Welkom op Schijndelwiki - de encyclopedie voor Schijndel

U kunt ons steunen door lid van de Heemkundekring Schijndel te worden.

Klik HIER om lid te worden

Iedere dinsdagochtend zijn wij tussen 10 en 12 uur in de heemkamer: Cultureel Centrum 't Spectrum, Steeg 9 g, Schijndel.

Hotel De Zwaan

Uit Schijndelwiki
(Doorverwezen vanaf De Zwaan)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Hotel De Zwaan
Hotel de Zwaan.jpg
Hotel de Zwaan
Gebruik hotel-restaurant
Sluiting 1981

Hotel De Zwaan Hoofdstraat 89 – 93 (1513 - 1981)[bewerken]

Locatie Hoofdstraat 89-93[bewerken]

Aanvankelijk herberg en later hotel-café-restaurant de Zwaan was duidelijk herkenbaar aan de tekst op de voorgevel die luidde ‘Brabantse gastvrijheid sinds 1610’. Dit jaartal is misleidend, want het oorspronkelijke pand is ouder. Uit het verleden zijn ook andere benamingen bekend zoals herberg het Hort en het Rood Hart, maar al in 1513 staat in een register van het klooster van de Zusters van Orthen vermeld ‘Jans kynderen van der Spanck uten Zwaen te Schyndell’. Panden in het oude centrum rondom de kerk zijn vaak middeleeuws van oorsprong. Het stond later ook bekend als hotel Goijaerts. In de 2e helft van de 18e eeuw is na een grondige inspectie gebleken dat het in een bouwvallige staat verkeerde. Bekend is dat tijdens WO I er de officieren van het regiment Gele Rijders logeerden en vanaf 1981 is er detailhandel in gevestigd.

Vermoedelijke ouderdom[bewerken]

In het oude middeleeuwse centrum van Schijndel hebben in de directe omgeving van de Servatiuskerk diverse herbergen gestaan. Een ervan was de Zwaan, die echter in de loop der eeuwen diverse benamingen kende. Zo sprak men in 1571 over ‘het Hort’, ook van ‘het Rood Hart’ en het achterste deel van de toenmalige herberg stond bekend als ‘[het Wolfshool’. Soms baseerde men zich bij de naamgeving op de uithangborden of bedacht men juist een uithangbord nadat men het eens was geworden over een gekozen naam, maar ten aanzien van ‘Wolfshool’ tasten we geheel in het duister.

Ook de aanduiding van de locatie was nogal eens wisselend, want men sprak in het verleden over de Rechtestraat, de Straat, de Grote Straat en uiteindelijk de Hoofdstraat.

De aller oudste aanduiding van de Zwaan is bekend uit een manuaal van het klooster van de Zusters van Orthen waarin anno 1513 te lezen staat: Jans kynderen van der Spanck uten Zwaen te Schyndell, in 1520 Daem van der Spanck uten Zwaen en in 1521 Claes van der Spanck.

Destijds had men aan de voorgevel van het toenmalige ‘hotel de Zwaan’ weliswaar een prachtige plaat hangen met de inspirerende tekst ‘Brabantse gastvrijheid sinds 1610’ maar die was enigszins misleidend nu we weten dat het een veel oudere herberg was.

Ontwikkelingen in de 17e eeuw[bewerken]

Dankzij twee uitgebreide studies is over de historie van de Zwaan veel te melden.

Werd in 1513 dus nog ‘uten Zwaen’ gebruikt, in 1610 waren het de voogden van de minderjarige Barbara de dochter van Lambert Jasper Spierings en die van Jenneken Gerart Lenarts, een zus van Barbara, die de herberg verkochten aan Jan Wolfarts van de Sande en de koopakte, die nog steeds te raadplegen valt, sprak van ‘een huijs of herberge genoemt het Hort met de hof samen zes lopensen’.

