Welkom op Schijndelwiki - de encyclopedie voor Schijndel

U kunt ons steunen door lid van de Heemkundekring Schijndel te worden.

Klik HIER om lid te worden

Iedere dinsdagochtend zijn wij tussen 10 en 12 uur in de heemkamer: Cultureel Centrum 't Spectrum, Steeg 9 g, Schijndel.

Boerenleenbank

Uit Schijndelwiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Beknopte historie van de Boerenleenbank te Schijndel.[bewerken]

Opgericht 23 December 1897.[bewerken]

Goedgekeurd bij Koninklijk Besluit 7 Januari 1898 no. 23, Staatscourant 17 en 18 Januari 1898, no. 34. Wijziging der Statuten goedgekeurd bij Koninklijk Besluit: 2 Mei 1901, no. 43; 3 Augustus 1915, no. 18; 2 Juli 1926, no. 25; 3 Januari 1928, no. 68.

Op 23 December 1897 werd in het St. Servatiusgebouw te Schijndel eene vergadering gehouden om te komen tot de definitieve oprichting van een plaatselijke Boerenleenbank.

Het initiatief tot deze oprichting was uitgegaan van den heer A.J.M. Toon Bolsius.

Op deze bijeenkomst waren aanwezig: de ZeerEerwaarde Heeren N.W.L. Baekers, pastoor van de parochie Schijndel en J.C. van Vroonhoven, pastoor van de parochie van Wijbosch, de weleerwaarde heeren J.F. van der Sanden en J. van der Vleuten te Schijndel, de edelachtbare Heer H.L. Manders, burgemeester van Schijndel, alsmede de heeren A.J.M. Bolsius, W. Kriellaars, J.H. van de Ven, J.A. van der Spank, W.v. Esch, E. Timmermans, H.v. Heeswijk, J. Goyaarts, Lamb. Verhoeven, Math. G. Verhagen, Ant. W. Verhagen, W.P. Korsten, G.v. Veghel, J.G. van der Schoot, J.A. Smits, Chr. Wouters, Jan J.C. Verhagen, Chr. Welvaarts.

De bestuursfuncties werden als volgt verdeeld:[bewerken]

Tot leden van het eerste Bestuur

A.J.M. Bolsius, directeur (voorzitter)
J.H. van de Ven, onder-directeur (onder-voorzitter)
J.A. v.d. Spank, secretaris
H. van Heeswijk
Joh. Goyaarts
Lamb. Verhoeven
Math. G. Verhagen
Ant.W Verhagen
W.P. Korsten
Gijsb. Van Veghel
Jan G. van der Schoot

Tot leden van de eerste Raad van Toezicht:

H.L. Manders, burgemeester, president
E. Timmermans, vice-president
N.W.L. Baekers, pastoor van Schijndel
J.C. van Vroonhoven, pastoor te Wybosch
J.A. Smits
W.v. Esch
J.J.C. Verhagen
Chr. Welvaarts
Chr. Wouters

Tot eerste Kassier:

De heer W. Kriellaars

Alle leden aanvaardden hunne benoeming, waarna zij de reeds ontworpen statuten, alsmede het betreffende verzoekschrift aan Hare Majesteit de Koningin Weduwe Regentes, ter verkrijging der Koninklijke Goedkeuring dier statuten, onderteekenden.

