Welkom op Schijndelwiki - de encyclopedie voor Schijndel

U kunt ons steunen door lid van de Heemkundekring Schijndel te worden.

Klik HIER om lid te worden

Iedere dinsdagochtend zijn wij tussen 9 en 12 uur in de heemkamer: Cultureel Centrum 't Spectrum, Steeg 9 g, Schijndel.

Domineeswoning

Uit Schijndelwiki
(Doorverwezen vanaf Domineeswoning Hoofdstraat)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Domineeswoning
Domineeswoning.png
voormalige pastorie en kostershuis
Gebruik woning
Start bouw 1775
Gereed 1776
Bouwkosten f. 4.075,--
Bouwpartners
Eigenaar gemeente
Aannemer Nicolaas van der Donk

Domineeswoning Hoofdstraat 146a – 148 (1776 - 1823)[bewerken]

Tussen de huidige Markt en de Nederlands Hervormde Kerk lag in de 18e eeuw een langgerekt akkercomplex genaamd Pastoorstiend of Pepertiend. In 1774 overweegt het schepencollege een nieuwe predikantswoning te laten bouwen. Twee akkerpercelen, toebehorende aan de Armentafel, worden als bouwlocatie aangewezen. In 1775 volgde de definitieve aanbesteding. Nicolaas van der Donk heeft het voltooid in 1776 voor een bedrag van ƒ 4.075,--. Een voor die tijd zeer luxe pand van twee verdiepingen met o.a. een rijk versierd windvaantje, blauwe Utrechtse dakpannen, aan de voorgevel een sierlijst naar Toscaans model en in het interieur is gebruik gemaakt van Frans glas en Zweeds ijzer. In 1823 is de predikantsplaats opgeheven. In 1944 is de achtergevel vernield, maar geheel hersteld. Thans is in dit Rijksmonument een winkel gevestigd.


De oude pastorie[bewerken]

We moeten in de historie even enkele eeuwen terug tot aan de Vrede van Münster 1648. Tijdens de vredesonderhandelingen van de Vrede van Münster in 1648 was één van de besluiten dat de katholieke kerken zouden worden overgedragen aan de protestanten of hervormden, want de nieuwe godsdienst werd die van de ware christelijk gereformeerde religie. Dit had als consequentie voor de katholieken, ook wel aangeduid met roomsgezinden of pausgezinden, dat ze voortaan aangewezen zouden zijn op schuurkerk of schuilkerk, in archiefbronnen vaak aangeduid met de term kerkschuur. Die situatie heeft geduurd tot ca. 1808. De overdracht van het kerkgebouw hield ook in, dat de pastorie van de roomse pastoor ter beschikking zou komen aan de dominee of predikant. De locatie van die oude pastorie is tot op heden, ondanks allerhande bewaard gebleven oude Schijndelse archiefbronnen, nog steeds niet bekend. Oud-archivaris A.J.L. van Bokhoven suggereert de locatie Bunderstraat omgeving Pompstraat.


In het oud archiefmateriaal komt het nogal eens voor dat bij aanbestedingen diverse objecten genoemd worden en men in het daarop volgende bestek niet helder aangeeft wat er precies aan welk gebouw gerepareerd of vertimmerd wordt. Er is een zeer uitvoerig bestek uit 1751, waarin is aanbesteed de vernieuwing en vergroting van de kelder met kelderkamer van de “pastorije”. Het is een uiterst gedetailleerd bestek. Opvallende zaken daarin zijn de aan te leggen Engelse schoorsteen, de doorbraak die gemaakt moet worden tussen de oude en de nieuwe kelder en een nieuwe stenen trap. De oude, maar nog redelijke plavuizen die uit de pastorie komen, kan de aannemer hergebruiken in het schoolmeestershuis. Het oude deurkozijn dient geheel vervangen te worden. Alles wat hij aan houtwerk toepast dient driemaal van een verflaag voorzien te worden. Een bijzonderheid lijkt dat alle metingen op basis van de Weselse voet zijn uitgevoerd, te weten schrijft men dan “ 11 duym in de Bosse voet”. De aannemer, een zekere Rutgerus Trimbosch, krijgt 12 weken de tijd.


Vrij kort daarop wordt het complete schilderwerk van de pastorie aanbesteed. Wat de pastorie betreft dient alles te geschieden naar genoegen van de predikant. Uit die aanbesteding zijn wat algemene zaken af te leiden ten aanzien van het interieur en exterieur van de pastorie. De vensters, ramen en de poort krijgen een olijfkleur. Men spreekt ook over staldeuren, over een trap in de keuken die naar de grote kamer leidt en een zomerhuisje voor aan de straat. De afscheiding met het perceel van Hendrik Antony Vugts dient gerepareerd te worden. Nog veel uitvoeriger is een bestek uit 1756 voor het maken van een nieuw schuifraam en een nieuwe poort met nog wat andere reparaties aan het “pastorijehuys”.