Als tussen 1641 en 1646 Jan overlijdt zijn het zijn vijf kinderen, verwekt bij een zekere Jenneken Antonis Gerits die de bezittingen erfden, waarbij aan Antony van de Sande de herberg ten deel viel, maar hij heeft er niet zo heel lang de scepter gezwaaid, want in 1666 zou hij al overleden zijn. Zijn weduwe Dircxken Adriaen Dirx bleef achter met haar vijf minderjarige kinderen die luisterden naar de namen Wolfart, Adriaan, Antoni, Margriet en Maijken. De weduwe trof het overigens slecht want in 1672 leed ze de nodige schade door de invallen van de Fransen onder leiding van de Duc du Turenne die 12 dagen met zijn leger op de Molenheide verbleef en in 1683 brak er bij haar brand uit.

Saillant detail is dat ook het vaandel van het schuttersgilde van Sint Joris en Sint Catharina, waarvan het Hort misschien wel de thuisbasis was en waar het gilde haar teerdag hield, door de vlammenzee werd verteerd. Maar het noodlot achtervolgde haar ook op een ander moment nl. op 24 augustus 1692 werd tot groot verdriet van de gehele familie zoon Adriaan te Sint Oedenrode vermoord. De kwartierschout van Peelland liet de zaak grondig uitzoeken en uit getuigenverklaringen werd duidelijk dat Adriaan, vergezeld van een zekere Jan, op zondagavond wat had zitten drinken in de Rooise herberg ‘int Moleken’. Een van de getuigen was op die zelfde avond vanuit Schijndel via de Nieuwendijk naar Sint Oedenrode gegaan en ter hoogte van ‘de Loeffestyn’ hoorde hij op afstand enige ruziënde personen tegen elkaar te keer gaan, maar sloeg er verder niet veel acht op.

Maar…..juist op die plek vond men daags daarna het levenloze lichaam van Adriaan. Mogelijk is het een wraakpoging geweest. Hoe dan ook, in 1699 is het Laurens, een broer van Adriaan, die een moord pleegde op een zekere Peter van Uden en het vermoeden bestond dat die zeven jaren geleden broer Adriaan van de Sande om het leven gebracht zou hebben. Laurens koos het hazenpad en wist rechtsvervolging te ontlopen, door met vrouw en kinderen naar het buitenland te vluchten en vestigde zich in Turnhout.

De roerige 18e eeuw in[bewerken]

De inwoners van de Meierij gingen een zware tijd tegemoet. Bittere armoede was sowieso al troef maar de ellende werd nog groter door de schade die men opliep door passerende legertroepen en eveneens de zware contributies, leveringen van granen, hooi en stro aan legereenheden, ter beschikking stellen van paarden en voerlui voor transport van militairen of vervoer van oorlogsmaterieel naar andere garnizoensplaatsen. Eerst tijdens de Spaanse Successieoorlog met de nasleep ervan tussen 1702-1713 en ruim 25 jaren later tijdens de Oostenrijkse Successieoorlog in de jaren ca. 1740-1748. Volgens het manuscript van Van Bokhoven zou in 1714 een zware schuldenlast op de herberg rusten, waarmee Antonis, de zoon van de vermoorde Adriaan opgezadeld zat. Tot 1744 runde hij de zaak waarna zijn weduwe Maria Hellings alles verhuurde voor een periode van acht jaren.

De huurder was een zekere Johannes van der Spanck afkomstig uit Dinther. De huursom, met Kerstmis te betalen, bedroeg 53 gulden en mocht de huur niet op tijd betaald worden dan steeg de som naar 54 gulden. In de huurconditie was overigens wel opgenomen dat Maria Hellings voor zichzelf zou behouden een kamertje met een zolder daarboven, het zoldertje boven de opkamer, de helft van het schop en een deel van de tuin. Ruim 20 jaren later is het Mechelina, de dochter van genoemde Antonis, die de herberg erfde en ze trouwde met Luykas Rijsterborgh de protestantse secretaris van Son en Breugel. De weduwe Rijsterborgh bleef eigenaresse maar sloot op haar beurt in 1775 ook een huurcontract en de nieuwe waard werd een zekere Andries van de Rijt voorlopig voor een termijn van tien jaren, maar met die conditie, dat beide partijen het recht van opzegging hadden vóór Kerstmis van het vijfde jaar. De huurprijs werd bepaald op 30 gulden te betalen op Pinksteren.

