Welkom op Schijndelwiki - de encyclopedie voor Schijndel

U kunt ons steunen door lid van de Heemkundekring Schijndel te worden.

Klik HIER om lid te worden

Iedere dinsdagochtend zijn wij tussen 10 en 12 uur in de heemkamer: Cultureel Centrum 't Spectrum, Steeg 9 g, Schijndel.

Joodse begraafplaats

Uit Schijndelwiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Joods Kerkhof
Herinnering-ontmoeting.jpg
Koeveringsedijk.
Gebruik Joods kerkhof.
Gereed 1803-1828.
Monument status Gemeentemonument GM7282.
Bouwpartners
Eigenaar Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap

De Joodse begraafplaats/het Jodenkerkhof[1][bewerken | brontekst bewerken]

Voor een ander project wat op stapel staat, de canon van Meierijstad, is eerder onderstaand archiefonderzoek gedaan. Het resultaat kan gebruikt worden als aanvulling op het artikel over de Joden in de Meierij, hun integratie en assimilatie.

Aanleg en onderhoud[bewerken | brontekst bewerken]

Het Jodenkerkhof van Schijndel is vermoedelijk aangelegd tussen 1803 en 1828. Het lag toen nog op het grondgebied van de gemeente Sint-Oedenrode, genaamd de Schijndelse heide, dat bij grenswijziging van 1865 bij de gemeente Schijndel is gevoegd.
In 1828 wordt de begraafplaats voor het eerst genoemd in een proces-verbaal voor het vaststellen van kadasterkaarten: “Bij het Jodenkerkhof” en “Op de Joode kerkhof”. Vóór 1828 zijn geen gegevens hierover aangetroffen. Op de vrij gedetailleerde kaarten van Jan F. de Weijer uit 1750, 1753 en 1757 staat deze begraafplaats niet ingetekend. De aan het kerkhof grenzende heide werd in 1802 – 1803 tot ontginning gebracht. In de hierop betrekking hebbende transportakte werd evenmin het kerkhof vermeld als belending.
Daaruit kan voorzichtig worden geconcludeerd, dat de begraafplaats toen nog niet bestond. In de eerste kadasteradministratie komt het kerkhof voor onder Sint-Oedenrode, sectie B no. 2, eigendom van de Israëlitische gemeente. In 1863 is de begraafplaats uitgebreid aan de Schijndelse zijde en is er een lijkenhuisje gebouwd.
Bij grenswijziging van 1865 is het hele gebied onder Schijndel gekomen. De begraafplaats heeft zich dus van 1863 tot 1865 over de grondgebieden van Sint-Oedenrode en Schijndel uitgestrekt. Het lijkenhuis was in 1863 eigendom van Elias de Waal, koopman te Schijndel, die ook de voorpoting bezat rondom het kerkhof en het bosje hakhout, dat aan de begraafplaats grensde. De begraafplaats en het lijkenhuisje zijn volgens het kadaster in 1876 eigendom geworden van de Israëlitische gemeenten van Schijndel, Veghel, Sint-Oedenrode en Uden. Aan de overzijde van de weg waar eerder de grenssteen het Hooghekken moet hebben gelegen was in 1869 een algemene begraafplaats aangelegd in de volksmond bekend als “Het verloren huukske”. Enkele jaren geleden is deze verplaatst naar de nabij gelegen Zandkantsestraat.De Israëlitische begraafplaats is nog steeds als zodanig in gebruik. Het lijkenhuisje is in 1956 afgebroken.

Het onderhoud van de begraafplaats heeft de gemeente Schijndel sinds 1952 op zich genomen, nadat de voortaan als eigenaar optredend Nederlands Israëlitisch kerkgenootschap te Amsterdam, een schansmuur om de begraafplaats had gebouwd. Als dank voor de goede verzorging van de begraafplaats zijn op naam van de gemeente Schijndel in 1970 tien bomen geplant in het Koningin Wilhelminawoud in Israël. In 1982 is daaraan een boom toegevoegd, als dank voor het herstel van de aangerichte vernielingen. Nu worden pogingen ondernomen om de begraafplaats aan te wijzen als Rijksmonument.

