Welkom op Schijndelwiki - de encyclopedie voor Schijndel

U kunt ons steunen door lid van de Heemkundekring Schijndel te worden.

Klik HIER om lid te worden

Iedere dinsdagochtend zijn wij tussen 10 en 12 uur in de heemkamer: Cultureel Centrum 't Spectrum, Steeg 9 g, Schijndel.

Schijndel is uit de kunst

Uit Schijndelwiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Kunstroute uniek in de regio[bewerken]

Omdat Schijndel in het jubileumjaar ‘Schijndel 700’ een uitdrukkelijk accent wil leggen op de kunst in het dorp, mag een speciaal kunsthoofdstuk in de jubileumkrant niet ontbreken. Waar ons dorp zich uitdrukkelijk in onderscheidt te midden van de omliggende gemeenten hier in de regio is de veelheid aan kunstwerken, die men verspreid over het hele dorp aantreft en die sterk bepalend zijn geworden binnen het voornamelijk naoorlogse straatbeeld.
Twee factoren hebben een belangrijke rol gespeeld in de ontwikkeling van Schijndel waar het die belangstelling voor de kunst betreft. Op de eerste plaats is daar Gerard G.M. Scholten, burgemeester van Schijndel van 1976 tot 1998. Zijn liefde voor de kunst en zijn gedrevenheid om zijn passie over te dragen op gemeente en gemeentebestuur, zijn een enorme stimulans geweest.
Daarnaast kwam er, in 1980, de stichting Kulturele Evenementen Groepen Schijndel, de KEG. De stichting ontplooide activiteiten op breed cultureel terrein, zoals theater voor volwassenen en kinderen, orgelconcerten, een tijdschrift en tentoonstellingen. Juist de KEG bood jonge professionele kunstenaars een podium om zich te presenteren. Niet alleen door tentoonstellingen in de eigen expositieruimte - eerst in de bibliotheek en later in ’t Spectrum - maar zeker ook in het tijdschrift van de KEG, “Teken”. Bovendien wist de KEG op diverse momenten de goegemeente te verrassen met grote manifestaties zoals de alternatieve beeldenroute die in 1990 Schijndel sierde, met het fenomeen ”Kunst in de etalage”, en, in 2003, als plaatselijk aanjager van een internationaal kunstproject, ”Tempus Arti”. In alledrie de gevallen ging het om tijdelijke kunstroutes die het publiek confronteerden met eigentijdse kunstuitingen in de openbare ruimte. Het waren spraakmakende tegenhangers van de gemeentelijke beeldenroute die zich veelal nog op traditioneel terrein beweegt. En dan was er in 2005 de tentoonstelling in de inmiddels afgebrande bibliotheek onder de titel “De wereld is groter dan Schijndel” waar 24 Schijndelse kunstenaars lieten zien dat Schijndel niet alleen passief maar ook actief aanwezig is in de wereld van de kunst. Schijndelaren als o.a. Jeroen Kooijmans, Hester Oerlemans en Jeanne van Heeswijk hebben zich inmiddels een internationale status verworven waarvan Heesters en Van Oorschot alleen konden dromen. Deze tentoonstelling maakte duidelijk dat niet alleen oud-burgemeester Scholten, de gemeentelijke kunstcommissie of de KEG invulling geven aan de slogan ”Schijndel is uit de kunst” maar dat het vooral toch de kunstenaars zijn die hier geboren zijn, die laten zien dat Schijndel deze status verdient.
Toch zijn het vooral de namen van Jan J.H. Heesters en Theodorus van Oorschot – en in mindere mate die van Antoon van Domburg – die op ieders lippen liggen wanneer er gesproken wordt over bekende Schijndelse kunstenaars. Zij zijn, wellicht onbewust, de wegbereiders geworden voor een nieuwe generatie die in een naoorlogse, veranderde maatschappij, meer kansen kreeg zich te ontplooien.