In het contract liet zij ook opnemen dat men voor haar zou reserveren een kamer waar nu de weduwe Van Wetten in woonde, een ruimte in de schuur waar ze haar brandhout kon opslaan, het gemeenschappelijk gebruik van het bleekveld en de put die op het erf stond en de huurder mocht op kosten van de verhuurster in het bekende ‘Wolfshool’ een bakoven aanleggen. Dan gebeurt er iets vreemds. Dezelfde weduwe en haar twee kinderen verkochten twee jaren later [1777] de enigszins verpauperde herberg aan de weduwe van Joost van de Ven.

De omschrijving van het pand luidde ‘een wel ter neering staande huysinge van ouds genaamt het Root Hardt met schuur stallinge hoff blijkvelt etc.’.

De koopster liet een jaar later een grondige inspectie uitvoeren en prompt daarop volgde een rapport over de geconstateerde gebreken en die logen er niet om. Het rapport meldde het volgende: het dak was behoorlijk versleten, de buitenwanden van slechte kwaliteit, de zoldering liet veel te wensen over, de gootsteen werd in vervallen toestand aangetroffen, men had de nodige zorgen over de glasramen in de onderkozijnen, de schoorstenen waren slecht, de keldermuur aan de noordzijde bleek aan het verzakken te zijn, praktisch alle deuren kregen het predicaat ‘slecht’ waarvan vele zonder hang- en sluitwerk, de achtermuur ‘aent Wolfshool’ deugde niet, de plaats achter het huis lag erg laag en de put was nagenoeg onbruikbaar.

Vermoedelijk heeft de weduwe Joost van de Ven de restauratie stevig aangepakt en heeft mogelijk de oude naam ‘de Zwaan’ weer in ere hersteld. Op 3 september 1793 verhuurde zij het logement aan haar zoon Hyacintus van de Ven en toen droeg het de naam ‘de Zwaan’ welke naam intact is gebleven tot 1981. Deze Hyacintus [1759-1815] die was gehuwd met Wilhelmina van der Heijden had, naast een veel te vroeg gestorven dochter, slechts één zoon.

Een gerenommeerd hotel met een waaggebouwtje[bewerken]

De universele erfgenaam van Hyacintus was zijn zoon Jan die samen met zijn vrouw Theodora van Kasteren uit Berlicum het hotel gaat exploiteren. Dit huwelijk bleef kinderloos. De 63-jarige Jan van de Ven, wiens vrouw in 1865 was overleden, verkocht het hele bedrijf voor 5000 gulden aan rentenier Dionysius Doyen, een Bosschenaar van geboorte en toen woonachtig te Geertruidenberg. Als hotelier had hij aan de Bossche markt al de nodige ervaring opgedaan. Zijn eerste vrouw Wilhelmina Renard overleed en hij hertrouwde met een zekere Geertrui van Oudewater. Blijkbaar was Doyen behoorlijk bemiddeld want op zijn initiatief is toen de bestaande herberg drastisch uitgebreid. Toen hij het overnam was het een langgerekt gebouw ter lengte van ca. 23 meter en zonder bovenverdieping.

In 1869 vernieuwde hij de zuidoostelijke helft van het gebouw en laat er een verdieping bovenop zetten. Achter het hotel werd tevens een fraaie Engelse tuin aangelegd. Oude kennissen vanuit ’s-Hertogenbosch kwamen per rijtuig naar Schijndel om een kijkje te nemen bij ‘de Zwaan’ en sprake hun bewondering uit voor het prachtig uitziende pand wat door deze eigenaar op nieuw als ‘de Zwaan’ was gedoopt.

Het echtpaar Doyen heeft niet lang mogen genieten van hun nieuwe vestiging want Dionysius overleed op 1 december 1879 op 70-jarige leeftijd en zijn weduwe op 3 februari 1881. Ze lieten vier minderjarige kinderen achter waarvan er drie in ’s-Hertogenbosch gingen wonen en de vierde vestigde zich in Maastricht. Hun voogd, de Bossche herbergier Petrus Biesaart, meldde zich bij notaris Jan Gijsbert van Beverwijk en liet er een koopakte passeren op 16 april 1881. Voor een fors bedrag van f 12.000 werd de vernieuwde Zwaan verkocht aan een koopman uit Tiel genaamd Petrus Cornelis van der Eerden. Het echtpaar, met acht nog jeugdige kinderen, zou echter problemen hebben gehad met de aanpassing aan het Schijndelse dorpsleven en de Schijndelaren. De populariteit van hun bedrijf nam duidelijk af. Van der Eerden nam een wijs besluit en vertrok in 1887 naar Breda. Vrij kort daarna zou zich een nieuwe koper melden en uit die koopakte krijgen we wel een idee van hoe het hotel er toentertijd uitgezien moet hebben.

