Welkom op Schijndelwiki - de encyclopedie voor Schijndel

U kunt ons steunen door lid van de Heemkundekring Schijndel te worden.

Klik HIER om lid te worden

Iedere dinsdagochtend zijn wij tussen 10 en 12 uur in de heemkamer: Cultureel Centrum 't Spectrum, Steeg 9 g, Schijndel.

Klompenmakerij

Uit Schijndelwiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Van boom naar klomp[bewerken]

Schijndel heeft altijd bekend gestaan als een dorp van klompenmakers. Het gezegde ”In Skendel gaon de kènder mi skôn skoen naor skool” komt dan een beetje vreemd over.
Voor het maken van een klomp was populierenhout bij uitstek geschikt en die stonden er vanaf het begin van de negentiende eeuw in het gebied Schijndel-Boxtel-Liempde-Best en Sint Oedenrode volop. Zo ontwikkelde dit gebied zich als centrum van de klompenmakerijen. Over het hele land werden klompen verhandeld.
Bij de aankoop van “kanjasse", zoals de populier hier werd genoemd, werd als volgt te werk gegaan. Op borsthoogte werden de armen om de boom geslagen op grond waarvan een inschatting werd gemaakt hoeveel paar klompen de stam op kon leveren. Uit een goede populier konden ongeveer 80 paar klompen gehaald worden.
Het gebruik was dat de verkoper de boom moest rooien. Voor het vervoer van de boom naar zijn klompenmakerij moest de koper zelf zorg dragen. Vaak schakelde hij daarvoor anderen in.
Daarna kon de “klumper” aan de gang. Allereerst was het “bollen zagen”, waarna die werden gekloofd tot blokken. Het kwam er natuurlijk op aan om zo voordelig mogelijk te werken. De blokken werden vervolgens met een dissel zo bewerkt dat er een ruwe klopvorm verscheen. Hierna moesten de juiste bewerkingen en verfijningen aangebracht worden totdat de juiste klompvorm er was. Dan werd begonnen met het “heulen” (uithollen), wat gedaan werd in de zogenaamde heulbank. Als laatste werd de klomp van binnen en buiten glad gemaakt.
Een goede klompenmaker maakte in ongeveer 1,5 uur een paar klompen. De prijs van een paar mansklompen bedroeg rondom het jaar 1900 ongeveer 40 cent, drie paar vrouwenklompen brachten een gulden op.

De klompenmakerij zorgde in Schijndel voor heel wat werkgelegenheid.

  • In 1879 waren er 25 klompenmakersbedrijfjes, waar 79 mannen en jongens in dienst waren.
  • In 1915 deed in Schijndel de eerste machine in de klompenmakerij zijn intrede bij Oerlemans.
  • In 1929 waren er bij 64 klompenmakerijen in totaal 184 personen werkzaam.
    Er waren in dat jaar 5 klompenfabrieken, te weten de gebroeders Oerlemans(10 personeelsleden), gebroeders Steenbakkers (7 personeelsleden), W. Oerlemans (8 personeelsleden), W. van de Wijdeven (5 personeelsleden) en J. van Rozendaal (4 personeelsleden).

Vier jaar later was het aantal klompenmakersbedrijven sterk teruggelopen, terwijl er een forse toename was van het aantal klompenfabrieken. In 1933 waren er nog 25 handmatige- en 13 machinale klompenmakerijen. De productie in dat jaar bedroeg tezamen 260.000 paar.