Een voorliefde voor Frans Hals[bewerken]

In het Schijndels Weekblad is een in memoriam verschenen van een andere kunstenaar die naam heeft gemaakt nl. Antoon van Domburg, zoon van Judocus Domburg en Kristina Voets, geboren te Schijndel 14 juni 1882, die op zondag 10 juli 1954 in het ziekenhuis in ’s-Hertogenbosch op 72-jarige leeftijd is overleden. Hij genoot vooral bekendheid als portretschilder. Van Domburg bezocht indertijd de Koninklijke School voor nuttige en beeldende kunsten in ’s-Hertogenbosch en behaalde onder leiding van zijn leermeester Frans Slager opmerkelijk goede resultaten in de jaren 1908, 1909 en 1911. Hij verwierf driemaal de Grote Koninklijke Medaille voor ‘tekenen naar het leven’. Met een studiebeurs ging hij zich verder bekwamen in Haarlem. Hij heeft veel schilderstukken gemaakt waarin hij zijn voorliefde voor de stukken van Frans Hals liet blijken. Voor de gemeente Schijndel schilderde hij o.a. het portret van de burgemeesters J. Janssens en H.L. Manders en ook maakte hij een portret van de bekende dokter en generaal Gerardus Servatius Buzen. In 1944 werd zijn pand in de Kloosterstraat volledig verwoest en ging veel mooi werk van hem verloren. In 1953 kwam zijn nieuwe onderkomen aan de Markt gereed. Sinds maart 1954 ging zijn gezondheid sterk achteruit en was opname in het Bossche ziekenhuis noodzakelijk.

Dorus van Oorschot[bewerken]

Hoe anders verliep het leven van Theodorus van Oorschot die in 1910 geboren werd als zoon van een arbeider. Al jong werd zijn talent onderkend door eerdergenoemde Antoon van Domburg bij wie Dorus in de leer kwam en die hem vooral liet oefenen, eindeloos liet schetsen en natekenen. Maar kansen voor Dorus om, zoals hij maar al te graag wilde, kunstschilder van beroep te worden, dat zat er niet in. Het waren de crisisjaren en er moest brood op de plank komen in het kinderrijke gezin. Schaapsherder werd Van Oorschot zodoende en dat mag romantisch lijken, het was het zeker niet. Met een uitspraak als ”Je praat meer met je hond dan met mensen”, maakte Dorus achteraf duidelijk hoe eenzaam dat bestaan was op de grote stille heide. Later werd Van Oorschot huisschilder. Al verdiende hij niet veel, hij kreeg wel de kans lessen te gaan volgen bij Nico Molenkamp in Tilburg. Voordat Dorus bereikte wat hij wilde bereiken, had hij een lange en moeizame weg te gaan. Misschien was het daarom dat Dorus het schilderen zag als een vak en ambacht, niet sprak van inspiratie of kunst. Reizen deed hij nauwelijks; Brabant was zijn wereld en die wereld was hem groot genoeg. In het werk van Van Oorschot mag dan de late echo van de Haagse School doorklinken, het neemt niet weg dat Van Oorschot is blijven experimenteren. Hij is dan ook vol lof over de generatie na hem, die zekerheden laat schieten en het experiment opzoekt. Van Oorschot overleed in 1989. De herinnering aan Dorus bleef bewaard in de naam in zijn voormalig atelier aan de Venushoek waar onlangs een einde aan is gekomen. De collectie Van Oorschot kreeg onderdak in het Museum Jan Heestershuis.