De verkoop omvatte nl. drie onderdelen nl. een bouwplaats en een op het zuidoostelijke deel gelegen open terrein tussen het hotel en het oude Raadhuis uit 1791 [1], het nieuwe hoge gebouw met inrijpoort alsmede de achter het pand gelegen schuur met paardenstal en in het verlengde daarvan de rest van het erf [2], tenslotte het noordelijk deel van het pand zijnde het oude lage gebouw met ook daar weer achter een schuur en een restant van het erf [3]. Voor elke koop waren er wel liefhebbers nl. Johannes Verhulst, Johannes F.M. Dobbelaere en Gerardus P. Schuurmans, allen uit Schijndel. Maar uiteindelijk zou bij de finale verkoop Marinus Goyaerts zich melden, een bakker uit Reek die f 7.175,= neertelde en per 1 mei 1887 de nieuwe eigenaar werd. Overigens wel een opvallend prijsverschil met de vorige koop.

Goyaerts was een Schijndelaar van geboorte [1.1.1849]. De bekendheid van zijn hotel, dat samen met Hotel de Gouden Leeuw aardig wat hotelgasten te logeren kon hebben, groeide en groeide en vele kooplieden maakten graag gebruik van deze nieuwe accommodatie, waar ze ook hun paarden konden stallen. Het hotel beschikte destijds over de nodige bedsteden met deuren, die aan de achterzijde van de grote gelagkamer stonden en waar men zich in alle rust kon terugtrekken.

Gedurende de nacht werden de deuren van de bedsteden overigens opengezet, Vanaf 1869, toen de bovenverdieping eenmaal was gerealiseerd sliepen de gasten op kamers. Overdag bezochten de kooplieden met hun rijtuig de middenstanders in de regio en keerden dan ’s avonds weer bij de Zwaan terug. Uit vroegere verhalen is bekend dat sommigen vlot ’n hele week te gast waren. De grote paardenstal bood ruimte aan de paarden van de gasten, maar de nieuwe hotelhouder hield er zelf ook een paarden- en rijtuigenverhuur op na. Als men bedenkt dat vanaf 12 mei 1874 het Duits Lijntje Schijndel aandeed, veel kooplieden gebruik maakten van dat nieuwe vervoermiddel en op Station Schijndel met een rijtuig werden afgehaald om naar hotel de Zwaan te gaan, was dit voor Goyaerts en zijn opvolgers met 75 cent per rit een mooie bijverdienste. Bij de koop in 1887 was tevens bedongen, dat in een ruimte bij het hotel een waag geïnstalleerd werd voor het wegen van klein vee, graanzakken, hopzakken en wat dies meer zij. In het waaggebouwtje hing destijds een balansweegschaal met ijzeren gewichten. Aan de ene zijde hing een bak met een stevig latwerk waarin bv. varkens, schapen, geiten etc. gewogen werden en aan de andere zijde het plateau met diverse soorten gewichten. De waag was overigens eigendom van de gemeente Schijndel. Op basis van een gemeentelijke belastingverordening mocht de beëdigde waagmeester als weegloon van een varken of jong kalf 15 cent rekenen. Dat weegloon werd echter met een stuiver verhoogd als men iets wilde laten wegen tussen 10 uur ’s avonds en 5 uur ’s morgens. Niet zo vreemd als men bedenkt dat handelaren soms in alle vroegte al op pad moesten gaan om tijdig in ’s-Hertogenbosch of in Eindhoven of in naburige dorpen de markten te bezoeken.

De Zwaan tijdens en na de Eerste Wereldoorlog[bewerken]

Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd vanaf 1916 een detachement van het Korps Gele Rijders in Schijndel ingekwartierd voor een periode van 2 jaren en 8 maanden. Goyaerts profiteerde daar natuurlijk van want de officiersmess was in zijn hotel ondergebracht terwijl de manschappen logeerden in het in 1907 gebouwde patronaatsgebouw.

