der bijzondere school, zijne lievelingen, zooals de gewijde feestredenaar hen noemde, dat bestond in een consecratiebel, die reeds in de plechtige Mis hare indrukwekkende tonen deed galmen door de gewelven des tempels om de komst van den grooten Koning aan te kondigen. Niet minder dankbaar zal door Zijn Hoogeerw. zijn aanvaard het prachtige Sint Jozefsbeeld, hem aangeboden door de jongens van het St. Jozefspatronaat; immers wij allen weten hoe deze inrichting hem na aan het harte ligt en nimmer opofferingen hem te groot waren om den bloei dezer heilzame vereeniging te bevorderen. Voegen wij daarbij den gouden keten met kruis door de meisjes der congregatie en het prachtig uitgevoerde pulpitum, dat eveneens reeds in den plechtigen feestdienst van hedenmorgen werd gebruikt, en we hebben de voornaamste geschenken genoemd. Na de uitvoering van de feestmarsch, voor deze gelegenheid gecomponeerd en opgedragen aan den Hoogeerw. jubilaris door den heer J. Roussel, kapelmeester onzer harmonie, werd de receptie voortgezet, waarvan eene overtalrijke menigte gebruik maakte om den beminden pastoor geluk te wenschen. Zoo zijn we gekomen aan de herhaling van den optocht. Het was wel jammer, dat eene ontzettende stortbui zich uitgoot over al dat groen en al die kleuren en schittering der costuums, toen de stoet reeds bijna was samengesteld. Het gevolg was dat Romeinen en Batavieren, vergetende hunne historische vijandelijkheden op de vlucht sloegen voor het water en gastvrij ontvangen werden in de woningen hunner twintigste eeuwsche nakomelingen. Edoch, na den regen kwam zonneschijn en de optocht werd samengesteld schoon de regen aanzienlijke schade had aangericht. Ditmaal was de „Burchtvrouwe" mejuffr. M. Krillaars als de officieele persoonlijkheid der veste het middelpunt van den stoet. Om niet vooruit te loopen op het oordeel der jury onthouden we ons van iedere beoordeeling der talrijke praalwagens. Dit is echter een feit, dat door vreemdelingen uit stad en dorp de verzekering werd uitgesproken, dat zij nimmer zulk een fraai geheel zagen, zoo ordelijk gerangschikt, zoo 'Smaakvol samengesteld. Luide werd, de Burchtvrouwe' op onderscheiden plaaten toegejuicht, niet het minst aan de pastorie, waar de Hoogeerw. jubilaris, omgeven door eene talrijke priesterschaar met blijkbare aandoening de schitterende hulde zag, hem gebracht door zijn dierbaar Schijndel. Het weder heeft intusschen zijn goedwilligheid van gisteren niet behouden, stortbui op stortbui doet niet weinig nadeel aan de versieringen en de feeststemming. Des ondanks hebben duizenden en duizenden vreemdelingen niet nagelaten een bezoek aan deze gemeente te brengen. De trams uit beide richtingen arriveerden eivol om zo goed als leeg te vertrekken, het was een eigenaardig gezicht. Ten 6 uur heeft de groote instrumententale en vocale uitvoering der harmonie Cecillai en het gemengd koor plaats. Van het schitterend programma, dat hier op zeer verdienstelijke wijze ten gehoore werd gebracht, noemen we slechts, het Halleluja van Handel, de cantate van Lans en de feestmarsch van den heer Roussel. Gezellige drukte overal, het volk is feestelijk gestemd, het weer belooft beterschap, Batavieren en Romeinen dansen broederlijk, eendrachtig de straat over op de tonen van een orgel en voeren een oudhistorische polka uit op moderne muziek, het wemelt in de hoofdstraat, waar eene drukke bedrijvigheid in het licht eener fantastische illuminatie doet denken aan feest, niet op een dorp, maar in een stad. Wij kunnen niet anders zeggen dan dat Schijndel wederom heeft getoond, dat het slag van feesten heeft. Wij danken, dat op de eerste plaats natuurlijk aan het taktvol beleid der feestcommissie, wie we bij dezen gaarne een woord van hulde brengen, maar niet minder ook aan den geest van gezellige eendrachtigheid, die Schijndel maakt tot eene der meest aantrekkelijke gemeenten in de gansche Meierij.
De feestelijkheden worden morgen-voortgezet.