Na enige bespreking omtrent de wijze van geldbelegging bij de Bank, het ter leen geven van gelden en den rentestandaard, alsmede aangaande de soliditeit wat belegging en uitleening aangaat, werd besloten aan te vangen met de opname van gelden tot een bedrag van f. 5.000,-- en te bepalen, dat daarvoor rente zal worden uitgekeerd van 2,88%, terwijl voor uit te leenen bedragen een rente zal worden gevorderd van 3,84%. Alvorens met de werkzaamheden der Bank te kunnen aanvangen, moest de Koninklijke Goedkeuring worden afgewacht en zouden de heeren A. Bolsius, W. Kriellaars en J. van der Spank inmiddels een huishoudelijk reglement ontwerpen. Tevens werd besloten om den Z.E. Heer Gerlacus van den Elsen, Rector van de Abdij Berne te Heeswijk uit te noodigen, die in eene algemeene vergadering eene lezing zou houden over het doel en de werking van een Boerenleenbank, de toetreding daartoe aan te bevelen en zoo mogelijk te bevorderen.
Vergadering van Vrijdag 4 Maart 1898
In deze vergadering werd door den heer A. Bolsius, directeur der Bank, mededeeling gedaan van het feit, dat de statuten der Bank bij Koninklijk Besluit van 7 Januari 1898 waren goedgekeurd. Hij deelde o.a. mede, dat de Boerenleenbank van Schijndel behoorde tot het eerste tiental, dat was opgericht. Naar aanleiding hiervan had zij van regeeringswege aanspraak op een subsidie van f. 150,--. Gemeld bedrag was intusschen reeds geïncasseerd. Op Zondag 6 Maart 1898 zou met de eerste zitting van de Boerenleenbank in het Servatiusgebouw te Schijndel een begin worden gemaakt. Tevens werd in dezelfde vergadering het huishoudelijk reglement vastgesteld.
Daar het bedrag der inlagen steeds grooter werd was de Raad van Toezicht genoodzaakt in eene vergadering van 5 Juni 1898 het bedrag van opname der gelden van f. 5.000,-- tot f. 20.000,-- te verhoogen. Geldleeningen van slechts een gering bedrag werden in het begin aangevraagd. De notulen der bestuursvergadering van die dagen vermelden bedragen van f. 20,--, f. 25,-- en f. 80.--.
Notulen der Bestuursvergadering van 28 November 1898
De notulen geven ons te lezen, dat een schrijven was ingekomen namens de Commissie van Raiffeisenbanken in Noord-Brabant en Limburg waarbij onder toezending van een afdruk der ontworpen statuten voor de op te richten Coöperatieve Centrale Boerenleenbank de bestuursleden van de Boerenleenbanken werden opgeroepen tot een vergadering, te houden op Maandag 5 December 1898 des namiddags ten 2 ure te Venlo in het hotel “De Gochsche Kar”. Na bespreking en toelichting van het doel en de werking van bedoelde Centrale Boerenleenbank, waaruit bleek, dat toetreding van onze plaatselijke Bank van groot nut was en na voorlezing der ontworpen statuten werd goedgevonden om onze Leenbank aldaar te doen vertegenwoordigen door den voorzitter, den heer A. Bolsius en den heer W. Kriellaars, kassier, met besluit tot machtiging aan den voorzitter om onze Bank als lid te doen toetreden en verder datgene te doen wat noodig zal blijken.
De Bestuursvergadering van 12 December 1898
De voorzitter der Bank, de heer A. Bolsius, deelt mede dat de oprichting van de Coöperatieve Centrale Boerenleenbank te Eindhoven een feit was geworden. Gezien het steeds hooger wordende bedrag aan inlagen werd in de Bestuursvergadering van 12 December 1898 besloten de limiet voor inlagen te laten vervallen. Intusschen was de onder-voorzitter, de heer J.H. van de Ven, overleden. Deze vacature werd aangevuld door de benoeming van den heer J.W. Timmermans, wethouder der gemeente Schijndel.
Algemeene vergadering van 27 Maart 1904