De begravingen[bewerken | brontekst bewerken]

Begravingen worden verzorgd door de Joodse gemeenten van Schijndel, Sint-Oedenrode, Uden en Veghel. In al deze plaatsen was voor korte of langere tijd een synagoge in gebruik: t.w. Veghel 1866 – 1949; Sint-Oedenrode 1866 – 1942; Uden 1875 – 1938. In Schijndel was het huis van de familie Van de Waal ook in gebruik als synagoge, dat in 1898 werd verkocht. In de volksmond De Hoge Jood 1832 – 1950.
De in Veghel wonende weduwe Van Dijk was toen het laatst overgebleven lid van de Israëlitische gemeente van Schijndel. In 1875 moet de Schijndelse synagoge al dienst hebben gedaan, want toen beschikte Benjamin Elias van de Waal nog over “twee nu bij de Israëlitische gemeente van Schijndel in gebruik zijnde exemplaren van de vijf boeken Mozes of Wetsrollen, met de daarbij behoorende kleedingstukken en twee zilveren handwijzers”.
Aan de begravingen vanuit de verschillende gemeenten werd veel zorg besteed. Daarvan vertelde onlangs in Wijbosch een 79-jarige inwoonster het volgende: Als er Joden uit Veghel of Uden werden begraven was dat een indrukwekkende optocht van 6 tot soms wel 10 zwarte deftige rijtuigen. We gingen als kind altijd kijken naar de stoet als we de paarden hoorden lopen over het grintpad van Eerde over de Glorie naar Wijbosch. Er werden geen klokken geluid. Er werd wel spottend verteld, dat de Joden aan de hegtakken de klokken luiden. Er waren uitsluitend zwarte paarden ingespannen, die bedekt waren met zwarte kleden. Voor de raampjes hingen zwarte gordijnen. Daarachter zaten de mannen, want Joodse vrouwen mochten niet mee. Ook de “Rooien Bendel” uit Veghel is daar begraven, de voorvader van De Andriessens. Doodsgraver was Driek Rovers, die tegenover het kerkhof woonde. Later was dat zijn zoon Toon. Driek Rovers had samen met zijn broers het hen toebehorend huis in 1900 verkocht aan de Israëlitische gemeenten van Veghel, Uden en Sint-Oedenrode.
Wat betreft de incidentele begravingen is uit archiefstukken nog gebleken, dat er in 1844 een Jood is begraven, waarvan werd gezegd dat hem goederen van waarde in de kist vergezelden en dat in 1875 een grafruimte ter grootte van 13 vierkante roeden en 35 vierkante ellen was gereserveerd voor de nakomelingen van Elias van de Waal uit Schijndel.
De Joodse inwoners van Veghel werden tussen 1824 en 1865 begraven op een klein kerkhofje naast de synagoge in de Deken van Miertstraat. Bij de verbouwing van de synagoge verdween dit kerkhofje. Later werden de Veghelse joden begraven op een kerkhof in Wijbosch. Daar lagen ook joodse inwoners van Schijndel en Sint-Oedenrode begraven. Dat kerkhof ligt nu midden in Schijndel. En dat is niet vreemd. Op een joodse begraafplaats geldt “eeuwige grafrust”. Dit betekent dat de graven ongemoeid gelaten moeten worden en slechts bij uitzondering, als de overheid dit eist, verplaatst mogen worden. Er staan 110 stenen. Veel daarvan zijn van Veghelse joden.

In de gemeente Schijndel is een Joodse begraafplaats gelegen aan de Wilhelminalaan, nu Uranus in de wijk Hoevenbraak grenzend aan de wijk Hulzebraak. Er staan 110 grafstenen. De begraafplaats wordt niet alleen gebruikt door de Joden van Schijndel, maar ook door de Joodse gemeenschappen van Sint-Oedenrode, Uden en Veghel. Schijndel vormde samen met Sint-Oedenrode een Joodse gemeenschap in de rang van ringsynagoge van 1855 tot 1899. Daarna was de Joodse gemeenschap te klein geworden om zelfstandig verder te kunnen gaan en werd ze bij Veghel gevoegd.
Veghel was vanaf 1818 een bijkerk onder Eindhoven en bleef dit tot 1947. Toen werd ze bij de Joodse gemeenschap van Oss gevoegd.
Uden was vanaf 1858 een bijkerk en bleef dit tot 1950, toen ook zij bij Oss werd gevoegd. Oss vormt vandaag de dag één van de vijf Nederlands – Israëlitische gemeenten van Noord-Brabant, naast Breda, Tilburg, Eindhoven en ’s-Hertogenbosch. In Tilburg is overigens ook een Liberaal Joodse Gemeente.

