Welkom op Schijndelwiki - de encyclopedie voor Schijndel

U kunt ons steunen door lid van de Heemkundekring Schijndel te worden.

Klik HIER om lid te worden

Iedere dinsdagochtend zijn wij tussen 10 en 12 uur in de heemkamer: Cultureel Centrum 't Spectrum, Steeg 9 g, Schijndel.

Lambertus Johannes Maria van Rooij (1926 - 2020)

Uit Schijndelwiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Lambertus Johannes Maria van Rooij
Lambertus Johannes Maria van Rooij (1926 - 2020).jpg
Persoonsinformatie
Volledige naam Lambertus Johannes Maria van Rooij
Roepnaam Lambèr (Bertus)
Geboorteplaats ‘s-Hertogenbosch
Geboortedatum 12 mei 1926
Overl.plaats Heeswijk-Dinther
Overl.datum 6 april 2020
Partner(s) Wilhelmina Catharina (Mien) van de Greef
Bidprentje Wilhelmina Catharina van de Greef (1928-2002) 01.jpg

Wilhelmina Catharina van de Greef (1928-2002) 02.jpg

Lambertus Johannes Maria (Lambér) van Rooij [1][bewerken | brontekst bewerken]

Zoon van: Johannes Gerardus Henricus Maria Lambertus van Rooij en Adriana Wilhelmina Ludovica Vugts
Geboren: 12 mei 1926 te ‘s-Hertogenbosch
Toenmalig adres: Toon Bolsiusstraat 56
Legerplaats: Maastricht - Harskamp - Roermond
Legeronderdeel: 4 - 14 R.I. Kaderschool 5 - 11 R.I.
Legernummer: 260512118
Rang/functie: korporaal/sergeant
Datum vertrek naar Nederlands-Indië: 28 februari 1948
Naam van de boot: Volendam
Verblijf op: Sumatra
Datum terugkomst: 4 mei 1950
Naam van de boot: Gen. Sturdis
Laatst bekende woonplaats: Schijndel
Overleden: 6 april 2020 te Heeswijk-Dinther

Herinneringen van Lambér[bewerken | brontekst bewerken]

Opgeroepen voor militaire dienst 8 november 1946
Onderdeel 4 - 14 - R.I. in Maastricht
Werd ingedeeld bij de Ondersteunings Compagnie Mortieren.
De winter van 1946 was zeer streng en voor iemand die zijn werk altijd binnen in een fabriek had gedaan viel dat niet mee.
In het voorjaar van 1947 overgeplaatst naar kaderschool in de Harskamp op de Veluwe voor onder-officiersopleiding. Eind 1947 overgeplaatst naar 5 - 11 - R.I. te Roermond. Op 28 februari 1948 vertrokken we met het stoomschip de Volendam naar Indonesië.
Het was voor ons een groot avontuur dat wij tegemoet gingen zo ver van huis. De reis was prachtig: onderweg werd ons verteld, dat wij naar Sumatra zouden gaan.
Na ongeveer vier weken varen kwamen wij daar aan, werden ontscheept en naar onze posten gebracht. Ons peloton van de ondersteuningscompagnie werd aan het Tobameer gelegerd, dat is een meer 900 meter boven de zeespiegel; het was er prachtig, er groeide palmbomen en dennenbomen bij elkaar. Vandaaruit zijn wij bij de politionele acties dieper het binnenland ingetrokken.
Na het stoppen van de vijandelijkheden zijn wij met een klein KPM schip naar Java gevaren en in Thimay vlak bij Bandoeng gelegerd geweest; daar was het ook prachtig.
In mei 1950 werden we ingescheept op een Amerikaans Liberty schip, de "General Sturgis", voor de terugreis naar Nederland, waar wij 26 mei aankwamen. De thuiskomst was zeer emotioneel, na zo'n lange tijd je familie, vrienden en bekenden terug te zien.

Krantenartikel [bewerken | brontekst bewerken]

Brieven van Soldaten Prapat [2][bewerken | brontekst bewerken]