In deze vergadering wijdde de voorzitter een woord van eerbiedige nagedachtenis aan den Zeereerwaarden heer J.C. van Vroonhoven, in leven Pastoor te Wybosch en lid van den Raad van Toezicht, die inmiddels was overleden. Van Zijne Eerwaarde, aldus de heer Bolsius, moeten wij het getuigenis afleggen, dat hij de zaken der Leenbank inderdaad behartigde en haar doel en werking hoogschatte. Zijne nagedachtenis zal dan ook nog lang bij ons in gezegend aandenken blijven. De vacature werd aangevuld door benoeming van den ZeerEerwaarden heer A.F. van Roessel, die intusschen tot pastoor van Wybosch was benoemd en die op 9 December 1903 als lid der Boerenleenbank was toegetreden.
Algemeene vergadering van 11 November 1906
In de vergadering brengt de kassier der Bank, de heer W. Kriellaars, in herinnering het zware verlies, dat de Boerenleenbank intusschen had geleden door het overlijden van haar directeur, de heer A.J.M. Bolsius. De heer Kriellaars verklaarde dat het niet mogelijk was in juiste bewoordingen weer te geven, het vele goede door den overleden directeur aan de Boerenleenbank bewezen en met welken ijver en opoffering hij steeds de belangen der Bank geheel belangeloos had behartigd. Spreker twijfelt er niet aan of zijne nagedachtenis zal bij alle leden in dankbare herinnering blijven voortbestaan. Het Bestuur der Bank meende in deze een waardig opvolger te hebben in den edelachtbaren heer H.L. Manders, burgemeester van Schijndel. De heer Manders werd met algemeene stemmen tot voorzitter en directeur van de Boerenleenbank van Schijndel benoemd.
Bestuursvergadering van 9 Januari 1907
In deze vergadering werd de heer L.J. Bolsius als lid der Boerenleenbank aangenomen.
Vergadering van 10 Maart 1907
De heer Bolsius werd als voorzitter van den Raad van Toezicht benoemd, zulks ter aanvulling van de vacature ontstaan door de benoeming van den heer Manders als voorzitter en directeur der Bank.
Vergadering van 5 Mei 1908
L.J. Bolsius overleed nog dat jaar en werd de vacature, ontstaan door het overlijden van den heer L.J. Bolsius, aangevuld door de benoeming van den heer A.C.J. van Heertum als voorzitter van den Raad van Toezicht.
Bestuursvergadering van 26 Maart 1911
In deze vergadering werd mededeeling gedaan dat de ZeerEerwaarde heeren Pastoor Baekers en Pastoor van Roessel ontslag namen als lid van den Raad van Toezicht, zulks op grond van een destijds gegeven kerkelijk voorschrift. Beide Pastoors bleven als adviseurs aan de Bank verbonden. Ter aanvulling van de vacatures ontstaan door de ontslagname van de heer W. Korsten en G. van Veghel werden benoemd de heeren Gijsbertus van Liempd en Ant. Smits. Als leden van den Raad van Toezicht werden benoemd de heeren Adr. Schellekens en Joh. Van den Tillaart. De heer M.G. Verhagen had zich niet meer herkiesbaar gesteld.
Algemeene vergadering van 2 Maart 1913
In deze vergadering werd de vacature, ontstaan door het overlijden van den heer A.W. Verhagen, aangevuld door de benoeming van den heer L. van den Biggelaar.
Vergadering van 1 Maart 1914
In deze vergadering werd mededeeling gedaan, dat de heer J. Timmermans ontslag had genomen. In zijn plaats werd benoemd de heer A. Schellekens, lid van den Raad van Toezicht. De heer A. Schellekens werd in deze vergadering benoemd tot onder-directeur. Door ontslagname van den heer H. van Heeswijk werd met algemeene stemmen benoemd de heer Adr. van den Oetelaar. Tot leden van den Raad van Toezicht de heeren J. Pijnappels en Jan Egidius van Liempd. De heer Eimb. Timmermans was intusschen overleden. In zijn plaats werd benoemd de heer Arn.s Ant. Timmermans. In de loop der volgende jaren zijn er verscheidene veranderingen in de bestuursfuncties geweest.
27 Februari 1916