Een stukje historie: Joden in Sint-Oedenrode en Schijndel[bewerken | brontekst bewerken]

Sint-Oedenrode[bewerken | brontekst bewerken]

In de tweede helft van de achttiende eeuw vestigden de eerste joden zich in het dorp Sint-Oedenrode. Onder hen was een stoffenhandelaar, een vleeshouwer en een marskramer. Vanaf 1831 kwamen de gemeenteleden voor hun godsdienstoefeningen bijeen in een privéwoning. In het derde kwartaal van de negentiende eeuw vormde Sint-Oedenrode samen met Schijndel één joodse gemeente. De joodse gemeente van Sint-Oedenrode groeide zodanig dat er in 1866 een synagoge ingewijd kon worden, die ook door de joden van Schijndel bezocht werd. Een jaar later werd ook een ritueel bad gebouwd. In 1872 werd de joodse gemeente van Schijndel zelfstandig. De joodse gemeenschap van Sint-Oedenrode kende behalve een vrouwengenootschap ook een begrafenisgenootschap, maar beschikt niet over een eigen begraafplaats. De doden werden op de joodse begraafplaats van Schijndel begraven. Van de weinige joden, die aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog nog in Sint-Oedenrode woonden, heeft slechts een enkeling de bezetting overleefd. Al in 1941 is de joodse gemeente van Sint-Oedenrode opgeheven en bij die van Oss gevoegd. De synagoge werd verkocht en de bezittingen werden naar Amsterdam overgebracht.
Aantal joden in Sint-Oedenrode:
1809: 4
1840: 13
1869: 67
1899: 24
1930: 10.

Schijndel[bewerken | brontekst bewerken]

Vanaf 1855 vormde Schijndel samen met Sint-Oedenrode één joodse gemeente. Het synagogelokaal en het schoollokaal waren in een woonhuis aan de Hoofdstraat gevestigd, genaamd De Hoge Jood, Hoofdstraat 128.
Tussen 1872 en 1893 functioneerde Schijndel als een zelfstandige joodse gemeente met een eigen synagoge. Deze was in 1868 achter het eerder genoemde huis in de Hoofdstraat gebouwd. In 1899 werd de joodse gemeente Schijndel opgeheven en bij die van Veghel gevoegd.
Op de joodse begraafplaats Wijbosch is in 1945 een gedenksteen geplaatst met de namen van de oorlogsslachtoffers uit Schijndel en omgeving.
De begraafplaats wordt tegenwoordig door de plaatselijke autoriteit beheerd.
Aantal joden in Schijndel:
1809: 3
1840: 12
1869: 23.

Monumenten Inventarisatie Project 1990[2][bewerken | brontekst bewerken]

Joods kerkhof 1803.

Divers hoog opgaand geboomte.
Cultuurhistorische belangen, zeldzaamheid.
Eenvoudig, door bakstenen muur omringd, Joods kerkhof.
Hardstenen zerken, eenvoudig met levensboom, Boom van Jesse gedecoreerd en Hollandse en Joodse teksten erop.
Het kerkhof werd tussen 1803 en 1828 aangelegd op het grondgebied van de Sint-Oedenrode, in 1828 wordt het voor het eerst genoemd en in 1869 uitgebreid aan de Schijndelse kant.





Beschrijving uit de gemeentelijke monumentenlijst 1993.[3][bewerken | brontekst bewerken]

Typering, situering en beschrijving[bewerken | brontekst bewerken]

Op een trapeziumvormig terrein aan de Hulzebraak - ingeklemd tussen een sportveldencomplex en een nieuwbouwwijk - bevindt zich een Joodse begraafplaats.
Het geheel ommuurde terrein heeft een houten poort aan de korte zijde. Buiten de muren staat een groot aantal eikenbomen.
Vanaf de ingang loopt een pad midden over het terrein naar een gedenkteken voor overledenen in de oorlog aan het einde van de begraafplaats. Het gebied links van het pad wordt grotendeels ingenomen door een enorme grafheuvel met een enkele stèle.
Op het vlakke gebied rechts van het pad staan een groot aantal grafstèles. Het betreft allemaal rechthoekig staande stenen met een bekroning in de vorm van een dekselmotief (getoogd, spits of recht). De stèles zijn te vergelijken met de korte zijde van een antieke sarcofaag. Het merendeel van de stèles is voorzien van Hebreeuwse opschriften en/of een boom in reliëf. De oudste graven van kort na 1880 bevinden zich rechts vooraan op de begraafplaats. Het meest recente graf dateert van 1970.

