Welkom op Schijndelwiki - de encyclopedie voor Schijndel

U kunt ons steunen door lid van de Heemkundekring Schijndel te worden.

Klik HIER om lid te worden

Iedere dinsdagochtend zijn wij tussen 10 en 12 uur in de heemkamer: Cultureel Centrum 't Spectrum, Steeg 9 g, Schijndel.

Willem Joseph Nicolaas Wijs (1889 - 1958)

Uit Schijndelwiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Willem Joseph Nicolaas Wijs
W.J.N. Wijs.jpg
Persoonsinformatie
Volledige naam Willem Joseph Nicolaas Wijs
Roepnaam Willem
Geboorteplaats Den Helder
Geboortedatum 14 september 1889
Overl.plaats Boekel
Overl.datum 7 september 1958
Partner(s) Frederika Louise Wilhelmina Roggen
Beroep(en) Burgemeester

Burgemeester Willem Joseph Nicolaas (Willem) Wijs[bewerken]

Burgemeester van Schijndel van 1937 tot 1952.

De benoeming vond plaats op 1 december 1937. Met veel tam-tam werd de opvolger van burgemeester J. Janssens ingehaald. De schoolkinderen zongen daarbij een inhuldigingslied:


(melodie onbekend)


Heel ons dorp is opgetogen
Vlag en wimpel wapp’ren vrij
Zie de lach in ieders ogen
Op dit mooie feestgetij
Kindren op! Vreugd ten top (bis)
Jong en oud stemt blij de snaar (bis)
Voor de nieuwe burgervaar (bis)


’t Welkom klinkt door Schijndels gouwen
’t Welkom zingt de straten door
Ieder hier wil op U bouwen
Burgers, knapen, kinderkoor
’t Welkom galmt alom (bis)
Jong en oud stemt blij de snaar (bis)
Voor de nieuwe burgervaar (bis)


Leef gelukkig vele jaren
Aan de zijde uwer ga
Moog den Hemelheer uw sparen
Sterken hier door zijn gena
Werk dan lang ’t is de zang (bis)
Van heel Schijndel en ons mee (bis)
Leef nog lange ! heil ! hoezee (bis)


Burgemeester Wijs ging wonen in de Hoofdstraat op nummer 30, een mooi herenhuis vlak bij molen Catharina van Nefkens.

Tweede Wereldoorlog[bewerken]

Met burgemeester Wijs aan het hoofd ging Schijndel de Tweede Wereldoorlog in. Het burgemeesterschap was in die jaren niet altijd even gemakkelijk.

In Schijndel groeide de bevolking in die jaren uit tot een aantal van 10.000. Op 15 november 1943 werd Jan Gerardus Smits door burgemeester Wijs persoonlijk in het geboorteregister ingeschreven als 10.000e inwoner. Deze inschrijving ging vergezeld van een spaarboekje met f. 100,--. Deze 10.000e Schijndelaar is overigens op 5 mei 1949 met zijn ouders geëmigreerd naar Canada.
Tijdens de “granaatweken” dook burgemeester Wijs onder en nam Harry Jansen, directeur van de Koninklijke Kousen- en Sokkenfabriek Jansen de Wit NV, het burgemeesterschap tijdelijk waar.
Na de bevrijding werd Mr. Van Thiel uit Beek en Donk tijdelijk burgemeester.
Even is er over het functioneren van burgemeester Wijs in de laatste periode van de oorlog twijfel ontstaan. J.H. Heesters, de kunstschilder, vertelde dat Wijs eens had gezegd, terwijl hij poseerde voor een portret: “Ik ben zo kneedbaar als was”. Deze uitspraak werd door Jan Heesters op een sarcastische toon uitgesproken. Had hij ook zijn twijfels over de houding van burgemeester Wijs?

De Wijsstraat werd vernoemd naar Burgemeester Wijs bij Raadsbesluit van 14 oktober 1977.


Passages uit het boek De Granaatweken over burgemeester Wijs:

Vrijdag 22 september 1944. Schijndel voor één dag bevrijd!

