Welkom op Schijndelwiki - de encyclopedie voor Schijndel

U kunt ons steunen door lid van de Heemkundekring Schijndel te worden.

Klik HIER om lid te worden

Iedere dinsdagochtend zijn wij tussen 10 en 12 uur in de heemkamer: Cultureel Centrum 't Spectrum, Steeg 9 g, Schijndel.

Steenfabriek Perkenoven

Uit Schijndelwiki
(Doorverwezen vanaf Perkenoven)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De Perkenoven[bewerken]


In onze streek stonden vroeger veel steenovens.
Schijndel vormde daarop geen uitzondering. De meeste ovens waren veldovens; hout gestookte, vaak geïmproviseerde ovens, waarbij de kwaliteit van de stenen zeer varieerde. De stenen die het verst van het vuur gelegen hadden waren zacht en bestemd voor binnenmuren. De stenen die direct met het vuur in aanraking waren geweest, waren krom, gebarsten en met slakken bedekt: van deze stenen werden de funderingen gemaakt. Op deze manier werden ongeveer 10.000 stenen in een keer gebakken.

Ringovens[bewerken]

Hendrikus Hermes en zijn echtgenote Josepha Beks voor café Du Perco.

In Schijndel werd ook met zogenaamde ringovens gewerkt.
Een ervan werd gebouwd in 1903 aan de Baksdijk/Steeg en bleef in bedrijf tot ca. 1917.
De eigenaar was de heer Suyling uit Den Bosch, maar de dagelijkse leiding berustte bij Hendrikus Hermes uit Schijndel.
Deze Hendrikus Hermes leefde van 1833 tot 1929 en had als bijnaam "De Perk". Hij was tevens eigenaar van Café Du Perko. Later werd zijn zoon Marinus bedrijfsleider.
Omdat de familie als bijnaam De Perk had, werd de steenfabriek al snel de Perkenoven genoemd.
Hoogstwaarschijnlijk kwamen ze aan deze bijnaam omdat de meisjesnaam van Hendrikus oma Alida du Park was. Om die reden werd ook het café van Marinus, op de hoek van de Elschotseweg /Oude Steeg, café Du Perco genoemd.
Marinus was ook eigenaar van Oude Steeg 12-14-16-18 en Voortstraat 25. De vader van Alida is Frederik, in 1767 een van de twee schepenen (bestuurder) van Schijndel, hij was Nederduits Gereformeerde en kwam uit Kampen.










Een oud-werknemer van deze steenoven, de heer Driekske van der Heijden (1903-1993), heeft ons er nog heel wat over kunnen vertellen. Er werkten ongeveer 20 personen: 18 mannen en 2 jongens.
Driekske werkte er vanaf zijn 12e jaar. Zijn vader was de machinist van de oven en verzorgde ook het vervoer van de stenen, onder andere naar Den Bosch en naar de Heeswijkse brug. Het oude patronaat van Schijndel was met stenen uit deze oven gebouwd.

Personeel Perkenoven staande achter op de binnenplaats

Personeel staande achter op de binnenplaats
De meeste werknemers houden gereedschap in hun handen of lijken een deel van het productieproces uit te voeren
Uiterst links 1 bedrijfsleider Marinus Hermes met een boek ( de boekhouding?), 2 en 9 hebben een schop vast, het lijken twee verschillende types. Wat was hun specifieke doel?, 3 heeft drie stenen vast, 4 ligt in een kruiwagen met twee stenen. Waarom? 5 Schenkt een borreltje in. Symbool voor wat? . 6 ... Verhoeven met gevulde vormbak, 7 en 8 met een lege vormbak, 10 staat achter een kruiwagen vol stenen, 11 Is deze jongeman bezig de vormelingen te drogen te leggen?








In 1917 werd de steenfabriek geveild.
De hiervoor uitgegeven catalogus vermeldde dat de Steenfabriek van de firma Suyling en Hermes de gebouwen, 9 kapitale droogloodsen (lengte 20 a 90 meter) pannen gedekt, de grote steenoven enz. wegens liquidatie verkocht zal worden op Donderdag 4 Oktober 1917 des namiddags ten 1 ½ ure in het café van den heer Emb. Van Rooy, naast het Raadhuys. De fabriek is te bezichtigen vanaf 26 september 1917 elke werkdag van 9-4 ure Volgorde der verkooping van het vaste goed is bij inzet op Donderdag 20 September 1917 des namiddags ten 3 ure precies in het cafe van den heer Reinier Steenbakkers tegenover het raadhuis.

Werkwijze[bewerken]

De werkwijze was als volgt: eerst werd de leem (leem=klei met een hoog percentage zand) in de buurt uitgegraven met een schop en vervolgens met een door een pony getrokken kiepkar naar de oven gebracht. Daar werd de leem met een "wasmachine" gewassen, omdat er geen zand meer in mocht zitten. Door deze behandeling werd de klei vetter en beter kneedbaar.
Daarna werd de leem met de hand in een vormenbak gedaan. Dit was een houten raamwerk waarin 5 tot 10 stenen tegelijkertijd gevormd konden worden. De stenen werden vervolgens op zogenaamde "dèningen" (dit waren lange banken van leem) te drogen gelegd. Na een dag drogen in de zon werden ze gedraaid. Daarna werden de scherpe randen van de stenen geslepen. Dit was het werk van de jongste krachten.
Als alle stenen droog waren werden ze in de oven gezet.

De firma Suyling en Hermes gebruikte een ringoven; een steenoven voor steeds doorgaand bedrijf.
Het geheel bestond uit een aantal kamers, afgedekt door een tongewelf. Het aantal kamers waaruit de oven bestond varieerde van 16 tot 20. De afmetingen waren ongeveer 70 x 25 m, terwijl de hoogte varieerde van 3,5 tot 5 m.
Aan de buitenzijde van iedere kamer bevond zich een opening voor het uit- en inkruien van de steen. Wanneer de oven geheel in werking was, lagen er in alle kamers stenen. Alle toegangspoorten van de kamers waren dichtgemetseld, op drie na. Uit een poort werd de gebakken steen uitgekruid. Door de andere twee werd de groene steen (ook wel zonsteen of leemsteen genoemd) ingezet.
In het gewelf van de oven bevonden zich verscheidene stookgaten. Hierdoor werd fijne steenkool in het vuur geworpen.

Het voordeel hiervan was dat de temperatuur in de oven overal dezelfde was. Dat kwam de te bakken steen natuurlijk ten goede. Voor het heet stoken van een kamer was een etmaal nodig. De volgende dag werd de daarnaast gelegen kamer heet gestookt. Het gehele bedrijf schoof dan een kamer op. De ringoven was dus een continubedrijf, waarvan de productie varieerde van 15.000 tot 20.000 stenen per dag.
Deze stenen waren gewoonlijk van zeer goede kwaliteit en het percentage onbruikbare stenen bij deze oven was gering.

De oven is in bedrijf gebleven tot circa 1920. Door de economische recessie (Wereldoorlog I) had de steenfabrikage het zwaar te verduren en werd de steenoven aan de Steeg afgebroken. De oven werd aan een steenfabriek in Maastricht verkocht.
Nu is er op deze plek een weiland, waarin koeien vreedzaam grazen. Niets herinnert meer aan de bedrijvigheid van weleer.