In die tijd waren er ook regelmatig pensiongasten die de hotelkas aardig spekten. Uit de aantekeningen van archivaris Ad A.J.L. van Bokhoven valt af te leiden dat bv. oud-burgemeester Hulshof kamerbewoner van de Zwaan was voor f 30,- pensiongeld per maand. Ook de bekende dokter A.A.M.P. Koolen overlegde er vaak met de notabelen van het dorp en voor hem was zelfs een aparte spreekkamer gereserveerd voor f 45,- per maand. De populariteit van het hotel was ook voor de directeuren van de Koninklijke Kousenfabrieken N.V. Jansen de Wit aanleiding om er regelmatig te gast te zijn, er met klanten en zakenrelaties te vertoeven en, indien nodig, er zelf te logeren. Als eigenaar Goyaerts in 1928 overlijdt is het bedrijf voortgezet door twee van zijn dochters Trees en Marie Goyaerts.

Trees overleed in 1933 en haar zus bleef ijverig werken aan de kwaliteit van het hotel en vooral het restaurant, terwijl de oude caféfunctie steeds meer op de achtergrond raakte. In 1937 werd architect C.J. Chris van Liempd uitgenodigd een begroting en bestek op te stellen voor een grondige herbouw van het pand. Aannemer Lathouwers uit Sint Oedenrode werd in de arm genomen. Het noordwestelijk deel bestaande uit het halve oude gedeelte, werd in z’n geheel gesloopt en opnieuw opgetrokken tot winkelpand, waarin later het filiaal van André van Hilst werd gevestigd. Tegen de voorgevel van het gedeelte met de bovenverdieping werd eenzelfde steensoort gemetseld als het aangebouwde winkelpand van Van Hilst, zodat beide gebouwen qua exterieur eenzelfde uitstraling hadden en één geheel leken. Het andere deel bleef hotel-restaurant en in mindere mate café. Na realisering van de nieuwbouw ondervond men toch langzaam maar zeker de naweeën van de crisis van de jaren ’30, waarop bovendien de Tweede Wereldoorlog volgde met alle gevolgen van dien.

Oorlogsschade wederopbouw en einde van de Zwaan[bewerken]

In de aanloop naar WO II logeerde in de Zwaan de staf van het 3e regiment artillerie en werd daar evenals in WO I een officiersmess ingericht. Bedrijvigheid alom, maar niet voor lange duur. Tijdens de granaatwerken van september/oktober 1944 bleef het hotel niet gespaard. Het hele centrum van Schijndel werd zwaar beschoten door de Geallieerden in het kader van de operatie Market Garden.

Na de bevrijding op 23 oktober 1944 kwam de Zwaan als een puinhoop en bijna onherkenbaar uit het oorlogsgeweld te voorschijn. Het oude uithangbord wist men nog te redden en het werd later boven de hoofdingang van de nieuwbouw geplaatst. Het hotel werd ingedeeld onder categorie A van de oorlogsschadegevallen, speciaal bedoeld voor de onherstelbaar vernielde panden, hetgeen in concreto inhield, dat die panden met ingang van 8 november 1944 werden onteigend. Het vrijgekomen puin werd getransporteerd naar het door de Geallieerden aan te leggen Vliegveld Schijndel aan de Vlagheide. Diverse gegadigden meldden zich om op de vrijgekomen grond een winkelpand te mogen zetten, maar er verrees uiteindelijk een nieuwe Zwaan.