Jan Heesters, de man die Schijndel een museum schonk[bewerken]

Dat Jan Heesters, geboren in 1893 in Schijndel, zijn sporen heeft nagelaten in het Schijndelse. Het museum in de Pompstraat is daarvan een blijvend bewijs. Heesters schonk bij zijn overlijden in 1982 zijn woonhuis aan de Schijndelse gemeenschap met de opdracht er een museum van te maken. Een deel van het pand is blijvend ingericht als herinnering aan de kunstenaar. Heesters haalde tekenactes A en B aan de academie in Den Haag. In 1917 kreeg zijn opleiding een vervolg aan de Rijksacademie in Amsterdam. Hij raakte daar in contact met kunstenaars als Jan Bronner, Henri Jonas en Charles Eijck. Hij kreeg er etslessen bij professor Aerts. Heesters gaf intussen ook les aan de R.K. Lycea in Den Bosch en aan de Leergangen in Tilburg. Maar in 1922 hield Heesters het lesgeven tijdelijk voor gezien en verhuisde naar Parijs waar hij dag en nacht studeerde aan een drietal particuliere academies. Daar ook ontstond het plan om zijn reis naar Italië langs Noord-Afrika, Marokko, te laten lopen. Het was voor de zoon van een Schijndelse wagenmaker de kennismaking met de wereld van Duizend-en-een-nacht zoals hij later vertelde. Sicilië en Rome, Ravenna, Florence en Venetië.

Samenhang of verscheidenheid: een nieuwe generatie meldt zich[bewerken]