Daar komen weer nieuwe details aan het licht zoals een trap of bordes van het zomerhuis, het vernieuwen van losse tegeltjes onder de schouw in de keuken, het bestaan van een voorhuis en een achterhuis, het gebruik van Engelse ramen waarin Frans glas werd gezet, het vervangen van de oude poort door een dubbele en het plaatsen van die oude poort voor de buitenhof. De poort wordt uitgevoerd in witte verf en in de tuin ligt ook een “brug off steijger” die aan reparatie toe is. Inzetter was Jan Cluytmans, maar uiteindelijk wordt het totale werk gegund aan Hubertus van Esch uit Boxtel. Ruim een jaar later wordt een nieuw ashuis aanbesteed aan de pastorie, ingezet door onder andere Hendrik van der Schoot en Jan Cluytmans, maar men trekt Willem Eijmbert Voets aan om het uit te voeren. De akte wordt getekend op 13 mei 1757.


De nieuwe pastorie anno 1776[bewerken]

In 1774-1775 volgen de veranderingen elkaar snel op. Op 2 april 1774 maakt het dorpsbestuur bekend dat het van plan is een “nieuwe pastorijehuysinge” te laten bouwen als woning voor de predikant op twee akkertjes in de Pastoorstiend of Papentiend, die toebehoren aan de Armentafel of H. Geesttafel. In ruil daarvoor krijgen de Armen het perceel de Schabbert gelegen in de Beemd. Hierover wordt een akkoord bereikt. Ruim drie weken later is het Mejuffrouw de Jongh, inmiddels weduwe van de Weleerwaarde Heer Petrus Grootveldt, in leven predikant te Schijndel en Liempde, die de inboedel van haar overleden man wil verkopen.
De omschrijving luidt: “eenen schoonen en zindelijken inboel bestaende in kooper, tin, kaste, kiste, stoelen, beddens, linne en wolle, schilderijen en cabinette en hetgeen verder zal worden ten beurden gebragt”. De verkoping zal geschieden op woensdag 27 april om 8 uur aan het pastoriehuis. De akte sluit met “segget voort”.


Medio 1774 besloot men de “oude pastorijehuysinge” met tuinen, hof en boomgaard, stalling en speelhuisje publiek te gaan verkopen, uitgezonderd de hof die aan de overkant van de straat lag; die afzonderlijk verkocht zou worden. Het gehele complex was twee lopensen groot en omgeven door Eijmbert van Rooij, Hendrik Vugts, Jan Teulings en de openbare weg. Uit de tuin zouden 10 fruitbomen en de nodige bloemen worden overgeplant in de tuin van de nieuwe pastorie. De koop werd ingezet door Willem van Aggelen voor een bedrag van ƒ 1.050,-- en op 4 augustus werd de koop geaccordeerd.


Op 6 februari 1775 volgt de definitieve aanbesteding van de bouw van de nieuwe pastorie. Een bestek beschrijft tot in detail interieur en exterieur alsmede alle te gebruiken materialen met hun kwaliteitsklasse en merk. Het bestek telde 52 artikelen.
Het pand zoals het toen moest worden neergezet bestaat nu nog en daarom is het, gezien vanuit de monumentenzorg, prachtig dat dit bestek ongeschonden bewaard is gebleven. De meest markante zaken geven een indruk van de stijl waarin dit ‘herenhuis’ is gerealiseerd. Het is gebouwd “op enen acker van den Grooten Armen in de Regtestraet” en wel door Nicolaas van der Donk voor een bouwsom van ƒ 4.075,--, terwijl Quirijn van Grinsven uit Oss en Jan van den Camp uit Megen zich borg stelden. De gebruikte steensoorten waren harde in de Meierij gebakken mopstenen en “boere grauwe mopstenen” zoals die ook gebruiker waren aan de schuurkerk de Roomsche Schuurkerk. De genoemde vertrekken zijn een keuken met schoorsteen met schouwmantel, de grote voorkamer met schoorsteen, een kleine voorkamer, kelderkamer en twee bovenkamers. De schoorstenen die daar gemetseld worden, konden zijn “op de vorm van Engels, Luyks, Uyl de Boeuff”, waarbij de schouwmantels voorzien moesten worden van sierlijke lijsten. Op het huis zou een koperen vaan moeten gaan prijken met fijn goud verguld, waar een koperen bus ingewerkt werd met een staart, zodat het vaantje licht en vaardig op spillen kon draaien en in iedere spil een lelie. Die werd vervolgens recht op het noorden gesteld om “de wind aan de wijsen”.