De vacature ontstaan door het overlijden van den heer J. Goyaarts werd aangevuld door de benoeming van den heer J. van de Westelaken en de vacature ontstaan door de ontslagname van den heer J. van der Schoot werd aangevuld door de benoeming van den heer M. van Dijk.
Vergadering van 27 Februari 1916
De heer J.Smits nam wegens ziekte ontslag als lid van den Raad van Toezicht. Zijne plaats werd echter aangevuld door de benoeming van den heer J.G. van der Schoot.
28 Augustus 1916
Overlijden van de heer Johannes Andries van der Spank, secretaris van het Bestuur der Boerenleenbank. Het overlijden van den heer van der Spank was voor de Boerenleenbank een waar verlies. Veel heeft de heer van der Spank voor de plaatselijke Boerenleenbank gedaan en zijne nagedachtenis zal daarom in zegening blijven. Zijne plaats werd aangevuld door de benoeming van den heer Gijsbertus Pijnappels. Wegens ontslagname van den heer Joh. Pijnappels als lid van den Raad van Toezicht werd benoemd de heer L. Wouters. Wegens ongesteldheid van zijn broer, de weledelgeboren heer Frans Manders, nam de edelachtbare Heer H.L. Manders, burgemeester van Schijndel, ontslag als directeur van de Boerenleenbank. (1918) Dit heengaan beteekende voor de Boerenleenbank een zeer groot verlies. Vanaf de oprichting tot zijn eervol ontslag had de heer Manders op eminente wijze de belangen van de Bank behartigd. De heer Manders behoorde nog tot de oude garde, die veel voor weinig heeft gedaan. Zijne adviezen waren wel overwogen en goed gefundeerd. Het ontslag werd hem noode doch op de meest eervolle wijze verleend. Mede door zijn toedoen is de Schijndelsche Boerenleenbank groot geworden. Als lid van het bestuur werd hierna benoemd de heer W. de Visser. Intusschen had de heer A.C.J. van Heertum ontslag genomen als voorzitter van den Raad van Toezicht. Zijn arbeid is voor de Boerenleenbank niet zonder beteekenis geweest. De vacatures ontstaan door de ontslagname van den heer A.C.J. van Heertum en het overlijden van den heer J.C. Verhagen werden echter niet aangevuld.
Bestuursvergadering van 13 Maart 1918
De heer Adr. Schellekens, tot dusverre onder-directeur, werd benoemd tot directeur der Boerenleenbank en de heer Adr. van den Oetelaar, tot onder-directeur. Op 9 Juni 1918 werd benoemd tot president van den Raad van Toezicht de heer W. van Esch en tot vice-president de heer J.E. van Liempd. Wegens gezondheidsredenen had de heer Chr. Welvaarts op 18 Mei 1919 ontslag genomen als lid van den Raad van Toezicht. In zijn plaats werd benoemd de heer Mar. Welvaarts.In April 1922 nam de heer L. Verhoeven ontslag als lid van het Bestuur der Boerenleenbank. De heer Verhoeven is voor de Boerenleenbank van Schijndel niet zonder verdiensten geweest. Het aftredend lid de heer Adr. Timmermans stelde zich niet meer herkiesbaar. In plaats van het lid van den Raad van Toezicht, den heer J. van den Tillaart, die zich niet meer herkiesbaar stelde, werd benoemd de heer Mar. van Weert. In April 1923 nam de heer J. van der Schoot ontslag als lid van den Raad van Toezicht, zulks wegens gezondheidsredenen. In zijn plaats werd benoemd de heer Chr. Goyaarts. De verdiensten van den heer van der Schoot zijn waarlijk niet van te onderschatten beteekenis geweest.
Algemeene vergadering van 13 April 1924<br Het bestuurslid de heer M. van Dijk wordt vervangen door den heer Chr. Goyaarts en de vice-president van den Raad van Toezicht, de heer J.E. van Liempd, werd opgevolgd door den heer M. van Dijk, aftredend bestuurslid. De heer van Liempd heeft zijne functie als vice-president steeds met eere vervuld en daarom mocht zijn heengaan als een verlies worden beschouwd.