Op 1 november 1949 zou, op verzoek van de nieuwe eigenaar H.J. Wouters door de gebroeders Schellekens, broers van de nieuwe eigenaresse, de eerste steen worden gelegd op exact dezelfde plaats waar eens het verwoeste hotel had gestaan. De officiële opening vond plaats op 29 april 1950. Het ontwerp was van architect B. Clement uit Eindhoven. Ook het open terrein tussen hotel en gemeentehuis werd bij de herbouw betrokken. In zes maanden tijd leverde het aannemersbedrijf een hotel-café-restaurantbedrijf op met 18 hotelkamers [samen 24 bedden], een bedrijf van 2000 m². Saillant detail ten aanzien van het interieur waren de aangebrachte zwaantjes is de plafondlampen en in de ornamenten die als wandverlichting dienden waren verwerkt. In de periode 1950-1981 zijn nog diverse verbouwingen en aanpassingen doorgevoerd o.a. een zaal voor bijzondere gelegenheden als het ontvangen van grotere gezelschappen, galavonden, bruiloften en partijen en vergaderzaal voor grote groepen, een uitgebreidere eetzaal en ten slotte kreeg het Schijndelse architectenbureau Van Liempd de opdracht een luxueuze zaal met afzonderlijke bar, garderobe en toiletten te ontwerpen. Bouwbedrijf Schellekens nam de uitvoering op zich en voor deze uitbreiding werd de eerste steen gelegd op 10 september 1956. Al met al was hotel de Zwaan de trots van de familie Wouters-Schellekens, die het 16 jaren lang geëxploiteerd hebben.

Hierna volgde de ‘wisseling van de wacht’. Lambertus van den Heuvel [in de volksmond Bertje], runde destijds het in 1906 gebouwde hotel Amicitia en heeft het kasteleinschap ongeveer 33 jaren uitgeoefend. Zoon Rien werd het exploiteren van een hotel met de paplepel ingegeven en hij was het die, nadat de familie Wouters was gestopt, de Zwaan zou overnemen. In juli 1967 volgt een dubbel-feest nl. het afscheid van de heer en mevrouw Wouters-Schellekens en het aantreden van de heer en mevrouw Van den Heuvel-Bosmans. Zowat heel Schijndel liep uit. Eerst een periode van huur en vanaf 1976 werd hij eigenaar van de Zwaan. Rien en zijn vrouw Trees deden er alles aan om het pand een intiem en gezellig aanzien te geven. In het eigenlijke café hadden ze een nieuwe betimmering laten aanbrengen met een duidelijke afscheiding naar het restaurant.

De tussenzaal liep ongemerkt over in de sfeervolle restaurantruimte, waar een deur toegang gaf tot de keuken. Dat bleek een prima verbetering. De grote zaal daarachter werd eveneens aangepast en opnieuw gestoffeerd en gemeubileerd, zodat men dan niet meer door het café hoefde te lopen. Het half afgedekte terras werd nu geheel betimmerd en overdekt en tot een danszaaltje omgetoverd met zelfs de mogelijkheid tot toegang naar de tuin. De Zwaan, zo meldde een journalist, is momenteel het enige restaurant in Schijndel. Het is geen hotel meer en de nieuwe eigenaars hebben zich geconcentreerd op de keuken.

De journalist signaleerde dat er een uitgebreide plate-service was tegen zeer redelijke prijzen en de menukaart kende een assortiment aan diners met een uitgelezen wijnkaart, die de kenners al bij voorbaat doet watertanden, schreef hij. Maar al even kwalitatief zouden volgens hem het koud buffet en de ouderwetse Brabantse koffietafel zijn. Officieel noemde men het pand café-restaurant-grill de Zwaan, verbouwd door bouwbedrijf Schellekens, de verlichting was van de hand van Piet van Zutphen, alle electro werd aangeleverd door Jan van Heeswijk, Jan van Nuland verzorgde het schilderwerk en de complete inrichting berustte bij de firma’s Rozendaal-Steenbakkers en Klerkx.

In februari 1981 besloten Rien en Trees, ze hebben 14 jaren lang veel geïnvesteerd in hun bedrijf en ook deels om gezondheidsredenen om definitief een punt achter hun mooie bedrijf te zetten, waarmee de Zwaan na ruim 4 ½ eeuw voorgoed uit het Schijndelse straatbeeld ging verdwijnen en Hoofdstraat 93 een Hema-vestiging werd. Uit reacties van dorpsgenoten bleek wel dat men dit alles zeer betreurde. Er waren geen gegadigden uit de horeca-wereld die interesse hadden het bedrijf over te nemen en voort te zetten. In januari 1981 had de heer Henk Laheij uit Zaltbommel het pand al gekocht en zijn uiteraard diverse verbouwingen gerealiseerd.

In 1996 is het pand verhuurd aan de familie Van Dis, de huidige uitbater.(HEMA)

Fotoalbum[bewerken]

Fotoalbum Hotel de Zwaan