Welkom op Schijndelwiki - de encyclopedie voor Schijndel

U kunt ons steunen door lid van de Heemkundekring Schijndel te worden.

Klik HIER om lid te worden

Iedere dinsdagochtend zijn wij tussen 10 en 12 uur in de heemkamer: Cultureel Centrum 't Spectrum, Steeg 9 g, Schijndel.

Gerardus Servatius Buzen (1784 - 1842)

Uit Schijndelwiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Gerardus Servatius Buzen
Persoonsinformatie
Volledige naam Gerardus Servatius Buzen
Geboorteplaats Schijndel
Geboortedatum 23 september 1784
Overl.plaats Sint Joost ten Node (B)
Overl.datum 5 februari 1842
Beroep(en) Generaal
Gerardus Servatius Buzen.

Generaal Buzen[bewerken]

Wie was Generaal Buzen?

Op 29 december 1947 schreef burgemeester W.J.N. Wijs aan de Universiteitsbibliotheek te Leuven een brief waarin hij aangaf dat hij zich kon herinneren dat ene zekere “Munuessen” geboren te Schijndel, minister in België was geweest. Hij zou op het laatst van de 18e eeuw in deze gemeente geboren zijn en omstreeks het midden van de 19e eeuw in België zijn overleden.

“Ware het niet dat het gemeentehuis alhier, als gevolg van oorlogshandelingen, is afgebrand, dan zou ik in staat zijn geweest u precies op te geven hoe de naam van deze minister was en in welk jaar hij geboren werd. Zijn naam kan wel iets anders geschreven moeten worden.”

De burgemeester vroeg hem mede te delen hoe deze Schijndelaar genaamd was, wanneer hij minister was geweest en van welk ministerie en zo mogelijk de datum van overlijden.

Het antwoord kwam op 20 januari 1948 van de hoofdbibliothecaris. Ondanks veelvuldig en ver “doorgedreven opzoekingen” was het niet gelukt antwoord te geven op de gestelde vragen. “Zoals u de naam opgeeft, is er nergens het minste spoor van te ontdekken.”

Op 27 april 1949 schreef de burgemeester weer naar de hoofdbibliothecaris. Hij kon melden dat hij de namen van de ouders en een drietal kinderen had gevonden: Gerardi Buesen en Mariae Elisabethae Belfroid. Het eerste kind was genaamd Gerardus Servatius, gedoopt op 22 september 1784, het 2e Petrus van 4 december 1785 en het 3e Franciscus van 17 november 1789.

Enkele dagen later ontving de burgemeester een kopie van de levensschets van Buzen, vader en zoon, zoals deze voorkomt in het Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, 6e deel, A.W. Sijthoff’s Uitgevers-Maatschappij te Leiden, 1924.

De burgemeester was nog niet tevreden. Hij vroeg de algemeen rijksarchivaris te Brussel bij brief van 26 oktober 1949 of er portret van dr. Buesen of diens zoon in het archief aanwezig was. In het ontkennende geval zou hij graag vernemen of er mogelijk bloedverwanten bekend waren, die in het bezit van een portret zouden kunnen zijn.

Nee, was het antwoord op 4 november 1949, maar de algemeen rijksarchivaris schreef wel dat het Belgisch Legermuseum twee borstbeelden en de nagelaten papieren van generaal G.S. Buesen bezat!

Dus schreef de burgemeester een brief, gedateerd 11 november 1949, aan de conservator van het genoemde museum in Brussel, waarin hij vroeg om een fotokopie van de nagelaten papieren. Ook vroeg hij of het mogelijk was om een afgietsel in gips van een van de borstbeelden te krijgen of een foto daarvan.

Bij brief van 16 november 1949 kwam het antwoord van de hoofdconservator van het Koninklijk Museum van het Leger: het museum is in het bezit van talrijke papieren met betrekking tot generaal Buzen. Evenwel hadden ze geen werkplaats voor afgietsels. Daarvoor moest de burgemeester zich in verbinding stellen met de heer Lavachery, hoofdconservator van de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis te Brussel om hem te vragen een afgietsel te laten vervaardigen. De onkosten moesten ook met laatstgenoemde heer worden geregeld. Een foto was wel mogelijk, die kon de burgemeester zelfs zonder kosten ontvangen als hij dat zou willen. Daar had de burgemeester wel oren naar en daarom vroeg hij op 19 november 1949 om een fotografische afbeelding. “Voldoet deze foto dan is het niet mijn bedoeling om nog in het bezit te komen van een afgietsel van het borstbeeld.”

De burgemeester ontving enkele dagen later de foto als geschenk en uiteraard bedankte hij daarvoor schriftelijk de gulle gever.