Voor de inwoners van Schijndel, Dinther, Eerde, Heeswijk en Veghel is dit een hachelijke dag. In de afgelopen nacht zijn de geallieerden tot Schijndel doorgedrongen. Zij liggen daarmee in de rug van de 59e divisie van Kampfgruppe Huber, die bij Veghel de brug over de Zuid-Willemsvaart moet veroveren. Dat plan wordt nu gedwarsboomd. Luitenant Hamilton ziet 2 Duitse tanks met 200 infanteristen Schijndel naderen uit zuidwestelijke richting. Als de voorhoede tot op 200 m Schijndel genaderd is maakt Hamilton een tangbeweging en valt de Duitsers in de rug aan. 10 Duitsers sneuvelen; 20 mannen geven zich over. Daarmee is die voorhoede uitgeschakeld.
Tot hun grote verrassing zien de inwoners van Schijndel ’s morgens als zij wakker worden (of tenminste hun provisorisch bed verlaten) geen Duitsers in de straten, maar Amerikanen! Grote vreugde alom! Zie wat de diverse schrijvers hierover in hun dagboek noteren. Eerst mevrouw Janssens-Vullinghs: Nadat wij de Amerikanen om 6.00 uur bij ons huis gezien hebben zijn wij enthousiast en overtuigd dat de geallieerden nu voorgoed in Schijndel zijn. Burgemeester Wijs en het verzet komen op het gemeentehuis bijeen. Vlaggen en oranje! Om 12.00 uur krijgen wij een Amerikaanse parachutist in huis die wij koffie met boterhammen geven. Alles volle gloria! Om 16.00 uur komt kapelaan Verwiel ons van betrouwbare zijde mededelen dat de Amerikanen gaan terugtrekken vanwege te zware tegenstand in de buitenwijken. Is hier niet veeleer het motief: de zware aanval van de Duitsers, die de Corridor doorbroken hebben? Alle vreugde-uitingen worden weer verstopt; de burgemeester en allen die gevaar lopen duiken onder. Wij hebben nu een indruk van de oorlog, van straatgevechten van man tegen man.

Zondag 1 oktober:[bewerken]

Na de korte bevrijdingsroes van enkele dagen geleden heeft burgemeester Wijs moeten onderduiken, evenals zijn wethouder Willem de Visser en verschillende anderen. Zij hebben zich openlijk te blij getoond met de vermeende bevrijding en daardoor de bezetter voor het hoofd gestoten.
Harry Jansen neemt nu de functie van burgemeester waar. Daarom moet hij de mensen gaan aanzeggen dat zij moeten evacueren.
De pastoor heeft vanmorgen bij Geerkens in de kelder de H. Mis gelezen en aan allen de H. Communie uitgereikt. Het is nu 11.00 uur en volkomen rustig. Wij zitten met ons hele gezin inclusief moeder, die bijna de gehele week niet uit de kelder is geweest, in de keuken aan een lekker kopje koffie. De pastoor komt op bezoek; hij belooft ons, als het niet al te gevaarlijk is, morgenvroeg om 8.30 uur de H. Communie te komen brengen. Moeder ziet er slecht uit, maar zij houdt zich kranig. Het rustigst voelt zij zich in de kelder en duikt daarom maar weer.
Nog steeds zien wij auto’s die volgeladen zijn met spullen die hier gestolen zijn in de richting van Den Bosch rijden, o.a. ook 2 Rode-Kruiswagens volgeladen met onze kaarsen. Het restant puddingpoeder en vermicelli dat nog niet gestolen is op onze kaarsenfabriek hebben wij naar de centrale schuilkelder bij Geerkens laten brengen. H. Bolsius is ook eigenaar van de Nutriciafabriek te Cuyk, waar zijn zoon directeur is. Wellicht heeft hij in een van de gebouwen van zijn kaarsenfabriek een opslag van Nutricia-producten. Aangezien de burgemeester (half) is ondergedoken en de eerste wethouder W. de Visser geheel, heeft H. Jansen het loco-burgemeesterschap op zich genomen. Een voorlopig raadhuisje is ingericht in de kantoren van de gebr. Geerkens, waar geboorten en doden moeten worden aangegeven en waar de centrale leiding van de voedselvoorziening haar best doet.
Het bestuur van de gemeente Schijndel was tijdens de bezetting in handen van burgemeester Wijs en W. de Visser en H. Jansen als wethouders. Door radio Oranje werd hun opdracht gegeven om zich bestuurlijk terug te trekken, omdat zij door de Duitsers steeds verantwoordelijk werden gesteld en teveel risico liepen (met name na 22 september toen Schijndel voor één dag bevrijd leek). H. Jansen nam de leiding over en trad op als burgemeester.

