Welkom op Schijndelwiki - de encyclopedie voor Schijndel

U kunt ons steunen door lid van de Heemkundekring Schijndel te worden.

Klik HIER om lid te worden

Iedere dinsdagochtend zijn wij tussen 10 en 12 uur in de heemkamer: Cultureel Centrum 't Spectrum, Steeg 9 g, Schijndel.

Onderzoek Groeneweg-Hoofdstraat

Uit Schijndelwiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Archeologisch onderzoek aan de Groeneweg-Hoofdstraat in Schijndel.[1][bewerken | brontekst bewerken]

In augustus en september van 2003 werd vlakbij de dorpskern van Schijndel een opgraving uitgevoerd door de Archeologische Vereniging Kempen en Peelland (AVKP). Aanleiding voor het onderzoek was de geplande bouw van een winkel en wooncomplex en de daarmee gepaard gaande grondwerkzaamheden op de hoek Groeneweg-Hoofdstraat. Vermoed werd dat hier de resten van de verdwenen herbergen "De Keulse Kar en De Roode Leeuw" met brouwerij nog in de bodem aanwezig zouden zijn, waarvan in de 17e eeuw de vader van zeeheld Jan van Amstel deels eigenaar was. Bij de opgraving werd in twee weken tijd ruim 10% van het totale oppervlak onderzocht.

Daarbij werden resten van verschillende muurtjes en een groot aantal afvalkuilen, waaronder twee runderbegravingen gevonden. Hieronder werd op de laatste dag nog een grote 17e eeuwse waterput gevonden die was opgebouwd uit plaggen. De grote wirwar van de sporen maakte duidelijk dat het terrein intensief gebruikt en dus bewoond is geweest. Omdat in het archeologisch onderzoek was aangetoond dat de bewoningssporen van de laatste eeuwen rondom het huis nog volop in de bovengrond aanwezig waren en omdat het terrein onder en direct achter het huis in 2003 nog niet toegankelijk was voor onderzoek werd door de AVKP geadviseerd om de afbraak van het hoekpand en de achterliggende schuur aan de Hoofdstraat archeologisch te begeleiden. Daarop werd met de gemeente Schijndel besloten om een klein vervolgonderzoek uit te voeren op de plek waar het huis en de schuur stonden. Dit noodonderzoek vond plaats in het voorjaar van 2004 op 23 en 24 april en 1 en 4 mei en werd uitgevoerd door talloze enthousiaste vrijwilligers van de AVKP en de Heemkundekring Schijndel in samenwerking met Archeoservice.

Het resultaat was boven verwachting. Al meteen de eerste dag werden talloze parallel lopende funderingsmuurtjes zichtbaar die oorspronkelijk een houten vloer droegen waar gistkuipen op stonden voor het maken van bier. De muren waar verschillende fasen in te onderscheiden waren werden gevonden onder de fundering van het huis wat de dag ervoor was afgebroken. De waarschijnlijk uit de 17e eeuw daterende brouwerij hoorde zeer waarschijnlijk bij één van de hier gelegen herbergen.

Het achtererf van het huis bleek in de loop der tijd tot wel 2 meter diep te zijn vergraven met allerlei (afval)kuilen en een stenen waterput. Er werden ook weer een aantal runderbegravingen aangetroffen die in de richting wijzen van een dierziekte. Om er zeker van te zijn dat we hier geen sporen zouden missen werd op de tweede dag een diep vlak van 15 bij 12 meter aangelegd op zo'n 2,5 meter onder het maaiveld. Op dit niveau werden een aantal ronde vlekken en ringen zichtbaar die toebehoorden aan een concentratie opeenvolgende postmiddeleeuwse plaggenhutten. Omdat het grondwater omhoog kwam werd besloten pas verder te gaan nadat een bronnering was aangesloten voor het hele terrein. Na overleg met de gemeente en de aannemer was het mogelijk om naast de bouwvakkers, die inmiddels waren begonnen met het zetten van heipalen rondom het terrein, aan de waterputten verder te werken.

In totaal zijn er 6 waterputten gevonden inclusief de put uit 2003. Het gaat om 5 plaggenputten en een gemetselde 19e eeuwse put. De plaggenputten waren in twee gevallen gefundeerd op een tenen vlechtwerkmat en tweemaal op een groot karrenwiel, waarvan één een doorsnee had van 2 meter. De oudste en waarschijnlijk uit de 16e of 17e eeuw daterende waterput bleek een uitzonderlijke constructie te bevatten onder de gestapelde dubbele rij plaggen. Voor de bouw van de waterput was namelijk een oude bierkuip gebruikt die in zijn geheel in de grond was begraven. De kuip had een doorsnee van 1,75 meter en bestond uit een binnenste ring van verticale planken en een buitenste ring van lange horizontale hoepels. De planken waren door middel van pen en gat verbindingen en een enkele spijker aan elkaar bevestigd. Onder en bovenin bevonden zich twee richels die duiden op een bodem en een deksel. Ook werden op twee planken inkervingen aangetroffen die waarschijnlijk verband houden met de maatvoering en dus met het mengen van de juiste hoeveelheden gist en mout in de kuip. De bierkuip is geconserveerd en gerestaureerd. Dit proces heeft ruim een jaar in beslag genomen en nu is de kuip in alle glorie te zien op de zolder van de hopest op de Schaapskooi.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Heemblad Rond die Cluse jaargang 12 nummer 1 bladzijden 2 tot en met 6