Onder de goot aan de straatkant zou een lijst aangebracht moeten worden “naer d’ordre Toscana”. De kap wenste men gedekt te zien met blauwe uitgeklonken Utrechtse pannen. Aan de voorzijde werden twee dakvensters gepland. De keuken werd volgelegd met Utrechtse plavuizen. Het huis werd ingericht met twee alkoofbedsteden. Ook vernieuwde men tegelijkertijd het as– of brandhuis en legde men een aparte askuil aan. In de bijbehorende tuin was plaats voor een mooie vijver.
Al het schilderwerk werd allereerst “gelijmd” met Engelse, goed geprepareerde lijm, gemengd met goede verf en als die droog was werd er nog een laag overheen aangebracht. De kalk die werd voorgeschreven was echte Luikse kluitkalk, voor de fundamenten gebruikte men harde mopstenen, voor de binnenmuren goede in de Meierij gebakken “blommertsteenen”, in de ramen Frans glas en voor het ijzerwerk koos men voor Zweeds ijzer.

Bij reparaties of restauraties aan het huidige pand in de Hoofdstraat kan men bijzondere materialen tegenkomen, die mogelijk dateren uit 1775-1776. In 1776 werd immers de bouw voltooid en kon de predikant zijn intrek nemen in zijn nieuwe prachtige pastorie. Bij inspectie tijdens de oplevering werden natuurlijk de nodige defecten geconstateerd. Die liet men ten laste van de huidige aannemer opnieuw aanbesteden en de lijst met onvolkomenheden kon men ter secretarie gaan bekijken, waar hij 8 dagen ter inzage lag. De aanbesteding zou geschieden op 29 augustus 1776.


Naast de domineeswoning bouwde men tevens een kosterswoning, waarin nu een winkel gevestigd is. Schijndel was een indrukwekkend nieuw herenhuis rijker geworden.


Ingrijpende veranderingen[bewerken]

Aangezien de pastorie eigendom was van de burgerlijke gemeente kon de dominee na de overdracht van de Servatiuskerk aan de katholieken en de bouw van het Napoleonskerkje (=Nederlands Hervormde Kerk) voor de protestanten, rustig in de pastorie uit 1776 blijven wonen. In 1823 is de gereformeerde gemeente van Schijndel opgeheven en gecombineerd met Sint-Michielsgestel.

Daarna kent het domineeshuis diverse andere eigenaren getuige het volgende overzicht :

  • Hoofdstraat 144-146 kadastraal bekend onder D 217 en later D 3076
  • 1832 de weduwe W. Schevers rentenierster
  • 1837 J.M. van Kasteren landbouwster
  • 1878 P. van de Pas winkelier
  • 1883 L.J. Bolsius brouwer
  • 1896 A. Schippers koopman
  • 1911 Th. Schippers bakker/koopman
  • 1926 J.M.F. Louwers
  • 1927 Handel in koloniale waren Edah NV Helmond en J.M.F. Louwers
  • 1963 Handel in koloniale waren Edah NV Helmond, provincie Noord Brabant en A.A. Voets slager
  • 1964 Handel in koloniale waren Edah NV Helmond, provincie NB en P.J.J.M.T. van de[n] Bosch winkelier

Geschiedenis van het perceel:

  • 1832 huis, erf en schop
  • 1902 vereniging en herbouw: huis, schuur, erf en tuin
  • 1924/1925 aanbouw: 2 huizen schuur en tuin
  • 1946 huis, tuin, winkel, tuin en woonhuis
  • 1968 2 winkels woonhuis en tuin
  • 1970 firma Van Zutphen elektrische installaties c.a. start in juni
  • 1994 firma van Zutphen heft de zaak op op 12 juni 1994
  • 2001 op 1 maart wordt Shoeby geopend

Het pand heeft in de maanden september en oktober 1944 tijdens de granaatweken oorlogsschade opgelopen. Vanaf 1946 zijn er herstelwerkzaamheden uitgevoerd. Op basis van latere bouwvergunningen is duidelijk dat in 1953 Hoofdstraat 146 en 146a gesplitst zijn, in 1972 de woning en in 1975 de inmiddels ingerichte winkel op de benedenverdieping is verbouwd.

Fotoalbum[bewerken]

Fotoalbum Domineeswoning