Prapat is gelegen aan het Tobameer en ligt aan Sumatra’s Oostkust. Het is een der prachtigste oorden van Sumatra. Daar het 1200 meter boven de zeespiegel ligt, en de kleinste bergen er toch altijd nog een hoogte van 900 m halen, komt het klimaat veel overeen met een Hollandse zomer.
De nachten zijn er fris en een deken komt er ’s-nachts dan ook goed van pas. De bevolking leeft er in hoofdzaak van visvangst en handelen.
Door het Tobameer en zijn prachtige natuur, brachten vele Europeanen voor de oorlog er hun weekends door. Daartoe hebben zij aan het meer vele villa’tjes gebouwd, waarvan wij nu een dankbaar gebruik maken.
Fruit groeit hier in overvloed en is ook niet duur. Een hele tros bananen kost 50 cent, een ananas 40 à 50 cent per stuk.
De wegen lopen door de bergen, aan de ene kant een steile bergwand en aan de andere zijde diepe ravijnen van 500 meter diepte. Op deze bergen groeit palm en den lustig naast en door elkaar.
Op het Tobameer vinden af en toe stormen plaats, ofschoon er geen windje aan de lucht is. Deze worden veroorzaakt door vulkanische uitbarstingen welke onder water plaats vinden.
De mensen die hier wonen zijn de Batakkers en die streek wordt dan ook de Batak-landen genoemd. Zij die hier wonen zijn de Toba Batakkers en het is een eigenaardig volkje.
Voor het grootste gedeelte zijn zij Protestant, Mohamedaan en Katholiek, doch ze handhaven nog vele oude gebruiken, Zo zijn er die geen varkensvlees eten maar wel hondenvlees.
Wat de reinheid betreft, die is goed en „mandiën” doen ze veel.
Overal in de grote kampong zitten Chinezen en in de stad hebben die meestal eethuizen, of ze zijn er goudsmid. Je kan er van alles kopen en verkopen en ze rekenen zich onder de élite.
In Tanah Djawa, ongeveer een 30 km van de stad Siantar, heb ik een trouwpartij meegemaakt.
Deze duurt twee dagen. De eerste dag is voor de jeugd van 15 tot 20 jaar, de tweede dag voor de ouderen.
Er wordt veel gegeten, gedronken, gezongen en gerookt en des avonds wordt het meisje door allen naar huis gebracht. Dit gaat gepaard met veel herrie, zingend en pratend.
De tweede dag is dan voor de ouderen en hoe dat gaat weet ik niet, maar dat zal wel ongeveer het zelfde zijn.
Hoe zo'n paartje aan elkaar komt, gaat als volgt te werk.
De jongen ziet op de passar (markt) of weg, of waar dan ook, een meisje dat hij wel aardig vindt. Dan kijkt hij zo een paar weken de kat uit de boom en stapt dan naar de ouders van het meisje. Na wat heen en weer gepraat vinden zij de zaak O.K. en is het voor de bakker. Maar dan komt het ergste voor hen. Hij mag er b.v. zo maar niet gezellig mee in het donker gaan wandelen, of op de hoek van ’t huisje teder afscheid nemen. Neen, niets van dit alles. Hij mag er wel eens soms komen buurten en een sigaretje roken, en na verloop van ongeveer 2 maanden wordt er getrouwd.
Het huwelijk wordt in de kerk ingezegend en door familie, vrienden en vriendinnen worden zij daar naar toe gebracht.
Dit is een mooi gezicht en allen zijn op zijn Paasbest gekleed.
Veel jonge meisjes dragen dus Zondags een japon, wat hen wel leuk staat, maar als zij in hun sarong uitgaan, is dit toch veel mooier.
Zo'n trouwpartij kost veel geld, want heel de Kampong doet daar aan mee. Zingen kunnen de meisjes hier prachtig en ook de kerkdienst luisteren zij bij zulke en andere gelegenheden op.
Ongeveer 25 km van Prapat ligt de stad Siantar. Daar is ook een klooster gevestigd van de Zusters van Schijndel. Wanneer Schijndelse jongens daar in de stad komen en zij tijd over hebben, brengen zij daar nog gauw even een bezoek, want de Zuster uit de keuken, Zuster Judocia, heeft altijd een bakske met een koekske klaar staan, zodat daar voor ons toch altijd nog even gezelligheid te halen is.
Daarom zend ik ook bij deze mijn hartelijke groeten aan Moeder Roza en Zuster Thimothea, die nu in het Moederhuis van een welverdiende vacantie genieten.

Korp. L. v. Rooij,
No. 260512118
Prapat

Terug uit Indonesië [3][bewerken | brontekst bewerken]

Wederom mochten wij een 5-tal militairen begroeten, die behouden in het vaderland terugkeerden. Het waren van de parochie St. Servatius Jan Verhagen (Kluisstraat), Jan de Laat (Houterd), Martinus v. d. Heijden (Heikantstraat), Harry de Backer (Kloosterstraat) en Frans Eijkemans (Sint Servatiusstraat).
Ook bij deze gelegenheid hadden de diverse buurtbewoners er voor gezorgd, dat ’n passende versiering aan huis niet ontbrak, terwijl Geestelijke en wereldlijke overheden en natuurlijk Kath. Thuisfront de gerepatrieerden van harte welkom heetten.
Van verschillende zijden werden ook nuttige cadeaus aangeboden, die door de jongens in dank werden geaccepteerd.
Ook voor deze jongens is het een onvergetelijke thuiskomst geworden.
Zondag kwam Bertus v. Rooij weer in zijn ouderlijke woning terug na ongeveer 2 jaar in Indonesië te zijn geweest. 't Spreekt vanzelf dat hij weer op de gebruikelijke wijze werd ontvangen. De woning was smaakvol versierd en 's avonds keurig verlicht. De kinderen uit de buurt zongen hun liedje, de heer Tibosch verwelkomde hem namens het Thuisfront, de heer v. Oss namens Avanti, terwijl de buurtkinderen onder 't opzeggen van leuke versjes cadeaus aanboden. Ziezo, die is er weer. Wie volgt?

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Herinneringsboek van Schijndelse militairen in Nederlands-Indië "Hop en Palmen".
  2. Schijndelse Krant 1 oktober 1948
  3. Schijndelse Krant 23 juni 1950