Welke wegen heeft de generatie na Heesters en Van Oorschot ingeslagen, zijn deze kunstenaars onder een gezamenlijke noemer te vangen, is er zoiets als een ”Schijndelse School”? Of zijn het louter individuele kunstenaars die niets meer dan hun geboortegrond met elkaar gemeen hebben?
Tijd voor een vluchtige kennismaking aan de hand van de catalogus van “De wereld is groter dan Schijndel”, in een volstrekt willekeurige volgorde waarbij op geen enkele wijze is geprobeerd iemands hele oeuvre te omvatten.
Een kennismaking met Fieke Barten bijvoorbeeld, die erin slaagt van een bekend grapje - het gezichtsbedrog bij een plaatje waar je in het ene geval een tekening van een beker in ziet, in het andere twee gezichten, een cliché in het genre - een originele strip te maken.
Minder speels, minder anekdotisch zijn de langgerekte figuren die zo kenmerkend zijn voor het werk van Ad Kooijmans. Zij lijken tijdloze symbolen van de communicatie tussen mensen of juist het ontbreken daarvan, een aarzeling tussen aanraken en afstand nemen.
Het werk van Berthy van de Wijdeven beweegt zich wat inspiratiebronnen betreft doorheen de tijd. De ene keer bloemen in de traditie van Monet, een volgend ogenblik expressionistisch als Van Gogh, terwijl ze een andere keer haar anonieme naakten schildert alsof ze meekijkt over de schouder van Lucian Freud.
Henk Kastelijn, de te jong gestorven graficus, presenteerde zich in 2005 onwennig nog, als schilder met de grafische patronen nog in zijn.
Bij Maria Kemps ontmoeten we een schilder bij uitstek, een temperament dat zich uit in puur schilderplezier, in kleuren die haar doeken een grote dynamiek meegeven.
Het werk van Marie-José Eijkemans, is klein van formaat, onbeholpen zo lijkt het bijna maar vooral ook onbevangen.
Mirjam Konijnenberg maakt indruk met haar vogeltje uit keramiek, een dood vogeltje, groot genoeg om het hele universum in te vatten.
Patricia van den Brand schildert en tekent virtuoos; Pauline van der Heijden is een reiziger in de nacht waar het verschil tussen realiteit en spiegeling is opgelost in een plas regen.
Roland de Jong-Orlando lijkt zich vastgebeten te hebben in het spel met driedimensionale elementaire vormen en bij Suzanne van Doremalen zijn in zekere zin parallellen te vinden met het werk van Marie-José Eijkemans. Haar keramieken plattegronden, uitgevoerd als ging het om lijnen in ijzer gegoten, vertellen ook van een dromen over vroeger.
Wim Habraken: een graficus die zich verloren heeft aan de ambachtelijkheid van zijn vak maar daarbij de nieuwe technieken niet uit de weg gaat en bovendien ruimte houdt voor zijn eigen kunstenaarschap.
Teske Clijsen speelt met de tijd. Zij gebruikt filmische technieken om als in een middeleeuws schilderij, zaken uit verschillende tijdsperioden in een voorstelling weer te geven.
Letterlijk werd in 2005 een reis in beeld gebracht door Hester Oerlemans, een reis als verbinding tussen twee punten, een weg bezaaid met herinneringen en zaken die de mensen zoal verliezen.
Jo Santegoeds vindt zijn beelden heel dicht bij huis, in de natuur eromheen of in de (toevallige?) combinatie van een tv-beeld en het landschap buiten.
Rianne Hellings maakt op haar tropische Curaçao kunst als versiering van de mens en de mens als kunst.
Bep Ebbenn mag dan geïntrigeerd geraakt zijn door de theorieën van Jung, wie haar werk ziet zal wellicht toch gewoon zeggen dat het mooi is.
Hoe verslingerd Twan Vorstenbosch ook lijkt aan de Afrikaanse savanne, niet minder wordt hij geïnspireerd door de puur Hollandse weilanden.
De sterk vergrote afbeeldingen uit de natuur, waarin de echo van het werk van Georgia O’Keeffe onmiskenbaar doorklinkt, maken duidelijk waar Marianne van Esch het wezen der dingen zoekt.
Draden van een weefsel, een ordening van lijnen en vierkantjes, meer heeft Marieke den Otter niet nodig om het universum in te vatten. Een minimalistische kunst die teruggaat naar af.
Jan van den Dungen gebruikt moderne technieken om zijn voorliefde voor de kunstenaars van de Italiaanse renaissance - Rafael voorop - duidelijk te maken in een verwarrend spel van fictie en werkelijkheid.
Jeroen Kooijmans reist van continent naar continent en schrijft zijn eigen sprookjes van de grootstad.
De keramiek van José van Esch is een zoeken naar industrieel design, naar boeiende en perfecte vormen voor simpele zaken als koffie- of.
Jeanne van Heeswijk tenslotte, globetrotter en degene die met een van haar werken deze tentoonstelling van Schijndelse kunstenaars een naam gegeven heeft. Urban curating noemt zij de kunstvorm waarmee ze zich bezighoudt: het maximaliseren van het potentieel binnen gemeenschappen aan open dialoog, communicatie en gemeenschappelijk handelen. De hele wereld is haar werkterrein.
Nu in 2009, hebben zich alweer nieuwe talenten gemeld, voortgekomen uit Schijndel waarmee het dorp zich, of het nu wil of niet, toch een kweekplaats toont voor kunstenaars die nieuwe wegen inslaan, soms ver van de karrensporen die Heesters, Van Oorschot en Domburg nog konden boeien.

Jan Verhagen, boomkunstenaar, vergroeid met de natuur[bewerken]

De geboren en getogen Schijndelaar Jan Verhagen [1911-1997] staat bekend als boomkunstenaar. Op 8 december 1991 vierde hij zijn 80e verjaardag en exposeerde veel van zijn werken. Uit grillige boomstronken die hij in het bos vond schiep hij zijn eigen bosgeesten. Nadat hij zich lange tijd had geconcentreerd op grote vormen is hij langzaam maar zeker overgestapt op het kleine, het onzichtbare zelfs. Eerst takken en stronken en later wortelstokken en kleine, grillig gedraaide boomworteltjes, zijn voor hem de inspiratiebron. Zo ontstonden minuscule figuurtjes bewerkt met een lancetmesje, sprookjesachtige wezens uit een andere wereld. Jan Verhagen maakte niet alleen sculpturen maar vertelde er ook verhalen bij. Belangrijk was voor hem de natuur waarin hij de bewondering zag, de schoonheid, de poëzie en de kracht. De natuur was voor hem een groot boek vol verhalen over trollen, kabouters, wortelmannetjes en andere bosbewoners.

