Welkom op Schijndelwiki - de encyclopedie voor Schijndel

U kunt ons steunen door lid van de Heemkundekring Schijndel te worden.

Klik HIER om lid te worden

Iedere dinsdagochtend zijn wij tussen 10 en 12 uur in de heemkamer: Cultureel Centrum 't Spectrum, Steeg 9 g, Schijndel.

Ignatius Theodorus Welvaarts (1840 - 1892): verschil tussen versies

Uit Schijndelwiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
k
k
 
Regel 15: Regel 15:
 
| gedachtenisprent =
 
| gedachtenisprent =
 
}}
 
}}
== '''Ignatius Theodorus Welvaarts''' ==
+
== '''Ignatius Theodorus Welvaarts<ref>Heemblad Rond die Cluse 21e jaargang nummer 2 bladzijden 4 tot en met 10</ref>''' ==
 
     
 
     
 
=== '''De familie Welvaarts''' ===
 
=== '''De familie Welvaarts''' ===
Regel 89: Regel 89:
 
[[Categorie:Welvaarts|Ignatius Theodorus]]
 
[[Categorie:Welvaarts|Ignatius Theodorus]]
 
{{DEFAULTSORT:Welvaarts}}
 
{{DEFAULTSORT:Welvaarts}}
 +
{{appendix}}

Huidige versie van 21 mei 2022 om 16:25

Ignatius Theodorus Welvaarts
Persoonsinformatie
Volledige naam Ignatius Theodorus Welvaarts
Geboorteplaats Schijndel
Geboortedatum 20 juni 1840
Overl.datum 13 december 1892
Beroep(en) Pater

Ignatius Theodorus Welvaarts[1][bewerken | brontekst bewerken]

De familie Welvaarts[bewerken | brontekst bewerken]

Een van de serie geboorteakten uit 1840 luidt als volgt: “In het jaar duizend acht honderd veertig, den twee en twintigsten dag der maand junij is voor ons, Ambtenaar van den Burgerlijken Stand der gemeente van Schijndel, provincie Noord Brabant, verschenen Jan Welvaarts, van beroep landbouwer, oud dertig jaren, wonende te Schijndel, welke in tegenwoordigheid van twee getuigen als van Arnoldus Steenbakkers van beroep landbouwer oud acht en dertig jaren en Kornelis Kemps van beroep landbouwer oud veertig jaren, beide wonende binnen deze gemeente, ons heeft verklaard dat Maria Anna Eijmberts zijn huisvrouw oud acht en dertig jaren, van beroep landbouwster, wonende te Schijndel, bevallen is van een kind van het mannelijk geslacht geboren op zaterdag den twintigsten der maand junij een duizend acht honderd en veertig om zeven ure des avonds, welk kind zal genaamd worden Theodorus, van welke verklaring wij de tegenwoordige Akte hebben opgemaakt, die, na voorlezing, is geteekend door ons en de vader, de getuigen verklaard hebbende niet te kunnen schrijven, noch teekenen”- de akte is ondertekend door Jan Welvaarts en De Ambtenaar van den Burgerlijken Stand voornoemd L. van Doorn”. Theodorus had nog een broer en een zus nl. Christianus Welvaarts geboren op 9 februari 1842, gehuwd met Francien Timmermans te Schijndel en aldaar overleden op 19 december 1921 die destijds onderprefect was van de Heilige Familie in de Sint Servatiusparochie centrum te Schijndel en Maria, geboren op 6 oktober 1844 te Schijndel, die aldaar huwde op 15 november 1889 met Theodorus van de Laar, timmerman en tevens koster te Liempde waar hij woonde Kerkstraat 2 en aldaar is overleden op 25 januari 1901.

Over de jeugdjaren van deze drie kinderen is verder niet zo heel veel bekend. Theodorus volgde natuurlijk de lagere school in zijn geboortedorp en ging op 12-jarige leeftijd naar het seminarie te Sint Michielsgestel en beëindigde zijn humaniorastudies in 1859 aan het gymnasium te Gemert. Vervolgens heeft hij ook nog gestudeerd bij de Jezuïeten in Ravenstein. Vermoed wordt wel dat de invloed van de Norbertijnen uit Heeswijk, die diensten verrichten in de Schijndelse Servatiuskerk, een sterke rol heeft gespeeld bij de uiteindelijke levenskeuze van de intelligente Theodorus, als oudste zoon van het gezin. Het was destijds haast een traditie dat minstens iemand uit een oerdegelijk katholiek gezin naar het seminarie zou gaan of zou kiezen voor een leven als kloosterling. Hij zou een vooraanstaand regulier kanunnik worden in zijn orde.

