Welkom op Schijndelwiki - de encyclopedie voor Schijndel

U kunt ons steunen door lid van de Heemkundekring Schijndel te worden.

Klik HIER om lid te worden

Iedere dinsdagochtend zijn wij tussen 9 en 12 uur in de heemkamer: Cultureel Centrum Spectrum, Steeg 9 g, Schijndel.

Brand van 23 februari 1940

Uit Schijndelwiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Brand van 23 februari 1940[bewerken | brontekst bewerken]

Groote brand te Schijndel. [1]
Om kwart over tien hedenmorgen brak brand uit in den winkel en bakkerij van den heer H. van Drunen in de Kerkstraat. Het huis stond binnen enkele oogenblikken in lichte laaie. Het huis, dat in het dichtbebouwde gedeelte van het dorp staat, geeft veel gevaar voor overslaan van het vuur naar de belendende panden. De brandweer bond den strijd tegen het vuur aan met twee slangen op de waterleiding en alle beschikbare pompenmateriaal. Militairen zorgden mede voor ontruiming van de in de nabijheid gelegen woningen. Ongeveer half elf stortte reeds de voorgevel van het huis met donderend geweld in.
De Bossche Brandweer werd telefonisch om assistentie gevraagd. De mogelijkheid bestaat met behulp van deze den brand nog in te perken.