Kunst in De Vink[bewerken]

Een aparte rol in de wereld van de Schijndelse kunst is weggelegd voor de tentoonstelling die al sinds 1981 jaarlijks wordt georganiseerd in sociaal cultureel centrum De Vink. Stichting De Vink biedt daar Schijndelse amateurkunstenaars in het tweede weekend van september de gelegenheid hun werk te presenteren aan een groot publiek. Uitgangspunt bij deze expositie is dat iedereen die in Schijndel woont, kan meedoen, of het nu gaat om een gerijpt talent of om iemand die nog maar net de eerste schreden op het artistieke pad heeft gezet. De organisatie hanteert geen kwaliteitscriteria maar kiest bewust voor een laagdrempelig evenement om te laten zien dat tekenen en schilderen, keramiek en beeldhouwen, bezigheden zijn waaraan iedereen veel plezier kan beleven. De expositie heeft dan ook al menigeen geïnspireerd om zelf aan de slag te gaan. Dat heeft zeker ook te maken met de bijzondere sfeer van deze tentoonstelling. De deelnemers zijn bijna allemaal het hele weekend aanwezig en graag bereid de bezoekers alles te vertellen over hun technieken, de keuze van hun onderwerpen, de materialen die ze gebruiken en over de lessen die zij eventueel volgen. Deze tentoonstelling zonder pretenties heeft zo een breed publiek belangstelling en waardering bijgebracht voor de wereld van de kunst. En na bijna dertig jaar is de belangstelling van deelnemers en publiek nog onverminderd voor deze puur Schijndelse manifestatie die uniek is in de regio.

Schijndel op weg naar de toekomst[bewerken]

Als hertog Jan II als hertog van Brabant in 1309 de gemene gronden uitgeeft legt hij alle ontwikkelingen binnen het dorp in handen van een schepencollege. Verstandig beheer en onderhoud van alles wat het dorp rijk is, de latere inrichting van het landschap, de infrastructuur, de bescherming van de bevolking in tijden van oorlog, natuurrampen of besmettelijke ziekten, invoering van allerlei wettelijke regelingen, de administratie en dorpshuishouding, zeer verantwoordelijke taken.
We zijn nu 700 jaar verder. Het dorp is binnen de toen aangegeven grenzen sterk gegroeid van een kleine 1000 naar 22.000 inwoners, er zijn wat kleinere grenscorrecties geweest in de loop der eeuwen en sinds 1997 is zelfs een deel van het oorspronkelijke grondgebied nl. de Laverdonk afgestaan aan buurgemeente Bernheze. Van een uitgesproken middeleeuws ‘houtdorp’ met nog her en der de nodige oerbossen, heeft het een metamorfose ondergaan door de langzame verstedelijking, een naoorlogs centrum, een uitgebreidere en modernere infrastructuur, maar met nog heel veel groen en landschappelijk schoon.
Het oude schepencollege is sinds begin 19e eeuw vervangen door een college van B&W en een gemeenteraad die nu deel van het gemeentebestuur uitmaken als vertegenwoordigers van de hele bevolking. De wijze van besturen is overigens in elk tijdsgewricht weer anders omdat het van veel factoren afhankelijk is. Dat houdt het ook boeiend zolang er maar sprake is van een consistent beleid.
Dat het huidige college met de raadsleden wil bouwen aan een mooie toekomst voor Schijndel bewijst de strategische visie die men heeft ontwikkeld tot het jaar 2020. Op basis van een tevredenheidsonderzoek onder de inwoners ten aanzien van verschillende facetten van wonen, werken, leven en recreëren, heeft men nieuwe streefdoelen geformuleerd. Die zien er hoopvol uit. De kunst is nu om de juiste wegen en middelen te kiezen om de nieuwe doelstellingen te realiseren en op die manier geschiedenis te schrijven.