Rehabilitatie[bewerken]

Het hier volgende verslag van Piet Verhagen doet je de haren te berge rijzen. Je zou bijna veronderstellen dat Piet een reuze fantasie heeft, maar volgens zijn zoon Jan was zijn vader een heel serieuze kerel, maar hij was voor de duvel niet bang. Ook uit andere geschriften blijkt dat Verhagen met de activiteiten die hij hier beschrijft bemoeienis heeft gehad:

Burgemeester Wijs is geschorst als burgemeester. Het politie-apparaat in Schijndel functioneert niet goed. Mensen zijn ten onrechte in Vught ondergebracht. Wachtmeester Swinkels en ik trekken de verbalen na en kunnen verschillende van hen naar huis laten terugkeren. Intussen wordt de heer mr. Van Thiel uit Beek en Donk tijdelijk burgemeester in Schijndel.
Door de commissie “Zuivering Burgemeesters” worden de aanklachten tegen burgemeester Wijs onderzocht. De burgemeesters van Tilburg, Breda en Roosendaal zijn lid van deze commissie. Claudius Prinssen, burgemeester van Roosendaal, is voorzitter.
Landelijk Herstel krijgt contact met burgemeester Wijs. Wij krijgen twijfels over de juistheid van de gehele gang van zaken en houden een enquête onder de bevolking. De reactie is geweldig; bergen brieven komen binnen, alle in het voordeel van burgemeester Wijs. Geen enkele tegenactie en op elke afdeling van het gemeentehuis, tijdelijk ondergebracht in de Landbouwschool, hangt een foto van burgemeester Wijs.
Er komen gesprekken op gang op bestuurlijk niveau tussen Jan Hovenier, Willem de Visser, burgemeester van Thiel, secretaris Verhagen en mijzelf. Wij benaderen verschillende stands- en vakorganisaties in Schijndel. Hieruit wordt een tijdelijke gemeenteraad samengesteld. Wethouders zijn Jan Hovenier en Willem de Visser.
De uitspraak over de zuivering van burgemeester Wijs blijft maar uit. De moeilijke positie van mr. Van Thiel is duidelijk waarneembaar. In een gesprek met hem komt duidelijk de behoefte aan meer zekerheid naar voren. Ik ga met secretaris Verhagen de Zuiveringscommissie bezoeken. De voorzitter Claudius Prinssen verklaart dat hun rapport allang is doorgezonden aan het Militair Gezag in Den Bosch, al drie maanden geleden!
Ik ga op onderzoek uit bij het Militair Gezag. Generaal Kruls verklaart dat er geen rapport is en dat ik er niets mee te maken heb! Ik ga naar de secretaresse en vraag naar de registratie van ingekomen post. En jawel hoor, daar staat een ingekomen brief inzake de zuivering van burgemeester Wijs. Maar generaal Kruls snauwt mij af en verwijst mij naar luitenant Ten Brink; maar die zit in Bussum. Hij zal de volgende dag terug zijn.
Willem Fassbender rijdt mij de volgende dag met zijn auto naar Papenhulst, naar Militair Gezag. Inderdaad tref ik luitenant Ten Brink op zijn kantoor. De stukken worden gevonden en er blijkt een kapitein van Uden te zijn die de stukken nog moet tekenen. Deze zit in Sleewijk. Ik zeg: “Geef mij die stukken mee, dan rijden wij er naar toe.” “Nee,” zegt luitenant Ten Brink, “dit is ambtsgeheim.” Ik zeg: “Dan rijd ik er toch naar toe, als ik maar benzinebonnen krijg om te kunnen rijden. Dan leg ik het kapitein van Uden allemaal uit.” Ten Brink gaat op het kantoor benzinebonnen halen en ik pak de stukken van Wijs en ga op de gang staan wachten. En jawel, ik krijg de bonnen en vertrek met Willem Fassbender. Ik heb de stukken en wij rijden naar het bureau van Welstand in Den Bosch, het secretariaat van burgemeester Wijs. Ik maak daar fotokopieën en bezorg die aan Wijs.