Een stukje historie over de Norbertijnen[bewerken | brontekst bewerken]

De stichter van de Norbertijnen is een zekere Norbertus een zoon van Heribert de Heer van Gennep. Norbertus werd later kanunnik te Xanten in Duitsland en volgens bronnen vertoefde hij vaak aan het hof van keizer Hendrik V die hij in 1111 vergezelde op zijn tocht naar Rome. Bekend is dat hij zich rond 1115 enige jaren heeft teruggetrokken in de stilte en de eenzaamheid van de Benedictijnerabdij in Siegburg. In die periode van bezinning kwam er een ommekeer in zijn leven, hij ontving op een bepaald moment zijn priesterwijding en keerde terug naar Xanten waar hij probeerde zijn medekanunniken op te roepen tot een passender levenswijze, een strengere manier van leven. Die hervormingspoging liep echter op een mislukking uit. Op de rijksdag van Spiers in 1126 aanvaardde hij de functie van aartsbisschop van Maagdenburg. Voor die tijd echter had hij in 1121 als Norbert van Xanten de Orde van Premontré in Frankrijk gesticht ofwel de Ordo Premonstratensis, vandaar dat heden ten dage de Norbertijnen ook wel Premonstratenzers worden genoemd of kortweg Witheren, zoals wij ze kennen vanuit hun abdij van Heeswijk. In de beginfase was er nog sprake of men de richting in zou gaan van de kluizenaarsstichtingen of aansluiting zou zoeken bij de monniken van Citeaux [de latere trappisten of cisterciënzers], maar uiteindelijk koos Norbertus voor een levensvorm waarbij zijn volgelingen kanunniken zouden blijven, die zich zouden gaan toeleggen op een apostolisch leven naar het voorbeeld van de eerste christengemeenten. Hun leidraad werd de Regel van Sint Augustinus. Toch heeft men de strenge levenswijze niet in z’n geheel gehandhaafd.

Het is overigens opvallend dat zich in redelijke korte tijd de invloedssfeer der Norbertijnen enorm uitbreidde, wat wordt geïllustreerd door het feit dat al rond 1130 verspreid over heel Europa ca. 600 kloosters waren gesticht. Die invloed nam echter beduidend af na de opkomst van de orde der Franciscanen en Dominicanen. De Franse Revolutie leek aanvankelijk de doodsteek voor hun bestaan, maar in de 19e en 20e eeuw kwam de orde weer helemaal tot bloei en werden diverse ‘provincies’ gesticht waaronder de voor ons meest bekende nl. de Brabantse provincie die Nederland en Vlaams België omvatte. Wie kent ze immers niet….de abdijen van Averbode, Grimbergen, Park bij Heverlee, Postel bij Mol, Tongerlo, Heeswijk en de iets minder bekende priorij De Essenburgh onder Harderwijk. Het zijn enorm grote abdijen omgeven door de nodige landerijen. Illustratief bv. is het grondplan van de uit twee verdiepingen bestaande abdij van Postel zoals op de afbeelding te zien is.

De Norbertijnen leiden een kloosterlijk gemeenschapsleven met als middelpunt de liturgische eredienst en ze richten zich daarnaast op studie, apostolaatswerk en parochiële zielzorg, waarvan legio voorbeelden bekend zijn in onze eigen regio. In de Brabantse archieven waarvan ik een klein deel heb ontsloten of nog zal ontsluiten in de toekomst, kom ik met enige regelmaat akten tegen met betrekking tot de prelaten, abten en conventualen van de abdijen Tongerlo, Floreffe, Postel, Averbode en Heeswijk.

Naast de mannelijke religieuzen kennen we ook een orde van Norbertinessen, de vrouwelijke tak van Premontré, de kanunnikessen. Aanvankelijk leefden zij binnen de omheining van een mannenabdij en volgden de koordienst van de kanunniken, maar verbleven verder in een zorgvuldig afgesloten ruimte waar zij huishoudelijk werk verrichtten ten behoeve van de abdij. Vanaf 1140 werd deze vorm van ‘dubbelkloosters’ opgeheven en trokken de Norbertinessen zich terug in een eigen kloostergebouw en leidden er een overwegend beschouwend of contemplatief leven en verzorgden hun eigen koorofficie, alles ook gebaseerd op de regel van de H. Augustinus. Het dichtst bij ons in de buurt is het klooster Catharinadal in Oosterhout in de Baronie van Breda.

Het priorboek[bewerken | brontekst bewerken]

In 1863 zijn de onderstaande persoonsgegevens over Theodorus Welvaarts in het register (priorboek) van de Norbertijnen geregistreerd.