Groote brand te Schijndel.[2]
MILITAIR REDDE DIENSTBODE VAN DEN DOOD.
Soldaten en brandweer voorkwamen erger.
Gistermorgen om ongeveer kwart over tien werden de Schijndelsche inwoners door het luidden der klokken erop attent gemaakt dat er iets bijzonders aan de hand was. Een doode werd er niet begraven dus moest dit iets anders beteekenen.
Al heel spoedig bleek nu dat dit klokkengelui ten doel had de brandweerlieden bij elkaar te roepen, want in een pand in de Kerkstraat was brand uitgebroken. Dit pand bleek te zijn de groote winkel bakkerij en woonhuis, toebehoorende aan den heer Hub. van Drunen. Daar dit complex gelegen is tusschen een groot aantal oudere winkels en woningen in, en daar hier alles zeer dicht op elkaar is gebouwd, zag het er naar uit dat deze brand een geweldige omvang zou gaan nemen.
In Schijndel is het steeds de praat geweest, dat als er in het Kerkstraatje brand kwam, er dan aan blusschen niet te denken viel, maar alles tegen de vlakte zou gaan.Het begin nu was er! Waar zou het einde zijn.
Direct natuurlijk een groote oploop van menschen, zoodat de politie al meteen kon beginnen met afzetting van het terrein en omlegging van het verkeer. Onder leiding van burgemeester Wijs, die zeer spoedig ter plaatse kwam, kweet onze Schijndelsche gemeentepolitie zich dan ook schitterend van haar taak en een opstopping van het verkeer was voorkomen.
Inmiddels was de Schijndelsche brandweer gearriveerd en onder leiding van brandmeester Nefkens werden de standpijpen op de nieuwe Schijndelsche waterleiding geplaatst. Direct had men nu een paar flinke stralen water en toen daar nog bijkwam dat ook de brandspuiten met twee stralen konden gaan werken had men een voldoende aantal stralen om althans een zekere tijd erger te voorkomen.
De Bossche brandweer werd om assistentie gevraagd uit voorzorg want er kon nog van alles gebeuren. Later toen men zag dat het tot het eene woonhuis beperkt bleef, heeft men de Bossche hulp weer afgebeld.
De brand ontwikkelde zich al vrij spoedig tot een geweldige vuurzee. Was het aanvankelijk niets anders dan een dichte rook die boven de Kerkstraat zweefde en dan langs de monumentale Schijndelsche Kerktoren werd weggevoerd, na een tiental minuten sloegen de vlammen hoog boven de daken uit.
Terwijl daar buiten de menschen hard holden en liepen om er maar zoo dicht mogelijk bij te kunnen komen, werd in het woonhuis hard gewerkt en was men er maar op bedacht het veege lijf te redden.
De vier kleine kinderen van het gezin speelden gelukkig achter de bakkerij terwijl de kleinste spruit bij zijn vader in de bakkerij was.
Kranige redding.
Toen de heer van Drunen iets vanuit de bakkerij moest gaan halen voor in zijn winkel kwam hij langs de woonkamer. Hij zag dat er rook uit de deurspleet kwam. Toen hij de deur opende keek hij in een groote vuurzee. De brand was dus ontstaan in de huiskamer. Direct riep hij toen zijn vrouw en deze droeg hij op voor de kinderen te zorgen. De milicien W. de Rooij, die daar ter plaatse was ingekwartierd, was ongeveer een goed uur thuis van zijn nachtdienst. Hij meende boven zich te ruste te begeven en had te dien einde zijn kamer opgezocht, waar hij bezig was zich te ontkleeden. Hier hoorde hij het hulpgeroep van Van Drunen. Terwijl hij zich hierop naar beneden begaf, hoorde hij boven op de overloop de dienstbode om hulp roepen. Blijkbaar verrast door de dikke rook, die zich al spoedig ontwikkelde wist zij niet meer wat zij moest doen. Zooveel besef had zij nog, dat zij riep: "De Rooij, wat moet ik doen". Direct snelde deze op het hulpgeroep van het meisje weer naar de overloop en liep in de richting vanwaar het geluid kwam, iets zien kon hij niet meer. Gelukkig voelde hij op den tast waar zij was en hij nam haar toen bij de hand en wilde haar over de trap wegvoeren.
Dit was echter onmogelijk geworden, daar de vlammen hier al omheen speelden. Vlug wilde hij toen met haar langs een achterkant de zolder verlaten, maar door de rook misleid hadden beiden het ongeluk op een verkeerde kamer terecht te komen. Het vertoeven in de rook was voor het meisje teveel geworden en zij was in zwijm gevallen. Met haar onder de arm heeft toen de Rooij al tastende weer de uitgang van de kamer opgezocht en is toen met haar naar een luik geloopen, dat geheel achter in het huis is aangebracht. Hier legde hij haar voor de luikopening en door de frissche lucht, die naar binnen kwam herkreeg zij het bewustzijn. Op zijn hulpgeroep werd toen een ladder aangedragen en beiden zijn toen langs de ladder omlaag gegaan.
Intusschen was mevrouw van Druenen met haar kinderen bij buren binnengebracht en nu kon men volop beginnen met het blussingswerk.
Onder commando van luitenant van Boven werd een groep militairen te werk gesteld. Het is verbazend geweest wat deze mannen hebben verricht. Zij toonden zich ware spuitgasten en flink werd er door hen gedragen en gesjouwd om zooveel mogelijk huisraad en andere benoodigdheden uit de belendende gebouwen te dragen. Vooral het huis en winkel van den heer Ant. Hermes liepen groot gevaar en hieruit werd dan ook letterlijk alles weggesleept. Uit het brandende huis van den heer van Drunen kon niets meer worden gered. Zoowat alle meubels alsook alle kleeren en winkelinventaris werden een prooi der vlammen. Het zal zoowat half elf geweest zijn toen de voorgevel het begaf en met donderend geraas instortte. Een zeer groot gevaar was nu geweken. Men kon nu geruster en dichter het brandende perceel naderen en van toen af aan wist men dan ook dat de brand zich niet verder zou uitbreiden. Doordat er zeer veel gevaar had gedreigd voor de belendende gebouwen waren deze rijkelijk bespoten geworden, zoodat hier een zeer groote waterschade zal zijn aangericht.
Zoowel woonhuis als inboedel zijn verzekerd. Al met al is het voor den heer van Dreunen toch een zeer groote schadepost.
Men moet hier woorden van lof en dank spreken: zeer zeker op de eerste plaats tot den kranigen De Rooij; vervolgens tot de Schijndelsche brandweerlieden en de militairen, die allen hun uiterste best hebben gedaan. De Schijndelsche politie en dan nog enkele particulieren; zij hebben allen gezorgd, dat het tot dit eene woonhuis is gebleven en daardoor hebben zij meegewerkt aan het voorkomen van een ramp, waarvan het einde niet te overzien zou zijn geweest.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Noord Brabantsch Dagblad Het Huisgezin 23-2-1940
  2. Noord Brabantsch Dagblad Het Huisgezin 24-2-1940