Wij rijden richting Sleewijk, kopen onderweg kersen en brood, want de tocht duurt lang. Overal kapotte bruggen. In Sleewijk vinden wij het kantoor van kapitein van Uden, maar het is gesloten. Ik loop achterom en jawel hoor, daar hebben wij kapitein van Uden. Ik laat hem de rapporten zien. Hij zegt: “Is dat nog niet afgewerkt? Deze man had allang weer in functie moeten zijn als burgemeester!” Hij tekent de rapporten en wenst ons veel succes. Na veel omwegen komen wij in de nacht in Schijndel aan.
Thuis deelt men mij mede dat de politie naar mij zoekt vanwege de gestolen stukken Wijs. ’s Morgens vroeg is adjudant van Herpen al bij mij om mij naar Militair Gezag te brengen voor een politioneel verhoor. Commissaris Verharen, Papenhulst Den Bosch, bespreekt met mij de gang van zaken en laat kapitein van Gulik van Militair Gezag de rapporten naar luitenant Ten Brink brengen. Deze zal zorg dragen voor doorzending aan de Commissaris van de Koningin. Ik denk: “Nu is alles zó geregeld,” maar niets blijkt minder waar! 2 à 3 maanden verlopen; geen enkele reactie van de Commissaris. Ik laat persoonlijk de Commissaris vertellen waarom het zo lang duurt. Hij laat mij buiten de deur zetten!
Een week of drie later gaat burgemeester Wijs mee, gezeten op een licht motortje van wachtmeester Swinkels en met een leren jasje van hem aan. Achter op de motor, zonder voetsteunen, rijden wij naar Den Bosch. Het resultaat is nihil.
De bevolking is zeer verontwaardigd over de gang van zaken. Ik rijd weer naar Den Bosch met burgemeester Wijs en loop rechtstreeks naar de kamer van de Commissaris en vraag nogmaals om uitsluitsel. Hij snauwt mij af en wil mij weer laten verwijderen. Ik zeg: “Commissaris, ik zal gaan, maar ik kom morgen terug met minstens 1000 Schijndelaren, die hier komen protesteren tegen Uw laksheid van handelen.”
Ik loop kwaad weg. Vóór ik buiten kom roept de portier mij terug en deelt mij mede dat de stukken getekend zijn. Wij gaan naar het kantoor van de portier die de stukken brengt. Tegelijk gaan alle deuren open en komt men Wijs feliciteren. Er worden cadeaus aangedragen en bloemen. Het is een ontroerend moment.
Wij spreken af dat een week later via raambulletins het eerherstel van Wijs zal worden aangekondigd.
Intussen wordt met mr. van Thiel de verdere gang van zaken besproken. Er wordt afscheid genomen van mr. van Thiel en burgemeester Wijs treedt wederom op als burgemeester van Schijndel.

Benoeming[bewerken]

Benoeming tot burgemeester van Schijndel bij Koninklijk Besluit van 15 november 1937 no. 15 met ingang van 1 december 1937.
Herbenoeming met ingang van 1 december 1943 bij K.B. van 21 mei 1946.
Tweede herbenoeming bij K.B. van 29 november 1949 met ingang van 1 december 1949.
Ontslag per 1 februari 1952 op eigen verzoek bij K.B. van 15 december 1951 no. 12.

Overlijden[bewerken]

Overleden op 7 september 1958 te Boekel. De Schijndelse Krant van vrijdag 12 september 1958 no. 36:

Burgemeester Wijs overleden.
Een man aan wien Schijndel grote verplichtingen heeft.
Wij twijfelen er niet aan of het zal zeer velen in Schijndel zo zijn vergaan als ons: het bericht dat burgemeester Wijs was overleden gaf ons een gevoel van diepe ontroering. We wisten dat een spoedig einde onvermijdelijk was, we beseften zelfs, dat de dood hier als een verlossing moest worden gezien, maar tóch ontroerde ons dit heengaan sterk.
Hoe kan het ook anders? De naam van burgemeester Wijs is immers onverbrekelijk verbonden met de meest sombere en wrede tijd die Schijndel ooit heeft gekend, de oorlog en de bevrijding. In een periode van jaren van vreemde en wrede overheersing met alle vrees en zorg en bange verwachting daaraan verbonden, was en bleef burgemeester Wijs steeds in ons midden. Hij bleef op zijn post, wetende voor welke moeilijkheden hij zou kunnen komen te staan, wetende ook, welke gevaren dir voor zijn persoon betekende.