Motivatie tot plaatsing op de monumentenlijst[bewerken | brontekst bewerken]

De cultuurhistorische waarde van een dergelijk zeldzame Israëlitische begraafplaats reikt verder dan de gemeentegrenzen van Schijndel.

Samenvatting[4][bewerken | brontekst bewerken]

Op 10 mei 1940 begon in Nederland de Tweede Wereldoorlog. Duitse soldaten vielen ons land binnen. Op 11 mei werden Erp, Schijndel, Sint-Oedenrode en Veghel bezet. Tijdens de bezetting ging het leven voor veel Nederlanders z'n gangetje. Maar niet voor de joden. Zij werden stap voor stap uit het openbare leven geweerd en verwijderd. 18 Veghelse joden vonden de dood in vernietigingskampen. Ze worden herdacht op het joodse kerkhof aan de straat Uranus in Schijndel.

In de achttiende eeuw vestigden joodse families zich in de Meierij. Ze mochten hier wonen, maar geen huizen kopen, omdat ze een ander geloof hadden. Pas in 1796 kregen ze dezelfde rechten als andere mensen. In Schijndel, Sint-Oedenrode en Veghel bouwden ze hun eigen synagoge of kerk. Ook kwam er een plek voor hun doden: het joodse kerkhof in Wijbosch.

Ooit lag het kerkhof op een stille plek in de heide bij Wijbosch. Nu ligt het midden in Schijndel achter een hoge muur. En dat is niet vreemd. Op een joodse begraafplaats geldt 'eeuwige grafrust'. Je mag de graven niet weghalen of verplaatsen. Er staan 110 grafstenen.

In 1940 werd Nederland dus bezet. Behalve in Veghel, woonden er in Schijndel en Sint-Oedenrode geen joden meer. De eerste maanden van de Duitse bezetting verliepen rustig voor de Veghelse joden. Maar daarna werden er allemaal regels gemaakt. Ze mochten bijvoorbeeld niet meer naar het theater of het zwembad. Ook moesten hun winkels en bedrijven sluiten.

In 1942 moesten alle joden ouder dan vijf jaar een jodenster gaan dragen. Dat was een zespuntige ster van geel stof met daarop het woord 'Jood'. Ze kregen ook een 'J' in hun persoonsbewijs (een soort paspoort). Zo wisten de Duitsers welke mensen joods waren.

Joodse mannen moesten gaan werken in een werkkamp. Later kregen ze een oproep om naar Kamp Westerbork te gaan. Hun gezinnen gingen mee. Ze wisten niet, dat ze nooit meer terug zouden komen. Veewagons brachten achttien Veghelse joden van Kamp Westerbork naar de vernietigingskampen Auschwitz en Sobibor in Polen. Daar werden ze vermoord.

Een aantal Veghelse joden vluchtte naar Engeland en de Verenigde Staten. Maar de familie Andriesse kon niet meer weg. Zij besloten niet naar Westerbork te gaan en doken onder bij hun huishoudster Marie Heerkens in Dinther. Daar verstopten ze zich anderhalf jaar op een zolderkamertje. Zo overleefden ze de Duitse bezetting.

Na de oorlog werd op de joodse begraafplaats in Wijbosch een gedenksteen geplaatst met de tekst: "voor hen, uit Veghel, Schijndel, St. Oedenrode en omstreken, die omkwamen onder moordenaarshanden in de jaren 1942-'45 en die geen graf onder Israël gevonden hebben". De steen toont de namen van de joodse inwoners die stierven in de vernietigingskampen. Ze konden niet in Wijbosch begraven worden, maar op de gedenksteen blijven we hun namen herinneren.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Heemblad Rond die Cluse 2017-2, jaargang 24, bladzijden 33 tot en met 36
  2. MIP gemeente Schijndel 1990, bladzijde 60
  3. Gemeentelijke monumentenlijst 1993
  4. Canon van Meierijstad