Het zilveren Pastoorsfeest van den Hoogeerw. heer Mgr. Baekers, pastoor te Schijndel. [4][bewerken | brontekst bewerken]

Onze correspondent te Schijndel schrijft d .d. 3 Aug.: heden was het de derde en laatste dag der feestviering. Om elf uur werden de feestelijkheden geopend met eene indrukwekkende hulde, gebracht door de kinderen der beide lagere scholen. Op allerverdienstelijkste wijze voerden enkele meisjes der bijzondere school onder commando der jonge dame Josephine van Munster eenige gymnastische reien uit. Het was een allervriendelijkst tooneeltje allen in het wit met kleurige bloemtakken in de hand onberispelijk gelijk allerbevalligste bewegingen te zien uitvoeren. Wij kunnen ons voorstellen, dat tot zulk een discipline heel wat hoort. Een deputatie van het meisjespatronaat, geleid door een viertal dames, bestuursters, bood den jubileerenden herder, den beschermer alweer dezer nuttige instelling, een passend cadeau aan. Uit volle borst zongen de jongens der openbare school, geaccompagneerd door de harmonie van het patronaat, eenige zeer schoone liederen, waarna het hoofd der school den jubilaris toesprak als den vriend en weldoener der kinderen, daardoor aanrakende de teerste snaar van monseigneurs fijn gestemd gemoed. Het was dan ook zichtbaar geroerd, dat onze goede herder met van aandoening bevende stem en tranen in de oogen dank bracht aan zijne lievelingen, hun wijzende op de gelukkige dagen die met hen sleet en als zijn vurig verlangen hun vragende, dat zij brave kinderen zouden blijven en eenmaal brave mannen en vrouwen zouden zijn. Dit was een allerliefst en daardoor een der indrukwekkendste nummers van het programma zoo zijn we aangekomen aan het laatste gedeelte: de volksspelen. Wat te zeggen van deze vermakelijkheden zonder te vervallen in banaliteiten? De grimassen en gezichten en houdingen te beschrijven van sprietloopers, mastklimmers en koekhappers ? Wie ooit dergelijke volksfeesten meemaakte, hij kent ze, want ze waren hier als overal. Slechts kunnen we in het algemeen zeggen, dat de deelname buitengewoon druk, het publiek buitengewoon talrijk en de geest buitengewoon gezellig was. Bij ge-brek aan vuurwerk besloot een hevige donderbui deze feestelijkheden, terwijl een overvloedige regen het terrein in een minimum van tijd schoonveegde. En zoo behoort het schitterend jubelfeest van onzen beminden pastoor tot het verleden: Het was één succes, van het begin tot het einde: geen wan-klank werd gehoord. Schijndels ingezetenen hebben hunnen herder schoone dagen bezorgd en het getuigt van hunne warme liefde, dat zij den heerlijken indruk op het gemoed van den jubilaris niet hebben willen verzwakken, zelfs niet door de geringste buitensporigheid. Het moet voor den braven priester een weldoende overtuiging zijn dat zijne parochianen hem liefhebben niet alleen maar weten ook wat zij doen moeten om hem die liefde te bewijzen. Dat de edele grijsaard nog zeer vele jaren voor ons gespaard blijve tot heil zijner goede parochie, dat hebben Schijndels burgers God gebeden gedurende de kerkelijke plechtigheden dezer dagen, dat zullen zij blijven bidden onophoudelijk en met klem. Ten slotte vermelden wij nog, dat het Zijne Heiligheid den Paus behaagde Zijnen Kamerheer een telegram te zenden waarin hij hem Zijnen zegen schonk met Zijne beste wenschen voor het heil van den Jubilaris, diens familieleden en parochianen.

Overige afbeeldingen[bewerken | brontekst bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Provinciale Noordbrabantsche en ´s Hertogenbossche courant 27 juli 1910
  2. Provinciale Noordbrabantsche en ´s Hertogenbossche courant 03 augustus 1910.
  3. Provinciale Noordbrabantsche en ´s Hertogenbossche courant 04 augustus 1910
  4. Provinciale Noordbrabantsche en ´s Hertogenbossche courant 05 Augustus 1910.