Hij werd een eenzame man, die zonder gemeenteraad en zonder wethouders, alleen steunende op de raad, die enkele vrienden hem soms in het geheim konden geven, steunende ook op de adviezen van zijn naaste medewerkers in het gemeentelijk verband, geheel alleen beslissingen moest nemen, beslissingen, waarvan wij de draagwijdte wel nimmer in volle omvang zullen kennen. Enkele feiten, welke bekend zijn geworden, laten er geen twijfel aan bestaan, dat de jaren van de oorlog voor hem jaren waren van een loodzware verantwoordelijkheid, die van een consciëntieus en eerlijk man als burgemeester Wijs was, het uiterste vroegen, wat een mens psysiek kan opbrengen.

Het is niet zonder reden, dat wij al direct in dit artikel gewijd aan zijn nagedachtenis, zoveel aandacht schenken aan deze oorlogsperiode. Deze tijd siert hem uiteraard, maar dat niet alleen, het tekent hem ook. Het tekent hem als een man van zeer hoge plichtsbetrachting, als een man met een hoge opvatting van de taak, die op zijn schouders was gelegd en die door niets en niemand bewogen kon worden om ook maar één schrede af te wijken van de weg die zijn plichtsgevoel hem voorschreef te bewandelen.

Hoe gemakkelijk zou hij zich niet los hebben kunnen maken van deze verantwoordelijkheid en als ambteloos burger het einde van de oorlog hebben kunnen afwachten om dan als goed vaderlander zijn ambt weer te aanvaarden?
In plaats daarvan bleef hij en droeg als een goed burgervader met zijn burgers het leed van bezetting en bevrijding.
De verwarde situatie na de bevrijding en een gedragslijn van het Militair Gezag, die ook nu nog voor ons een raadsel is, brachten voor hem een tijd van non-activiteit, die zwaarder op hem drukte dan de lasten van de oorlog. Toen hij, gelukkig na betrekkelijk korte tijd, op 1 juli 1945 op zeer eervolle wijze weer in zijn ambt hersteld werd, stond hij voor een periode van opbouw en herstel, die haast bovenmenselijke krachten vergde.
Deze krachten heeft hij nog slechts enkele jaren kunnen opbrengen, lang genoeg echter, om met grote voortvarendheid en wijs beleid het grote werk van de wederopbouw te hebben kunnen voorbereiden en zeker te stellen.
Wat Schijndel nu geworden is heeft hij slechts voor een gering deel zelf kunnen uitvoeren, maar het blijft in zijn voorbereiding en opzet getuigen van zijn grootse visie en bestuurlijke bekwaamheid.
Al direct na zijn benoeming in december 1937 kon Schijndel met vreugde ervaren in hem niet alleen een voortvarend en bekwaam magistraat te hebben gekregen, maar bovenal een edel en rechtschapen man, die bij het vervullen van zijn taak steunde op een diepe katholieke geloofsovertuiging.
Reeds direct voorzag hij de snelle industriële ontwikkeling van Schijndel en richtte hierop zijn beleid. Een van de eerste daden was er voor te zorgen, dat Schijndel een goed uitbreidingsplan kreeg, dat als basis kon dienen voor de komende ontwikkeling.
Op dit terrein werden zijn verdiensten ook buiten Schijndel erkend. Zo werd hij secretaris van de dienst van de streekplannen, de latere Provinciale Planologische Dienst, secretaris van de Provinciale Dienst voor Bouw- en Woningtoezicht en Landschapsschoon.
Hij had een scherpe visie op de vraagstukken die in een snel groeiende gemeente aan de orde komen en wist op enthousiaste wijze zijn overtuiging op anderen over te brengen.
Wij herinneren ons nog duidelijk de briljante wijze waarop hij toen de raadsvergaderingen wist te leiden: geestig en to the point.
Wij hebben na de oorlog met hem mogen samenwerken aan die ene grote taak, die hij zich gesteld had: Schijndel mooier uit het puin te doen herrijzen dan het ooit geweest was. En wij bewaren aan hem de herinnering van een man die, zich hoe langer hoe meer bewust van het verergeren van de kwaal, waaraan hij leed, krampachtig bleef volhouden en doorzetten, omdat hij nu eenmaal niet anders meer kon, dan werken voor de gemeente die hem dierbaar geworden was in lief en in leed. Tot het laatste ogenblik van zijn bestuur bleef hij voor zijn inwoners de man, die er alles voor over had hen te helpen in hun moeilijkheden.
Het kan niet anders of het afscheid heeft hem pijn gedaan, maar hij was eerlijk verheugd toen hij zijn opvolger de hand kon drukken in de wetenschap, dat deze instemde met zijn plannen en wat hij begonnen was ging voortzetten.
Burgemeester Wijs is thans van ons heengegaan. Wij hebben allen reden om hem met grote dankbaarheid te herdenken. Wij kunnen dat niet beter doen dan voor deze goede man, die zoveel met ons op had en aan wie wij zoveel verplichtingen hebben een hartelijk gebed te storten, opdat hij moge rusten in vrede.