Kunstschilder Antoon van Domburg heeft naar bovengenoemde foto een portret van generaal Buzen geschilderd dat hij daarna aan de gemeente heeft geschonken. Het portret was vanaf 16 oktober 2011 enkele maanden in het Jan Heestershuis te bewonderen.

De levensloop van generaal Buzen (of Busen).[bewerken]

Gerardus Servatius Buzen, generaal, minister van oorlog in België, zoon van een dokter die achtereenvolgens hoogleraar in de botanica, anatomie en chirurgie aan de voormalige universiteit van Leuven was, is geboren in Schijndel op 23 september 1784. Hij werd in Den Dungen gedoopt.

Vader Buzen vertrok omstreeks 1793 met zijn gezin naar Leuven.

In militaire dienst getreden op 19 jarige leeftijd in het 13e Regiment Jagers, duurde het niet lang voordat Gerardus het tot onderofficier bracht.

Gewond werd hij krijgsgevangen gemaakt na de slag van Jena (14 oktober 1806) en werd hij naar Polen gebracht, waar hij gedurende lange tijd in een hospitaal voor een ernstige ziekte werd verpleegd. Nog niet helemaal genezen wist hij te ontsnappen en via Gallicie zich bij het Franse leger te vervoegen. Luitenant kolonel De la Roche benoemde hem tot zijn secretaris, welke positie Buzen twee jaar behield.

Vervolgens kwam hij via het 1e regiment der garde lansiers in de rang van kwartiermeester, hoofdinstructeur, in het derde regiment van dit legerkorps, gevormd in Grodno (Litouwen) in de maand augustus 1812. Dit laatste korps werd in zijn geheel opgenomen in het eerste regiment van de garde lansiers door het keizerlijk besluit van 22 maart 1813.

Buzen hernam zijn plaats in dit regiment als kwartiermeester, hoofd-onderinstructeur en werd op 26 juli 1813 tot luitenant der tweede klasse van de 7e lichte cavalerie van de lansiers van Weichsel benoemd. Omdat dit korps onder Dresden geblokkeerd was kon hij zich niet onmiddellijk bij de troepen vervoegen.

Daarom bevond hij zich tijdens de slag van Leipzig (16-19 oktober 1813) nog in het uniform van meester kwartiermaker van de garde, waarin hij de functie van ordonnans officier vervulde onder generaal d’Autancourt.

Gedurende dit deel van zijn militaire carrière nam Buzen deel aan zeven veldtochten, raakte tweemaal gewond en ontving op 6 augustus 1813 het Kruis van het Legioen d’Honneur.

Dit feit werd later bestreden omdat men hiervan geen sporen bij de kanselarij kon terugvinden. De authenticiteit werd echter bevestigd door een certificaat afgegeven door de generaals Pajol en Thanski.

In 1814 keerde luitenant Buzen terug naar zijn vaderland en werd op 11 november 1814 benoemd tot eerste luitenant in het 8e regiment der huzaren.

Hij was betrokken bij de slag van Waterloo (1815) en werd tot kapitein bevorderd op 2 september 1815 en het daaropvolgende jaar tot stafchef van luitenant generaal baron Duvivier, welke post hij bekleedde tot aan het begin van de Belgische revolutie.

Op 29 september 1830 werd hij door de voorlopige regering benoemd tot luitenant-kolonel en bevelvoerder te Bergen, waar hij onmiddellijk het 3e regiment de Ligne organiseerde dat als eerste oprukte naar de hoofdstad om de Nederlandse aanvallen te weerstaan.

Hij werd vervolgens benoemd in het militair bestuur van de provincie Luxemburg waar door zijn toedoen de uitstapjes van het garnizoen der federale plaats, beperkt werden.

Als beloning voor zijn diensten gaf men hem de rang van kolonel per Koninklijk Besluit van 14 februari 1831.

Na de komst van koning Leopold in België was er een sterke man nodig om oppositie te bieden aan generaal Chasse die zich had teruggetrokken in de citadel van Antwerpen en benoemde men Buzen tot bevelvoerder van de stad.

Door zijn toedoen werden meer dan 400 zware salvo’s afgevuurd op de Schelde en de citadel. Deze maatregel, zoals door generaal Chasse zelf bevestigd in het journaal van de belegeringen van de citadel van 6 december, hebben er zeker toe bijgedragen dat een tweede bombardement op Antwerpen werd voorkomen. De koning benoemde hem, uit erkenning voor het optreden van Buzen tijdens deze gelegenheid tot zijn stafchef per Koninklijk Besluit van 23 januari 1832.

Het jaar daarop kende hij hem het Kruis van Ridder in de Militaire Orde toe en bevorderde hem tot brigadegeneraal op 7 januari.