  • geboren uit wettige ouders in 1840 op 20 juni te Schijndel
  • 15.11.1863 inkleding en de kloosternaam Ignatius ontvangen
  • 29.11.1863 naar het noviciaat in de Norbertijnerabdij van Tongerlo
  • 30.11.1864 terug naar de abdij Postel
  • 15.10.1865 tijdelijke geloften
  • 15.10.1868 plechtige eeuwige geloften
  • 19.12.1868 subdiakenwijding door de bisschop van Luik
  • 18.12.1869 diakenwijding te Mechelen door Mgr. Anthonis
  • 11.06.1870 priesterwijding door Mgr. Anthonis
  • november 1870 subbibliothecaris
  • 1873 bibliothecaris
  • 23.07.1880 novicenmeester en lector filosofie i.p.v. confrater Pironet
  • 26.07.1880 aanvang filosofiecursus uit het handboek van Bouvier
  • 01.11.1880 vrijgesteld van alle voorgaande taken
  • 14.11.1880 officiële benoeming in het kapittel van de abdij tot bibliothecaris
  • 21.06.1882 het Leuvens letterkundig genootschap ‘Met tijd en vlijt’ neemt hem op als gezel
  • 04.07.1883 corresponderend lid van het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord Brabant
  • 20.08.1883 erelid van de Nederduitsche Bond van Antwerpen en volgens het diploma unaniem gekozen
  • 11.02.1885 medewerker van het ‘Nederlandsch Aardrijkkundig Genootschap’
  • 15.02.1885 erelid van de Pius-Vereeniging te Amsterdam
  • 15.07.1886 gekozen tot prior als opvolger Frederic Pironet
  • 06.11.1886 lector van de H.Schrift
  • 16.10.1889 lector van de filosofie

Toen de abt de [laatste] sacramenten had ontvangen werd Ignatius Welvaarts door vicaris-generaal Th. Heylen benoemd tot administrator van de geestelijke en tijdelijke goederen van de abdij

  • 02.12.1890 lid voor het leven van de ‘Société d’Archéologie’ te Brussel
  • 08.11.1892 ontheven van het lectorschap van de H. Schrift en tot novicenmeester benoemd
  • 13.12.1892 overleden

Het moge duidelijk zijn dat kanunnik Welvaarts zich heeft gemanifesteerd als een wetenschapper die alles wat met historie te maken had omhelsde. De invloedssfeer van de abdij Postel in de hele regio van de Belgische en Brabantse Kempen kon hij destilleren uit de rijke archieven van de Postelse abdij en niet te vergeten de ongelooflijk uitgebreide kloosterbibliotheek. Ook zijn vele historische contacten met diverse genootschappen op historisch gebied gaven hem een nog bredere visie op tal van aspecten. In zijn arbeidzaam leven, wat overigens beslist veel te kort is geweest, schreef hij tal van historische werken, vooral gericht op de lokale historie van de plaatsen waar de Norbertijnen actief waren. Als Postel’s archivaris heeft hij de vele oude charters gelezen en vertaald en verrichte baanbrekend werk in de lokale historiografie. Hij ordende het abdij-archief en zijn productie als auteur is verbluffend te noemen.

Nalatenschap in de Schijndelse heemkamer[bewerken | brontekst bewerken]

Op de heemkamer treft men een archiefdoos aan met als opschrift ‘Collectie Welvaarts’. De inhoud van die doos illustreert slechts ten dele de productiviteit van ‘onze kanunnik’. Naast de nodige familiefoto’s, zijn destijds de volgende historische werken aan de Heemkunde geschonken.

  • Geschiedenis van de abdij van Postel dl.2 [1879]
  • Mengelingen in proza en dicht o.a. Sleutjes Spook [1886]
  • Geschiedenis van Bladel en Netersel
  • Sleutjesspook Schijndel [1890]
  • Zomeren naar de archieven van Postels abdij [vgl. Someren [1892]
  • Postels biografisch woordenboek [1892]
  • Postels biografisch woordenboek 2e ex. [1892]
  • Geschiedenis van de abdij van Postel [1887]
  • Levensschets van Jacobus de Kort 1e prelaat der herstelde abdij van Postel [1891]
  • De oude speelman [z.j.]
  • Met den extra trein naar Lourdes [1889]
  • Onvolledig fragment uit een studie over allerlei fundaties [1892]
  • Grote foto van Th.Ign.Welvaarts in een zwarte lijst
  • De huizing van de Frankische vorsten te Bladel [1890]
  • Geschiedenis van de abdij van Postel 2e druk [1887]
Bronnen, noten en/of referenties
  1. Heemblad Rond die Cluse 21e jaargang nummer 2 bladzijden 4 tot en met 10