HOVENIER Schijndel, 14 November 1944. Den Heer Waarnemend Commissaris der Koningin in de provincie Noord-Brabant te ’s-Hertogenbosch.

Tot ons groot leedwezen moesten wij kennis nemen van Uw besluit, dat den heer W.J.N. Wijs niet langer bevoegd was, zijn functie als Burgemeester van Schijndel uit te oefenen.
Het was een onverwachte maatregel, die geheel Schijndel heeft getroffen. Het overgroote deel der Schijndelsche bevolking stond achter hem en heeft in hem tijdens de vier moeilijke jaren der bezetting, een trouwe voorvechter gevonden die voor ieders belang en recht opkwam.
Hij heeft daardoor de harten van het gros der bevolking voor zich gewonnen. Steeds heeft hij met terzijdestelling van zijn persoonlijke belangen de belangen van zijn onderdanen voorgestaan. Wij, die hem van dichtbij kenden, hebben mogen ondervinden, dat hij dagen, ja zelfs nachten heeft opgeofferd, om zijn onderdanen te vrijwaren van de dwingelandij van de bezettende macht. Wat heeft hij niet gedaan, om jongelingen terug te houden van uitzending naar het buitenland. Meerdere malen heeft hij zich in de waagschaal gesteld, door op geraffineerde wijze te voorkomen, dat jonge arbeidskrachten naar Duitschland werden uitgezonden. Burgemeester Wijs werd daarom ook door de aanhangers der N.S.B. en door de N.S.B. – hoofden der gewestelijke arbeidsbureaux openlijk als een vijand beschouwd en ook als zoodanig genoemd.
Wij willen hierbij direct toegeven, dat hij wel eens een middenweg heeft moeten volgen om ingezetenen zijner gemeente voor groote rampen te behoeden. Nooit echter nam hij eigenmachtig zulk een besluit. Steeds werden hierover diverse personen gehoord, waarvan men mocht aannemen, dat zij de meening en den wil der Schijndelsche bevolking vertolkten.
Het spreekwoord: “De beste stuurlui staan aan den wal”, vindt maar al te vaak toepassing.
Een groepje ingezetenen, hoe klein ook, heeft inderdaad beschuldigingen geuit tegen het bewind van Burgemeester Wijs. Zonder dat zij echter voldoende op de hoogte waren van de situatie hebben zij beschuldigingen aan het adres van den burgemeester gericht. Als een beschuldiging kunnen wij hier noemen, het aanwijzen van bewakers van de spoorlijn Schijndel – Veghel. Het groepje aanklagers heeft dit klakkeloos als een aanwijzing of verplichting genoemd, wat het geenzins was.
Toen Burgemeester Wijs op advies van meerdere ingezetenen der gemeente het besluit nam, dat het beter was een baanwacht in te stellen zonder risico’s, dan daaraan geen gevolg te geven, met de daaraan verbonden gevolgen voor de bevolking, was dit geen aanwijzing, maar werden de personen, die voor wacht werden opgeroepen, steeds geraadpleegd, wat naar hun meening het beste was. Zij werden geenzins verplicht om wacht te houden, doch konden vrij toestemmen of weigeren, zonder dat dit voor hen persoonlijke gevolgen had. Ieder verklaarde zich echter spontaan bereid, met de reden, zooals wij uit verschillende monden mochten vernemen, om den burgemeester op zijn post te kunnen behouden.
Volgens enkele zou een weigering geen gevolgen gehad hebben. We weten echter allen maar al te goed, dat de bezettende macht zelfs voor fusileering van enkele gijzelaars of ingezetenen niet terugschrok. Was de fout dan nog te herstellen? Was het verantwoord dat risico te nemen, terwijl een eenigzins toegeven geen gevaar met zich bracht? Op aanraden van het meerendeel der bevolking heeft de burgemeester gehandeld.
Het ware voor den Burgemeester gemakkelijker geweest totaal te weigeren aan de vordering. Hij heeft dit ook aangeboden, indien de vertegenwoordiging van het volk zulks beter oordeelde. De meening van het volk was echter integendeel. Zou immers bij een weigering het belang van Schijndel gebaat geweest zijn? Naar algemeene opvatting zouden dan strengere maatregelen genomen zijn geweest door de bezettende macht, welke noodlottige gevolgen zouden hebben gehad voor Schijndel.
Op het oogenblik, nu het gehavende Schijndel, behoefte heeft aan krachtig bestuur, was hier een geroutineerd burgemeester op zijn plaats. Hoe jammer is het nu te meer, dat de man, die Schijndel heeft gemaakt tot wat het was, en die in staat is het uit zijn noodlottige toestand weder op te heffen, nu tot werkloosheid is gedoemd, en lijdelijk moet toezien, dat de nood steeds heviger en nijpender wordt, terwijl bovendien het volk vurig verlangd wederom door Burgemeester Wijs geregeerd te worden en in hem een redder van Schijndel ziet in deze schier hopelooze toestand. De wensch der bevolking is duidelijk merkbaar en de roep om Burgemeester Wijs hersteld te zien, in zijn functie, wordt steeds heviger.
Daar ondergeteekenden steeds de armenzorg voor minderbedeelden behartigen en ook den wensch van deze klasse hebben mogen vernemen, meenen wij UEd bovenstaande wel te mogen uiteenzetten en te mogen verzoeken den Heer W.J.N. Wijs in eere en functie te herstellen.