In 1834 tijdens een demonstratie tegen de gevestigde regering in België werden in Brussel verschillende eigendommen verwoest. Het optreden van de burgerlijke en militaire autoriteiten was onvoldoende om de ongeregeldheden te beëindigen. Buzen werd geroepen tot het gouvernement superieure van de hoofdstad die tot taak had de ongeregeldheden te smoren. Later benoemde de koning hem tot officier van zijn hofhouding. Daarna werd hij ook commandant van de orde van Sint Ernest en Sint Bernoit d’Avis.

Benoemd tot minister van oorlog, zette generaal Buzen zijn belangrijke diensten voor België voort totdat een ernstige beschuldiging tegen hem werd geuit. Mogelijk uit wraak vanwege een weigering commentaar te geven op een stuk dat een hoge functionaris kon compromitteren, danwel om te trachten degene die het complot “VanderMeere” ontdekt had, de mond te snoeren. (zie N.B.) Men ging in zijn verleden wroeten en vond dat in plaats van ingeschreven te zijn als krijgsgevangene in het logboek van het 13e regiment van de jagers, hij hierin vernoemd werd als deserteur. (1806)

De, met de tegenstanders van de regering sympathiserende pers, drukte dit feit, zonder vermelding te maken van de correcties in de logboeken van de andere korpsen, die men gevonden zou kunnen hebben. Men voegde hieraan toe dat hij onrechtmatig het Kruis van het Legioen van Eer had ontvangen en ook nooit de daaraan verbonden insignes zou hebben gedragen en ten laatste dat hij pas in 1814 samen met de Kozakken in België zou zijn teruggekomen. De geuite beschuldiging was dermate ernstig dat vier volksvertegenwoordigers uit naam van een deel van de Kamer, zich bij de Generaal-Minister vervoegde om hem met deze lasteringen te confronteren. De generaal reageerde geschokt op deze beschuldiging die hem in zijn eer aantaste. Niettemin zei hij hun dat zij zijn antwoord konden vinden in het Moniteur Belgium. Wat speelde zich op dat moment in het hart van de generaal af? Dat geheim heeft hij in zijn graf meegenomen. Hij schreef in zijn afscheidsbrief aan zijn vrouw:

“Ik sterf zonder haat,
noch vijandschap tegenover iemand,
Ik schenk vergiffenis aan mijn vijanden,
Ik bedank mijn vrienden.
Ik geef me over aan het Eeuwige en
Ik omhels U en mijn zusters voor de laatste keer.
Tot ziens in een andere wereld.
Ik hoop er mijn vader en moeder te vinden.”

Na het schrijven van deze brief op 5 februari 1842 om 1 uur ‘s-middags, begaf generaal Buzen zich naar een schuur achter in zijn tuin, ging zitten op een stapel hout, bedekte zijn hoofd met een witte zakdoek en trok zijn pistool, met de onmiddellijke dood tot gevolg.

Het nieuws van dit betreurenswaardige einde veroorzaakte een benauwende sensatie in België. Meerdere afgevaardigden stelden voor om aan zijn weduwe, Dimitilde Letoret, die zonder fortuin was achtergebleven, een pensioen toe te kennen uit erkentelijkheid voor de diensten die de generaal aan België had geleverd. Dit voorstel, in unanimiteit door de twee Kamers aanvaard, kreeg de goedkeuring van de koning en werd als overduidelijke huldebetuiging gezien aan generaal Buzen.

Tijdens zijn ministerschap werden de nog in het Belgische leger verblijvende buitenlandse militairen ontslagen. Misschien heeft hij bij de uitvoering van deze maatregel niet de wellevendheid betoond die men van een man van zijn kaliber verwacht had. Het bruuske van zijn karakter en zijn strenge optreden dat hij in militaire dienst ten toon spreidde hebben er eveneens toe bijgedragen dat hij veel tegenstanders kreeg, die er geen punt in zagen om tot publicatie van de lasterverhalen, die hem de dood injaagden, over te gaan.

Zo kwam er na veertig jaar trouwe dienst een triest einde aan een energieke man, die onder andere omstandigheden nog veel goeds voor zijn land had kunnen doen.

N.B.

Er wordt gezegd dat in 1841 een aantal ontevreden orangisten probeerden om koning Leopold te kidnappen. Zij hoopten op die manier de Nederlanden te kunnen herenigen. De leider van de samenzweerders was de afgezette voormalige militaire commandant van Antwerpen, generaal Jacob Vandersmissen. Het complot werd echter verraden. De generaals Vandersmissen en VanderMeere werden gearresteerd. Ook de Belgische minister van landsverdediging, generaal Buzen, die de samenzweerders eigenhandig geholpen had bij het gieten van de kogels ten huize van Vandersmissen, werd opgepakt. Buzen pleegde zelfmoord in de cel terwijl hij op zijn proces wachtte. Vandersmissen en VanderMeere kregen de doodstraf.