Bezoek van de Minister van Binnenlansche Zaken, Handel, Nijverheid en Landbouw[bewerken]

26 Juli 1924
Des morgens tien uur werd in het Servatiusgebouw, een buitengewone bestuursvergadering gehouden. Mede waren hier aanwezig Zijne Excellentie Jonkheer Mr. Ch. Ruys de Beerenbroeck, minister van Binnenlandsche Zake, Handel, Nijverheid en Landbouw, de directeur, de secretaris en den voorzitter der Coöperatieve Centrale Boerenleenbank te Eindhoven, de heer Mr. Th. J.H. Aquarius, president van den Raad van Toezicht der Coöperatieve Centrale Boerenleenbank, de Zeer Eerwaarde Heer Th. H.A.M. van den Marck, Geestelijk Adviseur der Centrale Bank, het Tweede Kamerlid de HoogEdelgestrenge Heer J.J. Wintermans alsmede het voltallige bestuur der plaatselijke Boerenleenbank. De directeur der Bank, de heer Adr. Schellekens, sprak een woord van dank tot den Minister, die de Bank de eer had aangedaan deze persoonlijk te bezoeken en door zijn vragen het bewijs leverde belang te stellen in het landbouwcrediet. De Minister antwoordde hierop, dat het hem een genoegen is geweest op deze vergadering te verschijnen, omdat Schijndel een der oudste en beste Boerenleenbanken heeft en hij hoopte dat zij onder degelijke leiding van zoo’n directeur en kassier nog veel zou blijven presteeren voor het landbouwcrediet.
Algemeene vergadering 10 Januari 1926
Hier was o.m. aanwezig de weledele Heer Verbeeten, hoofd-Inspecteur der Boerenleenbank te Eindhoven. De directeur der Bank, de heer Adr. Schellekens, wijdde een woord van eerbiedige nagedachtenis aan den persoon van den heer W. Kriellaars, die op 20 December 1925 was overleden. Vanaf de oprichting tot heden, aldus de heer Schellekens, is de heer Kriellaars kassier onzer Bank geweest. De heer Kriellaars die tevens de Bank heeft opgericht was een werker van groot formaat wiens nagedachtenis waard is te blijven voortleven. Veel heeft hij voor het welzijn van de Bank en hare leden gedaan en met eerbied en respect mag op zijn werk worden teruggezien. Spreker hoopte dan ook dat allen den overledene in hunne gebeden zouden gedenken. Hierna was het woord aan den heer Verbeeten, die de woorden van den directeur ten volle onderstreepte. Zeer veel heeft de heer Kriellaars voor U gedaan en in alles heeft hij stricte eerlijkheid aan den dag gelegd. Zijn adviezen waren wel overwogen en werden steeds gaarne ingewonnen. Mede door zijn toedoen is Uwe bank groot geworden. De overledene is daarom waard in Uw nagedachtenis te blijven voortleven. In dezelfde vergadering werd de heer W.A.M. Kriellaars, zoon van den overledene, met ruime meerderheid van stemmen tot kassier benoemd. De heer Verbeeten hoopte, dat de zoon de voetstappen van den vader zou drukken. Dan waren de belangen der Bank in veilige handen.
Algemeene vergadering van 12 Juni 1927
De vacature, ontstaan door ontslagname van den heer L. Wouters, wordt niet meer aangevuld.
Vergadering van 10 Juni 1928
De heer G. Pijnappels nam ontslag als lid van het bestuur der Bank. Deze vacature werd niet aangevuld. Intusschen was de heer Adr. van Boxtel, lid van den Raad van Toezicht, overleden. In de algemeene vergadering van 10 Juni 1928 wijdde de heer Adr. Schellekens, directeur der Bank, eenige waardeerende woorden aan zijn nagedachtenis. Hij prees den overledene als iemand van bijzondere kwaliteiten, die zich op velerlei gebied verdienstelijk had gemaakt. De heer van Boxtel vervulde zijn taak steeds met groote omzichtigheid en passende voortvarendheid. Opnieuw had de Boerenleenbank op 15 Juli 1936 een zwaar verlies te lijden. De heer Adr. Schellekens, directeur der Bank, had na een voorbeeldig ziekbed het tijdelijke met het eeuwige verwisseld. In de Bestuursvergadering van 13 Maart 1918 was de heer Schellekens tot directeur der Bank benoemd. Ruim 18 jaren had de overledene naast vele andere belangen de zaken der Bank op eminente wijze behartigd. Zijn heengaan mocht als een ernstig verlies worden aangerekend, daar hij moeilijk was te vervangen. Zijn oordeel was als regel zeer zuiver en werd steeds gaarne gevraagd. De heer Schellekens was ter plaatse zeer bekend en wist de zaken op de juiste waarde te schatten. Veel heeft hij voor het belang van Schijndel gedaan doch de Boerenleenbank van Schijndel lag hem na aan het hart. Zijn werk is ieders waardeering ten volle waard.
Algemeene vergadering van 30 Augustus 1936
Het was voor den heer Adr. van den Oetelaar een moeilijke en droeve taak den dierbare overledene te danken voor het vele dat de heer Schellekens geheel belangeloos voor velen had gedaan. Zijn leven mag als een lichtend voorbeeld voor alle leden der Bank worden beschouwd. Zijne nagedachtenis blijve in zegening. Als opvolger werd benoemd de heer Adr. van den Oetelaar en als onder-directeur de heer W. de Visser. Jammer genoeg moeten wij dit verslag eindigen met de vermelding van het overlijden van het bestuurslid der Bank, den heer J. van de Westelaken, die op 30 Maart 1938 na een langdurige ongesteldheid voorgoed van ons is heengegaan. De heer van de Westelaken was iemand van groote verdiensten voor het landbouwbelang. In talrijke vereenigingen had hij zitting en zijn werk is waarlijk niet zonder beteekenis geweest. Ook zijne nagedachtenis is waard bij de Boerenleenbank te blijven voortleven. Het eeuwige loon moge reeds zijn deel zijn voor het vele dat de overledene heeft gedaan. Na bovenstaande woorden van eerbiedige nagedachtenis aan de promotors onzer Bank past het ons nog een woord van warme hulde te brengen aan den voorzitter van den Raad van Toezicht den heer W. van Esch, die vanaf de oprichting lid van den Raad van Toezicht is geweest, werd op 9 Juni 1918 benoemd tot voorzitter van genoemden Raad. De heer van Esch, die de nestor van het Bestuur der Bank is, heeft in hare oprichting een aanmerkelijk deel gehad. Veel heeft hij voor het welzijn van de Bank en hare leden gedaan en daarom is een woord van dank en hulde in deze wel op zijn plaats. De naam van den heer van Esch is nauw aan onze Bank verbonden. Moge hij nog lange jaren voor de Boerenleenbank gespaard blijven daar de persoon van den heer van Esch door zijne degelijke adviezen en zijn goeden kijk op plaatselijke toestanden als iemand van niet te onderschatten beteekenis mag worden beschouwd.