Het Burgerlijk Armbestuur van Schijndel.


Schijndel, 28 februari 1945
L.S.
De gelegenheid aangrijpend een en ander te vertellen betreffende Burgemeester Wijs, heb ik de eer U het volgende mede te deelen.
Toen de ondergeteekende in April 1942 solliciteerde naar de betrekking van commies ter secretarie te Schijndel, vroeg de Burgemeester mij -hoewel hem dat volgens de toen bestaande voorschriften verboden was- of ik lid was van de N.S.B. en voorts polste hij mij inzake mijn opinie over Neerlands onafhankelijkheid.
Eenmaal in dienst heb ik Burgemeester Wijs leeren kennen als een beminnelijk man met sociaal gevoel, die voor zijn personeel een goed woord over had en steeds medewerkte aan redelijke salaris- en positieverbetering van het gemeentepersoneel. Het was een genoegen onder hem te mogen werken. In de vaak troostelooze dagen van de bezetting wist hij toch altijd een woord van opbeuring te vinden. Bij elke min of meer officieele gelegenheid zoals nieuwjaar en verjaardagen drukte hij de hoop uit dat de volgende gebeurtenis in een bevrijd Nederland zou mogen plaats hebben.
Op 10 Mei 1943 toen alom een staking uitbrak was de Burgemeester enthousiast. “Morgen geen man op de secretarie” zeide hij tegen mij. De staking van het secretariepersoneel ging echter niet door vanwege de houding van meer bedachtzame personen. (zie P.S.)

Ten aanzien van de Landstand stond de Burgemeester zeer afwijzend. Ik kreeg opdracht uit te zoeken wat iemand die het vertikte de bijdrage aan de Landstand te betalen zooal kon overkomen. Toen ik daaraan voldaan had gaf de Burgemeester aan iedereen dien hij niet behoefde te wantrouwen het advies in geen geval te betalen. Als personen aan wie dit advies gegeven werd noem ik G. van Heeswijk, Wijbosscheweg, F. v. Heertum, Steeg E 10 en W. de Visser, Kluisstraat 13. Het zijn slechts voorbeelden.

De uitzending van personeel naar Duitschland werd voortdurend gesaboteerd. De lijsten van het personeel waren niet volledig en werden steeds te laat ingediend. Tenslotte moest de Burgemeester zelf bij den Fachberater komen en kreeg te hooren dat hij een of twee man leveren moest. Hij is toen direct met vertrouwde ambtenaren van het gewestelijk arbeidsbureau te ’s-Hertogenbosch gaan praten om de juiste methoden te weten te komen om het personeel in Schijndel te houden. Tal van manipulaties waren hiervan het gevolg.
Toen later de Fachberater wederom om een lijst vroeg deelde de Burgemeester hem mede dat hij deze lijst bij zijn bezoek persoonlijk ten bureele van den Fachberater gedeponeerd had, waarop de Fachberater terugschreef -hetgeen de Burgemeester reeds zeker wist- dat de lijst nergens te vinden was. Een nieuwe lijst moest toen worden ingediend. Hiervoor zochten de Burgemeester en de Secretaris het psychologisch juiste moment uit.
De lijst werd ingediend juist op het moment dat de Fachberater met verlof naar Duitschland zou gaan. Hij ging inderdaad, met enkele paren Schijndelsche kousen onder zijn arm. De lijst raakte zoek en niemand van het personeel werd naar Duitschland uitgezonden.

Toen personen geboren in 1922, 1923 en 1924 niet langer in Overheidsdienst mochten zijn, in verband met de arbeidsinzet, werd aan den ambtenaar Jan van Roessel pro forma ontslag verleend. In feite bleef hij echter gewoon ter secretarie werkzaam en werd zijn traktement doorbetaald. Ook de volontair ter secretarie Jan Fentinga mocht van den Burgemeester zijn werk blijven verrichten. Als de Burgemeester bemerkte dat verdachte individuen in het dorp rondspookten en mogelijk een bezoek aan de secretarie zouden brengen gaf hij onmiddellijk aan Van Roessel en Fentinga opdracht maar een dag weg te blijven totdat het gevaar geweken was.
Op 24 Juli 1944 werd door de Ortskommandant te ’s-Hertogenbosch de Luchtbeschermingsdienst opnieuw opgericht. De Burgemeester kreeg een uitgebreide instructie welke aan het personeel van den Luchtbeschermingsdienst moest worden ingeprent. Deze instructie heeft wekenlang in een bureau op de secretarie gelegen.
Toen de Burgemeester via den heer A.J.L. van Bokhoven commies ter secretarie meer in het bijzonder belast met luchtbeschermingsaangelegenheden -door mij op de instructie attent gemaakt werd, verklaarde hij dat we deze instructie maar moesten laten liggen. Het was zelfs zoo dat de luchtwacht niet eens op de voorgeschreven tijden aanwezig was. Als de Ortskommandant het in zijn hoofd gekregen had om eens op te bellen zou hij geen gehoor gekregen hebben.
Ik heb hierboven slechts enkele gebeurtenissen omschreven waaruit blijkt dat Burgemeester Wijs steeds op de bres stond voor de goede Nederlandsche Zaken. Ik hoop dat het zal mogen medehelpen het hem toevertrouwde eerherstel te verkrijgen.


Hoogachtend,
S.E. van Berkum,
commies ter secretarie der gemeente Schijndel.

P.S.
Ten aanzien van de staking kan ik U nog mededeelen dat door den Procureur-generaal van Leeuwen(?) geeischt werd dat gijzelaars uit de boerenstand werden opgehaald, vanwege de stopzetting van de melkleverantie door de boeren.
De Burgemeester heeft dit telefonisch geweigerd, zeggende dat de zaak aan hem overgelaten moest worden en de procureur-generaal er buiten moest blijven. Diens optreden zou de zaak alleen maar moeilijker maken.
De Burgemeester kreeg toen blanco volmacht. Door de Boxtelsche politie was inmiddels Tijs Verhagen uit Gemonde, onder de gemeente Schijndel, bestuurslid van de Zuivelfabriek te Gemonde, gevangen genomen. Burgemeester Wijs heeft bewerkt dat Verhagen vrijgelaten werd. Verhagen is toen persoonlijk Burgemeester Wijs komen bedanken.